Unidad 1 - Lección 2: Ir a + infinitivo / gustar

1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡Bienvenidos a la clase de español!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We starten in 5 minuten met de les.
We starten in 5 minuten met de les.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Registro de asistencia

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cómo estás hoy?
Hoe gaat het vandaag?

Slide 5 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Lesprogramma
¿Qué vamos a hacer hoy?
Deel 1
A. Opstarten: Les en absentie
B. Doornemen: Ir a + infinitivo
C. Doornemen: Gustar
D. Aflsuiten

Slide 6 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesdoelen
Después de la clase...
  • Ik kan in het Spaans vertellen wat ik ga doen (ir a + hele werkwoord).
  • Ik kan het werkwoord gustar gebruiken om te zeggen wat ik wel of niet leuk vind.
  • Ik kan het werkwoord gustar herkennen in zinnen.
  • Ik kan de juiste vorm van gustar gebruiken, afhankelijk van het onderwerp en of iets enkelvoud of meervoud is.


 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los deberes
Los deberes para la próxima clase:

Leren: woordjes van hoofdstuk 1
Hulpmiddel: Quizlet 



Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frases claves en el aula
Groeten

  • ¡Hola!
  • ¡Buenos días!
  • ¡Buenas tardes!
Afscheid nemen
  • ¡Adíos!
  • ¡Hasta mañana¡
Bedanken
  • ¡gracias¡
  • ¡muchas gracias!

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Unidad 1
Mis proyectos

pagina 127
Je kan de uitleg pagina 32.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Wat: Betekenissen zoeken van 10 woorden uit het woordenlijst. 
Hoe: In groepjes van twee of individueel 
Waar: In je schrift
Hulpmiddel: Reporteros tekstboek

Klaar?
Kies 2 woorden en maak 2 zinnen.
Gebruik: mijnwoordenboek.nl 
¡A practicar! 
  1. el partido
  2. ¡por fin!
  3. quedar con
  4. ¡qué vais a hacer?
  5. ir de compras
  6. perder el tiempo
  7. la mitad
  8. algo
  9. en el centro
  10. el norte











esto
dit

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ir a + infinitivo
  • Wanneer gebruik je de toekomende tijd?
  • Vorm

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De toekomende tijd
Wanneer gebruik je de toekomende tijd?
  • Voor dingen die nog gaan gebeuren.
  • Voor dingen die je van plan bent te doen.

Ejemplos:                                                                               *Gaan + ww
Ik ga straks de afwas doen.             
We gaan zo een stukje lopen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je de toekomende tijd?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

yo voy 
ik ga
tú vas 
jij gaat
él, ella, usted va     
hij / zij gaat, u gaat
nosotros/as vamos    
wij gaan
vosotros/as vais    
jullie gaan
ellos, ellas, ustedes van 
zij gaan, u (mv) gaat
Ir                                                gaan

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡A practicar!

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ellos _______ a la bibloteca.
A
vais
B
va
C
van
D
vamos

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nosotros _________ a la escuela.
A
vamos
B
voy
C
van
D
vais

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Yo _______ a clase de español
A
voy
B
voi
C
va

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tú ________ al supermercado
A
van
B
va
C
vas
D
vais

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!


Wat:
Maak de opdrachten van het werkblad.
Hoe:
Werk in tweetallen of zelfstandig.
Waar:
Noteer de antwoorden in je schrift.
Hulpmiddel:
Gebruik Reporteros of de uitleg uit de les.


Heb je een vraag?
Steek je vinger op, dan kom ik naar je toe.
Klaar?
Begin aan je huiswerk

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De toekomende tijd
Ejercicio 1: Vervoeg de zin op de juiste manier.
Bijvoorbeeld: Ik ga dansen - Voy a bailar

1. Jij gaat dansen - 
2. Wij gaan eten -
3. Jullie gaan eten -
4. Ik ga slapen -
5. Zij gaat eten -
7. Ik ga dansen -
8. Zij gaan dansen -











Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De toekomende tijd
Ejercicio 2: Vul de juiste vorm van het werkwoord ir (gaan) in de zinnen.

  1. Yo ___ a la escuela.
  2. Tú ___ al cine.
  3. Él ___ a casa.
  4. Nosotros ___ al parque.
  5. Vosotros ___ a la playa.
  6. Ellos ___ al supermercado.











Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gustar = leuk vinden/ houden van
Bij gustar moet je altijd op 2 dingen letten:

1. De persoon:
Rijtje van: me, te, le, nos, os, les

2. Staat dat wat je leuk vindt in het: enkelvoud, meervoud, of is het een werkwoord.


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gustar = leuk vinden/ houden van
Als dat wat je leuk vindt in het enkelvoud staat:
Als dat wat je leuk vindt een werkwoord is:

Gebruik je GUSTA
Bijv. Me gusta la guitarra = ik vind de gitaar leuk
Bijv. Me gusta tocar el piano = ik hou van piano spelen.
.


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gustar = leuk vinden/ houden van


Als dat wat je leuk vindt in het meervoud staat:
Gebruik je GUSTAN
Bijv. Me gustan las motos = ik vind de motors leuk.
 Le gustan las guitarras = Hij /zij / u houdt van de gitaren.


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het werkwoord ''gustar?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het werkwoord gustar/El verbo gustar
Gustar betekent: leuk vinden/ houden van/ lekker vinden/ bevallen. 
Is opgebouwd uit twee delen:

Me
Te
Le
Nos
Os 
Les
Gustar betekent: leuk vinden/ houden van/ lekker vinden/ bevallen.
Is opgebouwd uit twee delen:
+ gusta/ gustan
Me gusta.../ me gustan...
ik houd van/ vind leuk...
Te gusta.../ te gustan...
Jij houdt van/ vindt leuk...
le gusta.../ le gustan...
hij/zij/u houdt van/ vindt leuk...
nos gusta.../ nos gustan...
wij houden van/ vinden leuk...
Os gusta.../ os gustan...
jullie houden van/ vinden leuk...
Les gusta.../ les gustan
zij houden van/ vinden leuk...

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer moet je "gusta" gebruiken en wanneer "gustan"?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Me gusta o me gustan"?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Me gusta o me gustan"?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Me gusta o me gustan"?

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Me gusta o me gustan"?

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Me gusta o me gustan"?

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gustar = leuk vinden/ houden van
Vul de juiste vorm van het werkwoord gustar in.

1.- Me _____________ mucho jugar a fútbol.
2.- Les _______________ los perros.
3.- ¿Te ______________ el café?
4.- A nosotros nos _________________ las películas románticas.
5.- ¿Os _______________ la fiesta?
6.- ¡Me ________________ hablar español!
7.- A mis padres les ______________ tomar el sol.
8.- ¿Te _________________ los tomates?

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul het juiste vorm van het werkwoord gustar: gusta of gustan.

  1. Me______________ el libro de francés.
  2. Me ______________ el té verde.
  3. A los niños no les______________ tus pasteles.
  4. Me______________ la música romántica.
  5. Me______________ las películas de aventura.
  6. A los niños les______________ los dulces.
  7. ¿A ti te______________ los libros?
  8. A nosotros nos______________ los viajes largos.
  9. A ellos les______________ montar en bici.
  10. A ellos les______________ dormir mucho.


Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat heb je van 
deze les geleerd?

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 39 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

¡Nos vemos la próxima clase!
¡Nos vemos la próxima clase!

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies