2TL Theme 1 lesson 8 mde

2 TL Theme 1 lesson 8
  • starting activity
  • lesson goal
  • discuss grammar 3
  • do exercise 27 and 28
  • discuss exercise 27 and 28
  • do quizlet 
  • look back and look forward
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

2 TL Theme 1 lesson 8
  • starting activity
  • lesson goal
  • discuss grammar 3
  • do exercise 27 and 28
  • discuss exercise 27 and 28
  • do quizlet 
  • look back and look forward

Slide 1 - Tekstslide

Starting Activity
Some of you will get a mini-mark, so no talking!



Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

2 TL Theme 1 lesson 8
  • starting activity
  • lesson goal
  • discuss grammar 3
  • do exercise 27 and 28
  • discuss exercise 27 and 28
  • do quizlet 
  • look back and look forward

Slide 4 - Tekstslide

Lesson Goal

At the end of this lesson
you know how to use
the past tense
of regular and irregular verbs

Slide 5 - Tekstslide

2 TL Theme 1 lesson 8
  • starting activity
  • lesson goal
  • discuss grammar 3
  • do exercise 27 and 28
  • discuss exercise 27 and 28
  • do quizlet 
  • look back and look forward

Slide 6 - Tekstslide

Wanneer gebruik je de past simple?


Als iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen:

I was at home yesterday.
They were in Egypt in 2015.

Slide 7 - Tekstslide

To be: was / were
  • I                           was
  • you                    were
  • he (John)         was
  • she (Janet)     was 
  • it                           was
  • we                        were
  • you                      were
  • they                     were

Slide 8 - Tekstslide

Vragen met      was/were
Als je een vraag wilt maken met was of were, zet je was of were vooraan de zin en een vraagteken achteraan:

He was very funny.
Was he very funny?

They were in Spain last year.
Were they in Spain last year?

Slide 9 - Tekstslide

Ontkenningen met     was/were
Als je een ontkenning wilt maken met was of were zet je er NOT achter. Meestal verkort: N'T

He was a funny boy.                                   They were very happy.
He was not a funny boy.                           They were not very happy.
He wasn't a funny boy.                               They weren't very happy.

Slide 10 - Tekstslide

Maak een vraag:
James was the best player.

Slide 11 - Open vraag

Maak een ontkenning:
They were happy together.

Slide 12 - Open vraag

Let op de spelling!
Sommige ww hebben al een -e, daar komt alleen een -d bij.
- They live in Amsterdam -> They lived in Amsterdam.

Sommige ww eindeigen op een -y:
- klinker+y = ed:          play -> played
- medeklinker+y:        try -> tried

Slide 13 - Tekstslide

Past Simple: regular verbs
Als je verleden tijd wilt maken van een regelmatig werkwoord, zet je -ed achter de stam.

Yesterday, I walked in the park.

Slide 14 - Tekstslide

Vragen maken met regelmatige werkwoorden in de VT

They lived in New York.

Did they live in New York?

1. Zet did voor de zin
2. Zet het ww in de TT
3. Vraagteken

Slide 15 - Tekstslide

Ontkenningen maken met regelmatige werkwoorden in de VT

They lived in New York.

They didn't live in New York.

1. Zet didn't voor het WW
2. Zet het ww in de TT

Slide 16 - Tekstslide

Zet het werkwoord in de verleden tijd.
They..........each other (kiss)

Slide 17 - Open vraag

Maak van deze zin een vraag:
They loved each other.

Slide 18 - Open vraag

Maak van deze zin een ontkenning:
She walked alone.

Slide 19 - Open vraag

Past Simple: irregular verbs
onregelmatige werkwoorden hebben een eigen vorm in de verleden tijd, er komt dus geen -d achter.

to buy    - she bought a present for him
to go      - she went to Walibi this summer
to write - he wrote a letter yesterday

Slide 20 - Tekstslide

Vragen maken met ONregelmatige werkwoorden in de VT

She bought a present.

Did she buy a present?

1. Zet did voor de zin
2. Zet het ww in de TT
3. Vraagteken

Slide 21 - Tekstslide

Ontkenningen maken met ONregelmatige werkwoorden in de VT

They wrote a letter
They didn't write in New York.

1. Zet didn't voor het WW
2. Zet het ww in de TT

Slide 22 - Tekstslide

Maak van deze zin een vraag:
She went home.

Slide 23 - Open vraag

Maak van deze zin een ontkenning:
They found a dog.

Slide 24 - Open vraag

2 TL Theme 1 lesson 8
  • starting activity
  • lesson goal
  • discuss grammar 3
  • do exercise 27 and 28
  • discuss exercise 27 and 28
  • do quizlet 
  • look back and look forward

Slide 25 - Tekstslide

Do exercise 27 and 28 on page 22 AB


Use GS23 on page 161 TB
You have 10 minutes.
Finished? Study words of Theme 1

Slide 26 - Tekstslide

2 TL Theme 1 lesson 8
  • starting activity
  • lesson goal
  • discuss grammar 3
  • do exercise 27 and 28
  • discuss exercise 27 and 28
  • do quizlet 
  • look back and look forward

Slide 27 - Tekstslide

2 TL Theme 1 lesson 8
  • starting activity
  • lesson goal
  • discuss grammar 3
  • do exercise 27 and 28
  • discuss exercise 27 and 28
  • do quizlet 
  • look back and look forward

Slide 28 - Tekstslide