Verslaving in de ouderenzorg

Workshop 14 Verslaving
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Workshop 14 Verslaving

Slide 1 - Tekstslide

Waar ben jij allemaal verslaafd aan?

Slide 2 - Open vraag

Wat maakt dat je hier niet mee kunt stoppen?

Slide 3 - Open vraag

Wanneer ben je verslaafd? (DSM-V)
Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan je van plan was.
Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
Het verkrijgen of gebruiken van het middel en het herstellen van gebruik kosten veel tijd.
Sterk verlangen om te gebruiken.
Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt in het sociale of relationele vlak.
Door gebruik opgeven of sterk verminderen van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
Voortdurend gebruik ondanks weet hebben dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen oftewel tolerantie.
Het optreden van onthoudingsverschijnselen, die minder hevig worden door meer van de stof te gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

Welke verslaving(en) ken je vanuit de praktijk?

Slide 5 - Woordweb

Bij een verslaving is er sprake van een geestelijke of lichamelijke afhankelijkheid van een middel of gewoonte waaraan geen weerstand geboden kan worden.
Er zijn twee soorten verslavingen.
 Namelijk de verslaving aan stoffen/middelen en verslaving aan gedrag/handelingen.

Slide 6 - Tekstslide

Oorzaak
Oorzaak van het ontstaan van een verslaving spelen biologische, psychische en sociale factoren een wisselende rol. 

Bij 35-80% van de verslaafde speelt erfelijkheid een rol bij de ontwikkeling van een verslaving. 

Persoonlijke- en omgevingsfactoren spelen ook een rol spelen (stress, eenzaamheid en/ of depressie)

Slide 7 - Tekstslide

- (Chronische) ziekte
- Mantelzorg
- Overlijden
- Scheiding
- Beschikbaarheid van alcohol en het gebrek aan kennis over alcohol
- Ontbreken van een dagstructuur

Slide 8 - Tekstslide

Verslaving aan stoffen
Alcoholverslaving, Drugsverslaving, Cocaïneverslaving, GHBverslaving, Heroïneverslaving, Crystal Meth verslaving, 
XTC / MDMA verslaving
Speedverslaving
Cannabis verslaving
Medicijnverslaving

Slide 9 - Tekstslide

Gedragsverslaving 

Geen drugs  
 Vergelijkbaar met het gevoel dat inname van drugs veroorzaakt 
Verlangen 
Patroon

Voorbeelden:
Game & Internet verslaving
Gokverslaving
Sexverslaving
Eetverslaving
Shopverslaving
Geestelijke afhankelijkheid


Lichamelijke afhankelijkheid

Slide 10 - Tekstslide

Verslaving bij ouderen komt steeds vaker voor!
Ouderen zijn in tegenstelling tot de jongere mens anders qua mentale, fysieke en cognitieve kwetsbaarheid.

De problematiek rondom verslaafde ouderen dient specifieke aandacht te krijgen.

Slide 11 - Tekstslide

Uit onderzoek is gebleken dat het overmatig gebruik van alcohol onder senioren is toegenomen. In 10 jaar tijd: aantal alcoholvergiftigingen onder 55-plusers verdrievoudigd, toename in ongelukken met als gevolg: 6 jaar geleden ruim 5000 55-plussers op de SEH na bijv. een valpartij na overmatig alcoholgebruik.

Slide 12 - Tekstslide

Verslaving of misbruik aan middelen leidt behalve tot
verminderd welbevinden op het niveau van de gebruiker ook tot kostenverhoging
voor de samenleving 

Slide 13 - Tekstslide

Waarom is verslaving een hersenziekte?

Slide 14 - Open vraag

Bij het ontstaan van verslaving zijn verschillende delen van de hersenen betrokken:.
  • Het beloningscentrum (zoogdierenbrein). Dit centrum in de hersenen zorgt ervoor dat je je lekker voelt
  • Het geheugen. Het geheugen zorgt ervoor dat je positieve ervaringen herinnert.
  • De nieuwe hersenen (neo cortex). Een deel van de nieuwe hersenen zorgt ervoor dat niet meteen toegegeven wordt aan allerlei verlangens

Slide 15 - Tekstslide

Het beloningssysteem

Slide 16 - Tekstslide

Het beloningssyteem
- zorgt ervoor dat bepaalde gedragingen met een prettig gevoel beloond worden (sex, eten)
- alcohol en drugs zijn in staat om dit beloningssysteem op een krachtige manier te prikkelen (wat klopt er niet aan deze zin?), dat is de reden dat je je na gebruik van drug lekker voelt

Slide 17 - Tekstslide

mensen die neerslachtig zijn hebben meer kans om verslaafd te raken
-5100

Slide 18 - Poll

Beloningssyteem
- Dopamine
- Genen (erfelijkheid)
-Afname receptoren door veelvuldig gebruik met gewenning of tolerantie als gevolg

Slide 19 - Tekstslide

De nieuwe schors (neo cortex)
De nieuwe hersenen of wel de neocortex vormen het rationele deel van de hersenen. Een deel van de cortex heeft tot taak de conflicten tussen verlangens (verlangen naar het effect en de roes van drugs) enerzijds en rationele overwegingen (ik moet morgen werken) anderzijds in goede banen te leiden. De middenhersenen zullen willen toegeven aan dit verlangen. De nieuwe hersenen zullen dit willen voorkomen. Bij mensen die afhankelijk zijn functioneert de neocortex minder goed. Door het voortdurende gebruik kan dit steeds minder goed functioneren.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Tekstslide

Benzodiazepinen
De meest bekende en voorgeschreven medicijnen vallen in de categorie benzodiazepinen, zoals bijvoorbeeld: diazepam (valium), alprazolam (xanax), lorazepam en oxazepam. Deze medicatie wordt regelmatig gebruikt om onrust, spanning, angst, paniekaanvallen en slaapproblemen aan te pakken.

Slide 23 - Tekstslide

De medicijnen die een geestelijke en lichamelijke verslaving geven, vormen de grootse risico's. Oxazepam en morfine verslavingen komen het meest voor.

Slide 24 - Tekstslide

Slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen)

Midazolam
Temazepam
Zopicolon
Oxazepam
Lorazepam





Pijnstillers (meestal opiaten)


Fentanyl, Methadon, Tramadol, Oxycodon
Morfine
 Codeïne
Temgesic

Slide 25 - Tekstslide

Risico’s van medicijnen en verslaving

Het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen en pijnstillers kan de volgende risico’s hebben:
- Gewenning aan medicatie kan ervoor zorgen dat je lichaam afhankelijk raakt van deze medicijnen

Slide 26 - Tekstslide

- Sommige werkzame stoffen in medicijnen breekt het lichaam af, waardoor bij dagelijks slikken een ophoping kan ontstaan met vervelende bijverschijnselen tot gevolg, zoals hoofdpijn of een gevoel van somberheid
- Alcohol en benzodiazepines gaan niet samen en versterken elkaars werking omdat het beide verdovende middelen zijn

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Alcohol werkt als vasodilatator (bloedvaten in gezicht en lichaam verwijden). Overmatige alcoholconsumptie zorgt ervoor dat de bloedvaten steeds wijder worden. Na verloop van tijd resulterend in verlies van huidskleur en blijvende roodheid van het gezicht.

Slide 30 - Tekstslide

Welke signalen duiden voor jou op verslaving bij een cliënt?

Slide 31 - Woordweb

Gevolgen/ belemmering 
Afwezigheid bij activiteiten.
Lage concentratie.
Logisch kunnen nadenken.
Vermoeidheid.
Presteren goed of slecht.
Afspraken niet nakomen.
Pokerface

Slide 32 - Tekstslide

- Kans op mond-, keel- , strottenhoofd- en slokdarmkanker vergroot
- Vrouwen verhoogd risico op borstkanker
-Lever- en dikkedarm aandoeningen/ kanker
- Korsakov/ ZH opnames/ valincidenten
- Gedrags/ humeur veranderingen (agressie, depressie, wisselende stemmingen)

Slide 33 - Tekstslide

Hebben ouderen kalmeringsmiddelen nodig, of kunnen ze zonder?
-1100

Slide 34 - Poll

Preventie van groot belang!
- motiverende gespreksvoering--> doel: gedragsverandering
- signalen en consequenties van gebruik

Welk beeld heb je bij middelengebruik? Kennis en vertrouwen op je "niet pluis gevoel" is belangrijk!
Daarna: handelen!!
Welke stappen zou jij nemen bij alcohol of medicatiemisbruik??


Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Casus student
Wie heeft momenteel te maken (gehad) met iemand die verslaafd is?
Hoe wordt daar mee omgegaan binnen WVO ?

Welke afspraken zijn er ?

Is er een protocol ? 



Slide 37 - Tekstslide

Dit was het! Wat neem je mee naar de praktijk?
Tips/ tops voor mij??
Dank voor je aandacht!

Slide 38 - Woordweb