Parabels

Parabels van Jezus

Learning objective

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGodsdienstLager onderwijsSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijs,Beroepssecundair onderwijs,Technisch secundair onderwijsLO Leerjaar 4-6SO Leerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 5 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Parabels van Jezus

Learning objective

Parabels

  • Parabels zijn korte verhalen met een diepere betekenis.

  • Inleefverhaal.

  • Mensen nadenken over het dagelijkse leven en de waarden daarvan.

Wat is de betekenis van barmhartigheid?

A

Slechts voor jezelf zorgen.

B

Onverschillig zijn tegenover lijden.

C

Zorg voor de behoeftigen.

D

Medelijden met anderen tonen.

Wie hielp de gewonde man in de parabel?

A

Een Romeinse soldaat.

B

Een Leviet.

C

De barmhartige Samaritaan.

D

Een priester.

Wat doet een barmhartig persoon?

A

Vergeten wat er gebeurt.

B

Iemand negeren.

C

Anderen helpen in nood.

D

Zelfzuchtig zijn.

Wat is naastenliefde?

A

Alleen voor familie zorgen.

B

Zorg en liefde voor anderen.

C

Egoïsme tonen.

D

Vijandigheid uitstralen.

Wat gebeurde er met de man onderweg?

A

Hij was op vakantie.

B

Hij werd beroofd en gewond.

C

Hij hielp anderen.

D

Hij vond een schat.

Wie negeerde de gewonde man?

A

De priester en de Leviet.

B

Een boer.

C

Een voorbijganger.

D

De Samaritaan.

Wat leert de parabel ons?

A

Slechts om onszelf geven.

B

Anderen in de steek laten.

C

Bang zijn om te helpen.

D

We moeten anderen helpen.

Wat is een belangrijk thema van de parabel?

A

Barmhartigheid en liefde.

B

Onverschilligheid tegenover lijden.

C

Wraak en vergelding.

D

Oorlog en strijd.

Wie is onze naaste volgens de Bijbel?

A

Iedereen die hulp nodig heeft.

B

Familieleden.

C

Alleen vrienden.

D

Mensen van dezelfde cultuur.

Wie is er kwijt in de parabel van het verloren schaap?

A

Een schaap

B

Een herder

C

Een wolf

D

Een visser

Wat doet de herder als één schaap weg is?

A

Hij telt opnieuw

B

Hij zoekt het

C

Hij gaat slapen

D

Hij roept hulp

Wat wil Jezus met deze parabel vooral vertellen?

A

Verdwalen is fijn

B

Schapen zijn slim

C

Iedereen telt mee

D

Zoeken is saai

Wie verliet zijn vader in het verhaal van de verloren zoon?

A

De oudste zoon

B

De jongste zoon

C

De moeder

D

De buurman

Wat deed de jongste zoon met zijn geld?

A

Hij spaarde alles

B

Hij gaf het uit

C

Hij gaf het weg

D

Hij begroef het

Hoe voelde de jongste zoon zich toen alles op was?

A

Trots

B

Verdrietig

C

Boos

D

Blij

Wat deed de vader toen zijn zoon terugkwam?

A

Hij liep weg

B

Hij strafte hem

C

Hij verstopte zich

D

Hij omhelsde hem

Wat was de reactie van de oudste zoon?

A

Boos en verbitterd

B

Blij

C

verrast

Wat kunnen wij leren van dit verhaal?

A

Je mag pesten

B

Vergeven is belangrijk

C

Geld is het belangrijkst

D

Weglopen lost alles op

Wat leren we over Jezus door het lezen van de parabels?