Klaar voor het bos

Klaar voor het bos

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGASVBuitengewoon secundair onderwijsOpleidingsvorm 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Klaar voor het bos

Deze slide heeft geen instructies

Ons leerdoel

Ik kan uitleggen wat ik in het bos kan waarnemen, waarom ik voorzichtig en respectvol met de natuur omga, en welke eenvoudige regels het bos beschermen.

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord past voor jou bij een bos?

Gebruik de antwoorden om voorkennis te activeren. Mogelijke woorden: bomen, dieren, stilte, vogels, groen, wandelen, afval.

Wat zie je in een bos?

  • bomen en struiken

  • planten, mos en paddenstoelen

  • bladeren, takken en boomschors

  • open plekken, paden en de grond

Hou de woordenschat eenvoudig en wijs op dingen die leerlingen echt kunnen tegenkomen tijdens een bosuitstap.

Sporen van dieren

Je ziet dieren niet altijd.


Maar je kan wel sporen vinden:

  • pootafdrukken

  • veertjes

  • aangevreten nootjes

  • holletjes of nesten

Benadruk dat sporen bekijken mag, maar niet aanraken of meenemen als dat dieren kan storen.

Wat hoor je in het bos?

  • vogels fluiten

  • bladeren ritselen

  • wind in de bomen

  • insecten zoemen

  • takjes kraken onder je voeten

Deze slide heeft geen instructies

Wat ruik je in het bos?

In een bos ruik je vaak natte aarde, bladeren, hout, bloemen of dennen. Die geuren horen bij de natuur en vertellen iets over de plek en het weer.

Leg uit dat ruiken ook een manier is om de natuur te ontdekken, maar dat leerlingen niets van planten dicht bij hun gezicht hoeven te brengen.

Wat hoort niet in het bos?

  • blikjes en plastic flessen

  • snoeppapiertjes

  • zakdoeken

  • glas en ander afval


Afval hoort in de vuilnisbak, niet op de grond.

Maak het verschil duidelijk tussen natuurlijke dingen in het bos en dingen die mensen achterlaten.

Wat hoort niet in het bos?

A

mos

B

blikje

C

tak

D

blad

Controleert het verschil tussen natuurlijke dingen en afval uit de vorige slides.

Vul de juiste woorden in

In het bos kan je bomen en planten zien. Je kan ook vogels horen. Soms vind je sporen van dieren, zoals pootafdrukken of veertjes. Afval hoort niet in het bos.

bomen
vogels
sporen
Afval
glas
wind
bloemen
vuilnisbak

Herneemt de kernwoorden van subtopic 1: waarnemen met zintuigen en herkennen wat niet thuishoort in het bos.

Waarom is afval schadelijk?

Afval kan planten en dieren schaden. Dieren kunnen erin vast raken of het opeten. De bodem en het water kunnen ook vuil worden.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe komt afval in het bos?

  • mensen gooien iets weg

  • afval waait uit een zak of vuilnisbak

  • picknickresten blijven liggen

  • water neemt afval mee naar het bos

Noem dat afval soms per ongeluk achterblijft, maar dat het nog steeds slecht is voor de natuur.

Wat gebeurt er dan?

Afval op de grond → dieren komen te dicht bij mensen

Plastic en glas → gevaar voor poten, snavels en vacht

Vuil in de bodem → minder gezonde plek voor planten en kleine dieren

Lees de pijlen rustig voor als een gevolgketting. Houd het concreet en herkenbaar.

Wat kan jij doen?

  • neem je afval weer mee

  • gooi afval in een vuilnisbak

  • laat geen etensresten achter

  • help mee om het bos proper te houden

Hou het positief: leerlingen kunnen echt helpen met kleine, eenvoudige acties.

Waarom is afval slecht voor dieren?

A

Ze slapen beter

B

Ze eten meer

C

Ze raken gewond

D

Ze groeien sneller

Sluit aan bij de uitleg over vast raken, opeten en verwondingen door plastic en glas.

Vul de juiste woorden in

Afval kan dieren schaden. Soms blijft afval op de grond liggen. Dan kunnen bodem en water vuil worden. Daarom neem je je afval weer mee.

schaden
liggen
water
mee
waaien
proper
planten
weg

Bekrachtigt oorzaak en gevolg: afval blijft liggen, schaadt natuur en moet meegenomen worden.

Dieren niet storen

Dieren hebben rust nodig om te eten, te schuilen en voor hun jongen te zorgen. Daarom kijken we rustig en laten we dieren met rust.

Koppel dit aan herkenbare situaties: niet roepen, niet achter dieren lopen, geen nesten aanraken.

Blijf op de paden

  • zo vertrap je minder planten

  • kleine dieren blijven beter beschermd

  • het bos blijft netjes

  • het is ook veiliger om te wandelen

Deze slide heeft geen instructies

Rustig en veilig in het bos

  • ruim afval op

  • honden blijven aan de leiband

  • maak geen vuur op onveilige plaatsen

  • raak planten en dieren niet zomaar aan

Je kan vermelden dat vuur snel gevaarlijk wordt in droge natuur en dat regels er zijn om mens, dier en bos veilig te houden.

Mens en dier delen het bos

Mensen komen in het bos wandelen en leren. Dieren wonen er. Daarom kiezen we gedrag dat voor allebei goed is: rustig zijn, niets beschadigen en alles proper achterlaten.

Dit is de kern van natuurbehoud op A1-niveau: het bos is niet alleen van mensen.

Goede keuzes in het bos

Als we goed opletten, zien we meer natuur. Als we respect tonen, blijft het bos een fijne plek voor planten, dieren en mensen.

Gebruik deze slide als samenvattende landing na de regels en voorbeelden.

Wat is een goede keuze in het bos?

A

Dieren roepen

B

Van het pad gaan

C

Afval laten

D

Rustig kijken

Toetst een herkenbare gedragskeuze uit de slides over natuurbehoud en respect.

Vul de juiste woorden in

In het bos blijven we op de paden. Zo vertrappen we minder planten. Dieren storen we niet, want zij hebben rust nodig. Honden blijven aan de leiband.

paden
planten
rust
leiband
bomen
vuur
grond
vleugels

Herneemt de eenvoudige regels die mens, dier en bos beschermen.

Hoe kan jij respect tonen in het bos?

Bespreek antwoorden zoals: op de paden blijven, rustig zijn, afval opruimen, dieren niet storen, niets beschadigen. Geen exact juist antwoord nodig.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Laat leerlingen één eenvoudig inzicht noemen, bijvoorbeeld iets over zien, horen, ruiken, afval of regels in het bos.

Wat hielp jou het best om te begrijpen?

Laat leerlingen kort benoemen wat hen hielp: foto's, voorbeelden, woorden, samen praten, herhaling.

Woordenlijst

waarnemen - goed kijken, luisteren of ruiken

sporen - tekens dat een dier er geweest is

boomschors - de buitenkant van een boom

afval - dingen die je weggooit

vervuiling - vuil dat de natuur schaadt

natuurbehoud - de natuur beschermen

leiband - riem waarmee een hond vastblijft

Deze slide heeft geen instructies