les 3 participatie

Vak: Participatie
Semester: 3  les 3
Docenten: Arianne Meijboom en  Samira Boulahri
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
MBO

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Vak: Participatie
Semester: 3  les 3
Docenten: Arianne Meijboom en  Samira Boulahri

Slide 1 - Tekstslide

Licentie check 
Iedereen dient een licentie te hebben van ThiemeMeulenhoff. Daarnaast heb je ook een werkende laptop met oplader. Zonder deze onderwijsmiddelen kan je mijn lessen niet deelnemen. Je wordt uit de les uitgestuurd en in die tijd mag je de onderwijsmiddelen regelen. Als het geregeld is, mag je de les weer in. Of je hebt een rode kaart die getekend is door de coördinator.

Slide 2 - Tekstslide

Programma 
  • Doel van de les
  • Terugblik/herhaling les 2
  • Filmpje participatie maatschappij.
  • Vragen over het filmpje. 
  • Afsluiting.  Zijn er nog vragen?




Slide 3 - Tekstslide

doel van de les :
De student kan omschrijven wat een participatie 
maatschappij is. 

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik
Vorige week hebben jullie les gehad.

Wat weet je nog?

Jullie krijgen terugblik-vragen..

Slide 5 - Tekstslide

Wat is participatie?

Slide 6 - Open vraag

Het indelen van participatie
Participatie breed en smal;
Actieve en passieve participatie;
Participatie afgebakend naar domein;
Indeling naar doel en mate van interactie.

Slide 7 - Tekstslide

Participatie breed en smal
Bij een brede opvatting gaat het om het meedoen aan het maatschappelijke verkeer in al zijn facetten en ook andere vormen van betrokkenheid, zoals op de blijven van nieuws en actualiteit.
Bij een smalle opvatting  draait het om deelname aan een bepaalde activiteit.
Kun je voorbeelden benoemen ?

Slide 8 - Tekstslide

Actieve en passieve participatie
Het verschil tussen actieve en passieve participatie is de inzet die het vraagt van de deelnemer.

Slide 9 - Tekstslide

Iemand die lid is van een bijv. een natuurorganisatie doet aan...
A
Passieve participatie
B
Actieve participatie

Slide 10 - Quizvraag

Participatie afgebakend naar domein
  1. Eigen inkomen 
  2. Zelfstandig functioneren
  3. Opdoen van vaardigheden
  4. Sociale contacten
  5. Maatschappelijke bijdragen
  6. Maatschappelijk deelnemen

Slide 11 - Tekstslide

Participatie is belangrijk op de gebieden scholing, vrije tijd en werk

Scholing: ieder het recht heeft zich te ontplooien, zich te leren te ontwikkelen. Je kunt hier spreken van ontwikkelingsgerichte activiteiten.
Vrije tijd: ieder het recht heeft om zicht te ontspannen, om zich verbonden te voelen, om te leven en beleven. Je kunt hier spreken van belevingsgerichte activiteiten.
Werk: ieder het recht heeft op waardering voor zijn prestaties en de verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan zijn eigen (economische) bestaan.

Slide 12 - Tekstslide

Ontwikkelingsgerichte activiteiten sluiten goed aan op het gebied van;
A
Scholing
B
Vrije tijd
C
Werk
D
Sport

Slide 13 - Quizvraag

Belevingsgerichte activiteiten sluiten goed aan op het gebied van
A
Vrije tijd
B
Ontplooien
C
Waardering
D
Deelname

Slide 14 - Quizvraag

Participatieladder
geeft houvast en kaders om doelen en activiteiten op in te richten

Slide 15 - Tekstslide

Indeling naar doel en mate van interactie

Slide 16 - Tekstslide

Benoem de 6 tredes van het participatieladder

Slide 17 - Woordweb

Wat is Emancipatie?
A
Opkomen voor jezelf
B
Opkomen voor anderen die kwestbaar zijn
C
Nee durven zeggen
D
Deelnemen

Slide 18 - Quizvraag

Vijf belangrijke aandachtspunten in het proces van emancipatie
Gelijkwaardigheid: belangrijk hierbij zijn wederzijdse communicatie.
Keuzevrijheid: dit kiezen is voor een aantal cliënten geen eenvoudige zaak en vraagt van jou specifieke benaderingsmethodieken,
Ondersteuning: hierbij ga je uit van het principe van flexibiliteit en vraaggericht werken.
Sociale (ondersteuning) netwerken: rekening houden met de ervaringsdeskundigheid van de omgeving is erg belangrijk.
Respectvolle bejegening deze grondhouding is een voorwaarde voor een emancipatorisch gericht benadering.

Slide 19 - Tekstslide

Wat betekent sociale inclusie?
A
Sociale inclusie betekent de insluiting van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten.
B
Het betekent dat de maatschappij zich aanpast, zodat groepen in een achterstandssituatie kunnen meedoen in een reguliere leven

Slide 20 - Quizvraag

Dagbesteding
is een doelgerichte, zo veel mogelijk zingevende gestructureerde invulling van activiteiten om de tijd die je tot je beschikking hebt te besteden?

Slide 21 - Tekstslide

Vier aspecten van dagbesteding
De persoon die aan de dagbesteding meedoet;
de aard van de dagbesteding zelf;
de omgeving waarin de dagbesteding plaatsvindt;
de waarde van dagbesteding

Slide 22 - Tekstslide

Wat kan je de client aanleren?
Gedrag;
Zingeving;
Competenties;
Werken
Vrije tijd
Scholing

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Link

Beantwoord de vragen over het filmpje
1. Wat houdt de Participatiewet in?

2. Vind jij dat iedereen recht heeft op een uitkering die een beperking hebben, waarom wel/waarom niet? 
3. In de docu kreeg Mari de vraag of hij bereid is om ander werk te accepteren dan zijn eerst voorkeur. Wat zou jij antwoorden als jij in dezelfde situatie als Mari staat? Beargumenteer je antwoord.

Slide 25 - Tekstslide

'Aan het einde van de online en zelfstandige
lessen kan je omschrijven hoe regie kan worden ingezet op de leefgebieden'

Laat dit weten aan de hand van de smileys
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Huiswerk voor volgende week.
Zoek de betekenis op van de volgende begrippen
  • (Re-) integratie
  • Separatie
  • Normalisatie
  • Rehabilitatie
  • Resocialisatie
  • Inclusie
  • ICF 






Slide 27 - Tekstslide