Instructeurs - Didactiek - Didactisch afkijken

Didactisch afkijken

1 / 35
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDidactiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Didactisch afkijken

Open vanuit herkenning: leerlingen kijken vaak bij elkaar af, maar in didactiek kan dat juist een leerstrategie zijn. Koppel dit direct aan leren in interactie en aan hoofdstuk 1 van Doeltreffende didactiek.

Lesdoelen

  • Ik kan uitleggen wat didactisch afkijken is.

  • Ik weet wat de zone van naaste ontwikkeling is

Deze slide heeft geen instructies

Wat is didactiek

Deze slide heeft geen instructies

Didactiek

Didactiek is de kunst en wetenschap van het effectief overbrengen van kennis, vaardigheden en houdingen door een leraar/instructeur aan leerlingen of studenten.

Deze slide heeft geen instructies

4 Opdrachten / Toetsen

  1. Het Portfolio van de didacticus

  2. Het logboek van de didacticus

  3. Visie op jouw rol als instructeur

  4. Toets (Didactiek / Pedagogiek)

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1: Het portfolio van de didacticus

Gedurende de opleiding ga je verschillende opdrachten uitvoeren tijdens lessen en bij je in de praktijk.

Deze ga je verzamelen in een portfolio. In teams zal een overzicht komen met de producten die in je portfolio opgenomen horen te zijn. Tijdens de eerste les in Periode 3 ga je dit portfolio presenteren. Dit is direct een oefening voor het CGI.

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2: Het logboek van de didacticus

Gedurende de opleiding volg je verschillende bijeenkomsten waarin het thema didactiek centraal staat. Hoe geef jij didactiek vorm tijdens je lessen als instructeur? Speelt didactiek een grote rol binnen jullie onderwijs? Hoeveel tijd besteed je aan didactiek om een les neer te zetten naar jouw tevredenheid? Wat is het effect van didactiek op jouw studenten? Op al deze vragen verzamel je tijdens de bijeenkomsten antwoorden.

Omdat het van meerwaarde is om tussentijds te eiken wat voor jou belangrijk is op het gebied van didactiek, word je binnen deze opdracht uitgenodigd om per bijeenkomst een kort logboek bij te houden. Hierin verzamel je onder andere de door jouw gevonden ‘antwoorden’ rondom didactiek en waar dit, voor jou, voor staat. De vorm van dit logboek staat je geheel vrij; je mag bijvoorbeeld plaatjes, one-liners, samenvattingen, bevindingen en/of uitspraken verzamelen. Het is immers een logboek wat jouw ontwikkeling dient. Hier hangt geen vaste vorm aan en hierin zit dan ook geen goed of fout.

Dit logboek dient als fundament voor de invulling van opdracht 3. 

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 3: Visie op jouw rol als instructeur

Let op! Deze opdracht is hetzelfde als opdracht 2 van pedagogiek en een vervolg op de voorbereidingsopdracht. Je hoeft de visie maar één keer te schrijven. Wel is het belangrijk dat zowel jouw rol als pedagoog als didacticus hierin meegenomen wordt.

 

Een visie draagt uit wat jouw ideaal, kijk of blik is op een bepaald gebied. In dit geval op het gebied onderwijs en nog specifieker; op jouw rol als instructeur binnen dit onderwijs. ‘Wie ben jij als instructeur en waar geloof je in?’ is hierbij een belangrijke vraag welke de basis vormt voor jouw visie. Het mooiste onderwijs ontstaat uit een visie die ondersteunend is aan de student, zowel op het gebied van pedagogiek als didactiek.

 

Binnen deze opdracht omschrijf je wat jouw visie is op het gebied van onderwijs, en dan met name op jouw rol als instructeur. Hierbij is de onderbouwing van het ‘waarom’ essentieel. Bij het beschrijven van jouw visie maak je gebruik van de input die je verzameld hebt bij opdracht 2, het logboek. De vorm waarin je je visie wegzet staat vrij. Dit mag via een podcast, vlog, stripverhaal, krant, spel, muziek of een geschreven stuk. 

 

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk jij aan bij didactisch afkijken?

Gebruik de woordwolk om voorkennis en misvattingen zichtbaar te maken, zoals spieken, voordoen, voorbeeld, samenwerken, uitleg of hulp. Haak daarna expliciet aan bij het verschil tussen gewoon afkijken en leren van een voorbeeld.

Didactisch afkijken

Didactisch afkijken betekent dat een instructeur leert door gericht te kijken naar hoe iemand anders een taak aanpakt.


Het gaat niet om spieken of kopiëren, maar om leren van een voorbeeld.


De instructeurs neemt denkstappen, aanpakken en strategieën over die helpen om zelf verder te komen.

Benadruk het verschil tussen ongeoorloofd afkijken en didactisch afkijken. De kern is zicht krijgen op het proces, niet alleen op het antwoord.

Wanneer ben je een goede docent / instructeur?

Deze slide heeft geen instructies

Goede leraar/instructeur

  • Een goede leraar heeft een lerende houding.

  • Effectieve leraren hebben vertrouwen in het vermogen van hun leerlingen om te leren. Ze hebben een hoge maar geen irreele verwachtingen en dagen hun leerlingen uit om net dat extra stapje te zetten.

Deze slide heeft geen instructies

Zes Rollen docent

  • Gastheer

  • Presentator

  • Pedagoog

  • Didacticus

  • Leercoach

  • Afsluiter

Deze slide heeft geen instructies

Waarom werkt het?

  • Instructeurs zien hoe een ander denkt

  • Een taak wordt minder abstract

  • Goede voorbeelden maken succes haalbaarder

  • Taal en handelingen ondersteunen het leren

Koppel dit aan modelleren: leerlingen hebben vaak meer aan een zichtbaar denkproces dan aan een losse uitleg of een eindantwoord.

Tips voor de praktijk?

  • Kijk gericht.

  • Kijk naar het concrete gedrag van je collega.

  • Vergeet de leerlingen/studenten niet.

  • Als je met antwoorden en ideeën terugkomt kun je deze uitproberen.

  • Als je iets nieuws gaat proberen, betrek de leerlingen erbij.

Maak concreet dat het niet alleen om inhoud gaat, maar ook om strategie, zelfregulatie en taal.

Niet hetzelfde als nadoen zonder begrip

Didactisch afkijken is pas waardevol als de instructeur begrijpt waarom een aanpak werkt.


Alleen gedrag kopiëren zonder inzicht levert weinig duurzaam leren op.


Het doel is: eerst steunen op een voorbeeld, daarna zelf kunnen handelen.

Leg hier het onderscheid uit tussen mechanisch nadoen en begeleid leren. Dat verschil bereidt de overgang naar Vygotsky voor.

Wat maakt afkijken didactisch?

A

Gericht leren

B

Snel kopiëren

C

Antwoorden zoeken

D

Fouten verbergen

De juiste kern is dat de leerling gericht leert van een voorbeeld of aanpak. De afleiders sluiten aan bij de misvatting dat afkijken vooral om antwoorden overnemen gaat.

Wat doet de docent bij didactisch afkijken?

Bespreek antwoorden waarin leerlingen noemen dat de docent een bruikbaar voorbeeld kiest, denkstappen zichtbaar maakt, richting geeft waarop gelet moet worden en daarna zelfstandig oefenen laat volgen.

Vygotsky: leren doe je samen

Volgens Vygotsky ontwikkelt leren zich vaak eerst tussen mensen en daarna in het individu.


Een leerling leert dus niet alleen door zelf te oefenen, maar ook door interactie, taal en ondersteuning van anderen.

Noem dat sociale interactie bij Vygotsky geen extraatje is, maar een kern van ontwikkeling.

Zone van de naaste ontwikkeling

  • wat een leerling zelf al kan

  • wat een leerling nog niet alleen kan

  • wat een leerling wel kan met hulp


Dat tussengebied heet de zone van de naaste ontwikkeling.

Gebruik eenvoudige taal: het gaat om de ruimte tussen zelfstandig kunnen en nog niet kunnen, mits ondersteuning aanwezig is.

Waarom is die zone belangrijk?

Leren is het meest krachtig wanneer een taak net buiten het huidige niveau ligt.


Te makkelijk geeft weinig groei. Te moeilijk zonder hulp geeft frustratie.


In de zone van de naaste ontwikkeling is vooruitgang mogelijk door steun.

Hier zit de didactische kern: passende uitdaging plus ondersteuning.

Hulp kan verschillende vormen hebben

  • uitleg van de docent

  • een voorbeeld van een medeleerling

  • hardop voordoen van denkstappen

  • gerichte aanwijzingen tijdens het werken

Leg de link naar scaffolding, zonder het begrip te zwaar uit te werken als het niet centraal staat in hoofdstuk 1. Ondersteuning is tijdelijk en doelgericht.

Van hulp naar zelfstandigheid

Ondersteuning → leerling begrijpt de aanpak → leerling oefent zelf → leerling kan het uiteindelijk zelfstandig.


De hulp is dus geen eindpunt, maar een brug naar zelfstandig leren.

Benadruk dat goede ondersteuning afneemt zodra de leerling meer zelf kan.

Wat is de zone van de naaste ontwikkeling?

A

Wat al lukt

B

Wat nooit lukt

C

Wat met hulp lukt

D

Wat direct fout gaat

De zone gaat om het tussengebied: nog niet zelfstandig, wel met ondersteuning. De afleiders testen verwarring met te makkelijk of te moeilijk.

Welke hulpvorm helpt jou meestal het meest?

1

Uitleg docent

2

Voorbeeld leerling

3

Hardop voordoen

4

Gerichte aanwijzingen

Deze slide heeft geen instructies

Didactisch afkijken in de zone

Didactisch afkijken past precies in de zone van de naaste ontwikkeling.


De instructeur kan een taak nog niet helemaal zelfstandig, maar komt verder door te kijken naar een docent of medeleerling die het voordoet.


Het voorbeeld vormt dan de ondersteuning die leren mogelijk maakt.

Dit is de kernkoppeling van de les: didactisch afkijken is een concrete manier waarop ondersteuning binnen de zone vorm krijgt.

Wat gebeurt er tijdens afkijken?

  • de leerling observeert een aanpak

  • koppelt die aan de eigen taak

  • probeert dezelfde strategie uit

  • bouwt stap voor stap meer begrip op

Maak duidelijk dat observeren actief is: de leerling vergelijkt, interpreteert en past toe.

Voorwaarden voor effectief afkijken

  • het voorbeeld past bij het niveau van de leerling

  • de stappen zijn zichtbaar en begrijpelijk

  • de leerling weet waarop gelet moet worden

  • er volgt een kans om het zelf te doen

Laat zien dat didactisch afkijken niet vanzelf effectief is; de kwaliteit van het voorbeeld en de opvolging zijn doorslaggevend.

Wat neem je mee?

Didactisch afkijken is een bewuste leerstrategie waarbij voorbeelden, voordoen en samenwerking helpen om een volgende stap te zetten.


Met Vygotsky kun je dat begrijpen als leren in de zone van de naaste ontwikkeling: ondersteuning eerst, zelfstandigheid daarna.

Gebruik deze slide om de centrale vraag af te ronden: waarom helpt afkijken soms wel? Omdat het, goed gestuurd, ondersteuning biedt precies op het punt waar een leerling nog in ontwikkeling is.

Waarom past didactisch afkijken bij deze zone?

A

Geen hulp nodig

B

Alles al bekend

C

Leren met steun

D

Alleen observeren

Didactisch afkijken werkt hier als ondersteuning: de leerling kan nog niet alles alleen, maar komt verder door voorbeeld en begeleiding.

Wanneer werkt didactisch afkijken goed?

Bespreek antwoorden waarin leerlingen noemen dat het voorbeeld moet passen bij het niveau, de stappen zichtbaar moeten zijn, duidelijk moet zijn waarop gelet wordt en dat er daarna zelf geoefend wordt.

Wat neem jij mee uit deze les?

Laat leerlingen terugblikken op de inhoud. Mogelijke elementen: verschil tussen spieken en didactisch afkijken, rol van voorbeeld en ondersteuning, koppeling aan Vygotsky en zelfstandigheid.

Welk deel vind jij nog lastig?

Gebruik antwoorden om zicht te krijgen op lastige onderdelen, zoals het verschil tussen nadoen en begrijpen of de betekenis van de zone van de naaste ontwikkeling.

Opdracht

  1. Kijk vandaag een les van Sharon af? Maar wel op de inhoud blijven letten.

  2. Maak een afspraak om komende week bij iemand in de les mee te gaan kijken.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies