Paragraaf 8.1 - Soorten krachten

8.1 Soorten krachten
Leerdoel(en) van deze les:

  • Je kent minstens vier krachten
  • Je kunt de grootte van een kracht meten
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

8.1 Soorten krachten
Leerdoel(en) van deze les:

  • Je kent minstens vier krachten
  • Je kunt de grootte van een kracht meten

Slide 1 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
Welke soorten krachten zijn er?

  • Zwaartekracht > aantrekkingskracht van de aarde
  • Spierkracht > kracht die door mens en dier wordt gebruikt om te bewegen
  • Veerkracht > kracht van een opgewonden of uitgerekte veer
  • Kleefkracht > kracht waardoor dingen aan elkaar plakken
  • Windkracht > kracht die wordt uitgeoefend door de wind; draaien van windmolen
  • Spankracht > kracht tussen vezels van een touw die door trek ontstaat
  • Wrijvingskrachten > verzamelnaam voor allerlei tegenwerkende krachten,
    zoals luchtweerstand en rolweerstand

Slide 2 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
Hoe meet je krachten?

  • Krachtmeter > instrument voor het meten van krachten
    - heeft een schaal > hierop lees je de grootte van de kracht af
    - grootte van kracht > uitgedrukt in Newton (N)
    - zwaartekracht van een voorwerp van 1 kg is 10 newton (N)
    - bijv. op een voorwerp met een massa van 4 kg werkt een zwaartekracht van 4x10 = 40N
    - bijv. als jouw massa 50 kg is, werkt op jou een zwaartekracht van 50x10 = 500 N

    - als je met een krachtmeter aan een voorwerp trekt, rekt de veer uit
    > de veerkracht is even groot als de trekkracht op het voorwerp

Slide 3 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
  • De krachtmeters hiernaast hebben verschillend meetbereik > wat je
    tussen de hoogste en laagste waarde kunt meten

Voor een goede meting moet je:
- een krachtmeter met een geschikt meetbereik gebruiken
- de krachtmeter op nul stellen als de veer niet wordt belast
- de krachtmeter niet bewegen tijdens het meten
- de krachtmeter aflezen met je oog op dezelfde hoogte als de
aanwijsstreep van de kracht meter
- de krachtmeter in dezelfde richting houden als de kracht werkt

Slide 4 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
  • Wat? Maken 8.1 – Opdracht 1 t/m 10
  • Hoe? Blz. 192 t/m 194
  • Hulp? Eerst overleggen met buur, daarna docent vragen.
  • Tijd? 20 minuten
  • Uitkomst? Opdracht 1 t/m 10 is af. Niet af? Rest is huiswerk.
  • Klaar? Samenvatting dikgedrukte woorden maken (lijst)

Slide 5 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
Leerdoel(en) van deze les:

  • Je kunt krachten tekenen

Slide 6 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
Wat kan een kracht doen?

  • Snelheid groter of kleiner maken 
    - als je fietst maak je met je spierkracht de snelheid groter en met de wrijvingskracht van de remmen maak je de snelheid kleiner
  • Richting van een beweging veranderen
    - als je tegen het stuur duwt verander je van richting (spierkracht)
  • Vorm van een voorwerp veranderen
    - het zadel en de banden worden door je gewicht ingedrukt; hun vorm veranderd

Slide 7 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
Hoe teken je een kracht?

  1. Je tekent een kracht als een pijl
  2. Het beginpunt van de pijl geeft het aangrijpingspunt van de kracht aan
  3. De richting van de pijl geeft de richting van de kracht aan
  4. De lengte van de pijl geeft de grootte van de kracht aan
  5. Je tekent een kracht op schaal
    - bijv. schaal: 1 cm = 20 N
    - een pijl met een lengte van 2,5 cm stelt dan 2,5 x 20 = 50 N voor
    - heb je een kracht van 120 N > 120 : 20 = 6 cm

Slide 8 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten

Slide 9 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten

Slide 10 - Tekstslide

8.1 Soorten krachten
  • Wat? Maken 8.1 – Opdracht 11 t/m 20
  • Hoe? Blz. 194 t/m 196 
  • Hulp? Eerst overleggen met buur, daarna docent vragen.
  • Tijd? 20 minuten
  • Uitkomst? Opdracht 11 t/m 20 is af. Niet af? Rest is huiswerk.
  • Klaar? Samenvatting dikgedrukte woorden maken (lijst)

Slide 11 - Tekstslide