Pluriforme samenleving hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2 Pluriforme samenleving
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2 Pluriforme samenleving

Slide 1 - Tekstslide

Korte herhaling vorige week
  • Wanneer ben je een 'autochtoon'?
  • Wanneer ben je een 'allochtoon'?
  • Welke 4 kenmerken heeft de Nederlandse pluriforme samenleving?
    De volgende vragen gaan hierover:


Slide 2 - Tekstslide



Wanneer ben je allochtoon?
A
als je een andere huidskleur hebt
B
als je buiten Europa geboren bent
C
als jij of één van je ouders buiten Nederland geboren is
D
als je in Nederland geboren bent

Slide 3 - Quizvraag



Het woord Pluriform betekent:
A
veel talen
B
veel landen
C
veel mensen
D
veelkleurig

Slide 4 - Quizvraag


Kenmerken van een pluriforme samenleving zijn:
A
Er is één dominante cultuur en veel subculturen
B
Er is maar één godsdienst toegestaan
C
subculturen zijn verboden

Slide 5 - Quizvraag


De nederlandse taal hoort bij:
A
de nederlandse etnische cultuur
B
de nederlandse subcultuur
C
de dominante duitse cultuur
D
de dominante nederlandse cultuur

Slide 6 - Quizvraag

Reden 1: Werk
-Gastarbeiders na de Tweede Wereldoorlog.
-Tegenwoordig alleen toestemming voor mensen uit landen uit de EU.

-Zijn er uitzonderingen?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Waarom kwamen er gastarbeiders naar Nederland rond 1970?
A
Omdat er een tekort was aan personeel
B
Omdat zij op de vlucht waren

Slide 9 - Quizvraag

Waarom noemen we deze mensen Gastarbeiders
A
Omdat ze hier in hotels verbleven
B
omdat wij ze niet betaalden, alleen hun hotel
C
omdat we een uitwisseling met hen hadden
D
Omdat ze hier te gast waren

Slide 10 - Quizvraag

Reden 2: Vluchten

-Om welke redenen vluchten mensen?

-Bescherming staat voorop.

Slide 11 - Tekstslide

4

Slide 12 - Video

00:24
In welke plaats in deze video komen de vluchtelingen aan?
A
Madrid in Spanje
B
Cadiz, kust van Spanje
C
Lesbos, Griekenland
D
Mallorca, kust van Spanje

Slide 13 - Quizvraag

01:15

Wanneer mag je blijven in Europa?
A
als je werk hebt in Europa
B
als je een paspoort bij je hebt
C
als het echt onveilig is in je eigen land
D
als je hier meer geld kan verdienen

Slide 14 - Quizvraag

02:06
Hoe willen de regeringsleiders voorkomen dat er vluchtelingen naar Europa komen?
A
strengere paspoortcontroles
B
zorgen voor veiligere thuislanden
C
geld beloven als ze terug gaan
D
de bootjes terug sturen

Slide 15 - Quizvraag

02:06
Wat zou voor jou een reden zijn om te vluchten?

Slide 16 - Open vraag

Reden 3: kolonies

-Vroeger ging het om handel.
-Na zelfstandigheid van kolonies komen veel mensen naar Nederland.

Slide 17 - Tekstslide

2

Slide 18 - Video

00:16
Welke landen waren onze koloniën?
A
Suriname, Indonesië, en de Nederlandse Antillen
B
Italië, Spanje en Egypte
C
Turkije en Marocco
D
China, Frankrijk en Mexico

Slide 19 - Quizvraag

01:23
Om welk land werd door ons leger 4 jaar lang gevochten?
A
Zuid Afrika
B
Indonesië
C
België
D
China

Slide 20 - Quizvraag

Reden 4: Gezin
-Gezinshereniging en gezinsvorming.

-Voorwaarden

Slide 21 - Tekstslide

1

Slide 22 - Video

00:38

hoe noem je het als gezinnen weer herenigd worden?
A
land hereniging
B
familie bijeenkomst
C
gezinshereniging
D
gastgezinnen

Slide 23 - Quizvraag

Integratie
Integratie: Je aanpassen aan de nieuwe cultuur, maar ook
een deel van de oude cultuur behouden.


Kun je een voorbeeld noemen?







Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

De komst van nieuwkomers kan leiden tot spanningen. Waardoor ontstaan deze spanningen?

- Zowel Nederlanders als nieuwkomers krijgen te maken met veranderingen.

- Er zijn verschillende normen en waarden, waardoor mensen elkaar niet begrijpen.

- Mensen hebben vooroordelen.

- Vooroordelen kunnen leiden tot discriminatie (= mensen ongelijk behandelen in gelijke gevalllen).

Slide 26 - Tekstslide

filmpje
We gaan een filmpje bekijken. Welke vooroordelen zie je in het filmpje?


vooroordeel
Als je iets zegt over iets of iemand terwijl je de feiten niet kent.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Welke vooroordelen heb je gezien in het filmpje?

Slide 29 - Open vraag

Respect en tolerantie
Integratie lukt alleen als er respect en tolerantie is voor elkaar. Tolerantie: je hebt er geen problemen mee als mensen andere meningen heeft dan jijzelf.

Hoe tolerant ben jij?

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide