Toets: Filosofie en Technologie

Toets: 
Filosofie en Technologie
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdiensttoetsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Toets: 
Filosofie en Technologie

Slide 1 - Tekstslide

Deze toets bestaat uit

  • 12 meerkeuzevragen
  • 5 waar/ niet waar vragen
  • 1 sleepvraag
  • 6 open vragen

Slide 2 - Tekstslide

12 meerkeuze vragen
12 punten

Slide 3 - Tekstslide


In het boeddhisme wordt het proces van wedergeboorte en het bereiken van het Nirvana voornamelijk beïnvloed door:
A
Het strikt naleven van religieuze rituelen
B
De mate van gehechtheid en begeerte die iemand loslaat
C
Het strikt naleven van religieuze rituelen
D
Het uitvoeren van specifieke gebeden tijdens het leven

Slide 4 - Quizvraag


Wat is de Multiversum hypothese?
A
Een theorie die de oorsprong van het leven verklaart
B
Een theorie die het bestaan van God ontkent
C
Een theorie die slechts geldig is voor ons universum
D
Een theorie die als basis dient voor veel uitgangspunten over het ontstaan van de aarde

Slide 5 - Quizvraag


Welke van de volgende religies kent geen concept van een almachtige, persoonlijke god en richt zich in plaats daarvan op innerlijke verlichting en het beëindigen van de cyclus van wedergeboorte?
A
Boeddhisme
B
Islam
C
Hindoeïsme
D
Christendom

Slide 6 - Quizvraag


Wat houdt het Ietsisme in?
A
Dualistische geloofsprincipes, dogma's en openbaringen
B
Pantheïstische onpersoonlijke kenmerken, vrijblijvend en cyclisch denken
C
Monotheïstische overtuigingen, geboden en verboden
D
Atheïstische principes, strikte regels en voorschriften

Slide 7 - Quizvraag


Wat is het antropisch principe?
A
Ons universum heeft eigenschappen die het heeft vanwege ons bestaan
B
Het universum is ontworpen door een intelligent wezen
C
Het universum is willekeurig gevormd
D
Het universum is onveranderlijk

Slide 8 - Quizvraag


Waar gaat het eerste Godsbewijs van Thomas van Aquino over?
A
Verschillende gradaties van kwaliteiten
B
De bedoeling achter dingen
C
Het universum is plan van een ontwerper
D
Een oorzaak voor alle veranderingen

Slide 9 - Quizvraag


Argument 4: God als de .....
A
eerste oorzaak
B
noodzakelijke mogelijkheid
C
perfecte maatstaf
D
schepper

Slide 10 - Quizvraag


Wat betekent omnipotent?
A
Alziend
B
Alwetend
C
Almachtig
D
Alomtegenwoordig

Slide 11 - Quizvraag


Wat is nodig voor de vrijheid van de mens?
A
Dat de mens geen keuzes kan maken
B
Dat de mens zelf keuzes kan maken
C
Dat de mens zich realiseert dat hij in de matrix zit
D
Dat God de keuzes maakt voor de mens

Slide 12 - Quizvraag


Wat houdt het religieuze argument van het antropisch principe in?
A
God heeft het heelal zo gemaakt opdat wij mensen er konden leven.
B
God hield zoveel van de mensheid dat Hij zijn eigen Zoon heeft gegeven.
C
God heeft het heelal zo gemaakt dat er alleen leven mogelijk was voor mensen.
D
God heeft alleen mensen in dit heelal gecreëerd. Het heelal draait dus om de mensheid.

Slide 13 - Quizvraag


Het Ietsisme is lastig te definiëren. 
Maar welk punt hoort er zeker niet bij?
A
Pantheïstisch denken
B
Moraal
C
Cyclisch denken
D
Geen instituut

Slide 14 - Quizvraag


Wat beschrijft het theodiceeprobleem in de filosofie en religie?
A
De mogelijkheid van het bestaan van meerdere goden
B
De manier waarop religies hun rituelen en overtuigingen rechtvaardigen
C
De mogelijkheid van het bestaan van meerdere goden
D
De oorsprong van religieuze teksten en hun interpretaties

Slide 15 - Quizvraag

10 waar/ niet waar vragen
10 punten

Slide 16 - Tekstslide

Waar of niet waar?
Waar of niet waar?
Het ontologisch Godsbewijs gaat ervan uit dat er niks groter gedacht kan worden dan God en dat Hij daarom bestaat.
Het kalamargument beweert dat de ontstaansoorzaak van het heelal alle ruimte, alle materie en alle tijd is.
Het Ietsisme is vrijblijvend, eist niks van de mens.
Als je uitgaat van de hypothese multiversum
sluit je automatisch de hypothese God uit.
Het Theodiceeprobleem gaat over de vraag waarom er een God is?

Slide 17 - Sleepvraag

Waar of niet waar?
Waar of niet waar?
In de gezondheidszorg is een belangrijke ethische zorg bij het gebruik van AI het risico op privacyschending en misbruik van persoonlijke gezondheidsgegevens.
Bias" in AI-algoritmen betekent dat het algoritme onbedoeld discriminerende beslissingen maakt door scheve trainingsdata.
AI-systemen nemen altijd betere beslissingen dan mensen, ongeacht de context.
AI-systemen zijn volledig onbevooroordeeld en objectief, omdat ze gebaseerd zijn op wiskundige modellen.
Alle cyborgtechnologie is bedoeld om fysieke vermogens te verbeteren en kan niet worden toegepast voor cognitieve of neurologische ondersteuning.

Slide 18 - Sleepvraag

2 sleepvragen
8 punten

Slide 19 - Tekstslide

Zet het juiste quote bij de juiste persoon.
Anselmus
Lewis
Voltaire
Aquino
Als je goed kijkt, kun je meer van God ontdekken.
Als God alleen zou bestaan als "idee" en niet in de werkelijkheid dan zou God niet meer het ‘volmaakte’ kunnen zijn. 
Ik kan me niet voorstellen dat dit uurwerk geen klokkenmaker heeft.
God fluistert tot ons in onze vreugde; Hij spreekt in ons geweten, maar Hij roept luid in ons lijden. Dat lijden is de megafoon om een dove wereld wakker te schudden.

Slide 20 - Sleepvraag

Zet het juiste omschrijving bij het juiste begrip.
Trans
humanisme
Memes
Digitale 
Immortaliteit
Religie
Eeuwig leven in het hiernamaals
Gedragingen of culturele uitingen die zich verspreiden van persoon tot persoon ook na het overlijden van deze persoon.
De essentie van een persoon vastleggen in digitale vorm.
Het gebruik maken van technologie om de menselijke toestand te verbeteren.

Slide 21 - Sleepvraag

3 openvragen
6 punten 

Slide 22 - Tekstslide


Waarom kun je zeggen dat de moderne natuurwetenschap uitgaat van een
 “ontgoddelijkte werkelijkheid”? 

Slide 23 - Open vraag


Leg uit wat parallellen heelallen zijn en welke invloed die hebben op de wijze waarop men kijkt naar de uniciteit van de mens. 

Slide 24 - Open vraag


De eerste twee argumenten van de vijf godsbewijzen (Thomas van Aquino) sluiten aan bij een filosoof uit de oudheid.
Welke filosoof is dit en leg duidelijk uit wat de overeenkomsten zijn. 

Slide 25 - Open vraag

I
2 inzicht vragen
6 punten

Slide 26 - Tekstslide


Beschrijf een specifiek argument dat wordt gebruikt door voorstanders van evolutionistisch creationisme om de evolutietheorie te ondersteunen, terwijl ze tegelijkertijd een goddelijke rol in het scheppingsproces benadrukken.

Slide 27 - Open vraag


Leg de relatie uit tussen het concept van omnipotentie en het theodicee-probleem. 

Slide 28 - Open vraag