1.3.5 Representativiteit van bronnen

1.3.5 Representativiteit van bronnen

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisSecundair onderwijsA-stroomAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.3.5 Representativiteit van bronnen

Open met het idee dat historici niet alleen vragen of een bron bruikbaar of betrouwbaar is, maar ook of die bron iets algemeens zegt of eerder een uitzondering toont.

Lesdoel

Ik kan de representativiteit van een bron beoordelen.

De bijlagen noemen ook het uitleggen van het begrip representativiteit, maar de subtopics ondersteunen vooral het kunnen beoordelen. Definieer het begrip kort tijdens de overgang naar de eerste inhoudsslide.

Welke woorden koppel jij aan een bron die typerend is?

Gebruik de antwoorden om het verschil te verkennen tussen 'betrouwbaar', 'algemeen', 'typisch' en 'uitzonderlijk'. Sluit aan bij het lesdoel: representativiteit beoordelen.

Wat is representativiteit?

Representativiteit gaat over de vraag of een bron typerend is.


  • Lijkt de bron op andere bronnen?

  • Past ze bij een groep, periode, plaats of opvatting?

  • Of staat ze eerder alleen?

Leg uit dat representativiteit altijd gekoppeld is aan een onderzoeksvraag: representatief waarvoor? voor wie? voor welke tijd of plaats?

Opdracht 1​

Nodig: kladblad.

Beoordeel de representativiteit.


  1. We stellen deze historische vraag:
    Welke voorwerpen zijn typisch voor de klassieke oudheid?​

  2. Kijk hoe vaak de vier voorwerpen in de collectie voorkomen.

  3. Rangschik de voorwerpen van meest voorkomend naar meest zeldzaam.

  4. Geef een antwoord op de historische vraag.

Deze slide heeft geen instructies

Hoge en lage representativiteit

  • Hoge representativiteit: de bron vertoont sterke gelijkenissen met andere bronnen

  • Lage representativiteit: de bron staat meer op zichzelf

  • Een bron kan representatief zijn voor een groep mensen, een periode, een plaats, een opvatting of een stijl

Benadruk dat representativiteit niet betekent dat een bron 'waar' is. Een bron kan betrouwbaar lijken maar toch weinig representatief zijn, of omgekeerd.

Geen ja-of-neevraag

Je oordeel is meestal geen simpel ja of nee.


Je kunt ook besluiten dat een bron wel, een beetje, niet of onbekend representatief is. Historici werken dus vaak met gradaties in plaats van met absolute zekerheid.

Verbind dit met historisch denken: oordelen zijn beargumenteerd en blijven vaak bespreekbaar.

Wanneer is een bron uniek?

Als een bron helemaal niet representatief is tegenover andere bronnen, noem je haar uniek.


Een unieke bron kan interessant zijn, maar zegt niet automatisch iets algemeens over een samenleving.

Maak het onderscheid tussen bijzonder en representatief: een uitzonderlijk geval kan juist waardevol zijn om contrasten te tonen, maar niet om te veralgemenen.

Waarom is dit belangrijk?

Een bron is waardevoller voor een historische vraag als ze representatief is.


Dan kun je beter inschatten of de informatie iets zegt over:

  • een grote groep mensen

  • een bredere periode

  • een gewone situatie of juist een uitzondering

Hier landt de eerste deelvraag: representativiteit helpt om te bepalen hoe ver je conclusies mogen reiken.

Wat bedoel je met representativiteit van een bron?

A

Of ze typerend is

B

Of ze recent is

C

Of ze lang is

D

Of ze mooi is

De afleiders testen of leerlingen representativiteit verwarren met uiterlijke kenmerken of actualiteit. De kern uit deze subtopic is: representatief waarvoor of voor wie?

Vul de kernwoorden in

Een bron met hoge representativiteit lijkt op andere bronnen. Een bron die helemaal niet representatief is, noem je uniek. Historici geven daarbij vaak een oordeel in gradaties, geen simpel ja of nee.

representativiteit
uniek
oordeel
betrouwbaarheid
algemeen
zekerheid
zeldzaam

Alle drie de ingevulde woorden zijn dragende begrippen uit de eerste inhoudsblok: representativiteit, uniek en oordeel.

Waarom is een unieke bron niet automatisch algemeen bruikbaar?

Verwachte elementen: een representatieve bron laat toe om iets algemener te zeggen over een groep, periode, plaats of gewone situatie; een unieke bron toont eerder een uitzondering en vraagt voorzichtigheid bij veralgemenen.

Drie vragen als toets

Om te beoordelen of een bron representatief is, gebruik je drie vragen:


  • Hoeveel bronnen bevestigen de informatie?

  • Op hoeveel gevallen heeft de bron betrekking?

  • Hoeveel informatie heeft de maker gebruikt?

Introduceer dit als vast denkkader. De volgende slides werken elke vraag afzonderlijk uit.

1. Bevestigen andere bronnen dit?

  • Veel bevestigende bronnen → grotere representativiteit

  • Weinig bevestigende bronnen → kleinere representativiteit

  • Een zeldzame bron is dus minder snel representatief

Gebruik de formulering uit de bijlage: hoe minder bronnen, hoe minder representatief. Let op dat 'zeldzaam' niet hetzelfde is als 'onbelangrijk'.

2. Over hoeveel gevallen gaat het?

  • Een bron met algemene informatie is vaak representatiever

  • Een bron over een breed onderwerp zegt meer over meerdere gevallen

  • Een bron met veel details over één specifiek geval is minder representatief

Leg uit dat specifieke details nuttig blijven, maar vaak minder geschikt zijn om een algemene uitspraak op te bouwen.

3. Hoeveel informatie gebruikte de maker?

  • Een historicus die meerdere bronnen gebruikt, verhoogt de representativiteit

  • Hoe breder het gebruikte materiaal, hoe sterker het oordeel

  • Als je niet weet waarop de maker zich baseerde, daalt de representativiteit

Verwijs naar de bijlage: bij sommige bronnen, zoals opgegraven voorwerpen, is niet altijd te achterhalen welke informatie de maker of producent gebruikte.

Niet alles is volledig gekend

Soms kun je niet precies weten welke informatie achter een bron zit.


Dan blijft je oordeel voor een deel onzeker. Dat verlaagt niet altijd de waarde van de bron, maar wel de zekerheid over haar representativiteit.

Benadruk dat 'niet gekend' in het toetsingsschema een mogelijk oordeel is. Historisch onderzoek werkt vaak met onvolledige informatie.

Een oordeel dat bespreekbaar blijft

De conclusie over representativiteit blijft altijd een oordeel.


Ze is beargumenteerd, maar ook vatbaar voor discussie. Twee historici kunnen dus met dezelfde bron tot een iets ander oordeel komen, zolang ze hun redenering onderbouwen.

Dit is een kernpunt van historisch denken: niet alles is absoluut, maar oordelen moeten wel steunen op duidelijke criteria.

Wat besluit je uiteindelijk?

Met de drie vragen schat je in of een bron:

  • wel representatief is

  • een beetje representatief is

  • niet representatief is

  • of onbekend blijft door te weinig informatie


Bekijk de lesvideo bij de theorie van deze les




Sluit aan bij het toetsingsschema uit de bijlage. Het gaat om een gewogen eindbeoordeling, niet om één los criterium.

Welke factor vergroot de representativiteit het meest?

A

Veel details

B

Één geval

C

Meerdere bronnen

D

Onbekende basis

Hier moeten leerlingen het toetsingskader toepassen: bevestiging door andere bronnen en een brede informatiebasis verhogen de representativiteit.

Maak het beoordelingskader compleet

Als veel bronnen dezelfde informatie bevestigen, stijgt de representativiteit. Gaat een bron over meerdere gevallen, dan zegt ze sneller iets algemeens. Weet je niet waarop de maker zich baseerde, dan blijft het oordeel deels onzeker.

veel
meerdere
onzeker
weinig
één
volledig
zeldzaam

De zinnen echoën rechtstreeks de drie toetsvragen: bevestiging, aantal gevallen en gebruikte informatie.

Hoe zou jij representativiteit meestal beoordelen?

1

Wel representatief

2

Een beetje

3

Niet representatief

4

Onbekend

Deze slide heeft geen instructies

Wat is één ding over representativiteit dat je nu beter begrijpt?

Reflectievraag zonder goed of fout. Laat leerlingen één inzicht benoemen dat ze echt meenemen uit de les.

Welk deel van deze les hielp jou het meest om te begrijpen?

Reflectievraag over het leerproces. Antwoorden kunnen gaan over de drie vragen, het idee van gradaties, of het verschil tussen uniek en representatief.

Begrippen uit deze les

representativiteit - de mate waarin een bron typerend is voor andere bronnen, een groep, periode, plaats, opvatting of stijl

bron - iets waaruit historici informatie halen over het verleden

uniek - helemaal niet representatief in vergelijking met andere bronnen

historische vraag - de vraag waarop een historicus met bronnen een antwoord zoekt

bevestigende bron - een bron die gelijkaardige informatie geeft als een andere bron

algemene informatie - informatie die op meerdere gevallen of een breder onderwerp slaat

oordeel - een beargumenteerde conclusie die bespreekbaar blijft

Deze slide heeft geen instructies