3.3 Leren Leren

Leren leren 


1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorLOBMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Leren leren 


“Als je tijdens school iets tegenkomt wat je niet weet – wat doe je dan?”


“Onderzoekend leren betekent: nieuwsgierig zijn, vragen durven stellen, dingen willen begrijpen. Dat is superbelangrijk voor je opleiding én voor je werk in de praktijk. Je hoeft niet alles te weten -  als je maar weet hoe je er achter kunt komen.”



Kenmerken van onderzoekend leren

  • Je stelt een vraag of merkt iets op dat je niet snapt.

  • Je gaat zelf actief op zoek naar het antwoord.

  • Je gebruikt bronnen: boeken, internet, collega’s, wetten, protocollen.

  • Je kijkt kritisch: klopt wat je leest of hoort?

Waarom belangrijk voor HTV?

  • Je moet wetgeving begrijpen en toepassen.

  • Je komt vaak in nieuwe situaties terecht.

  • Je moet vragen durven stellen — ook aan collega’s of leidinggevenden.

  • Je hebt regelmatig te maken met nieuwe regels, wetten of procedures.

Opdracht

1. Bedenk iets uit je opleiding waar je nog niet genoeg van weet 

(denk aan wetgeving, bevoegdheden, omgaan met agressie, rapporteren, etc.).

2. Maak daar een duidelijke vraag over. Voorbeelden:

  • Wat mag een BOA precies bij het fouilleren?

  • Wanneer moet ik een proces-verbaal schrijven?

  • Hoe herken je nep-ID’s?

3. Bedenk waar je het antwoord zou kunnen vinden. Bijvoorbeeld:

Lesmateriaal, internet, collega’s, wettenboek, stagebegeleider, etc.

  1. Bedenk een plan hoe je je onderzoekje zou aanpakken.


Lever in op ItsLearning


“Wat levert het op als je dit soort vragen zélf leert onderzoeken?”

“Wat denk je bij het woord ‘feedback’? Vind je het prettig of vervelend?”

A

Prettig

B

Vervelend

C


D




“Feedback is geen kritiek, maar een kans om te leren. Het helpt je zien wat goed gaat én wat beter kan. In de praktijk, op stage en op school krijg je regelmatig feedback. Hoe beter je ermee omgaat, hoe sneller je groeit.”

2 soorten feedback

  • Positieve feedback

  • Opbouwende feedback  

Positieve feedback

  • Je hebt duidelijk gecommuniceerd tijdens je stage

  • Je bleef rustig in een lastige situatie 

Opbouwende feedback

  • Je mag steviger optreden in het contact met burgers

Opdracht

  • Welke feedback kreeg jij laatst op school of stage?

(Voorbeeld: Je was te stil tijdens de les, je verslag was rommelig, je was juist goed in samenwerken)

  • Was het positief of opbouwend?

  • Wat kun je ermee? Wat zou je vanaf nu anders willen doen?

  • Bedenk voor jezelf een doel. (Denk aan SMART!)


Lever in op ItsLearning