H2: woordenschat H5+H6 (vr 12 mei)

Opdracht (1)
Leer de woordenlijst van H5 en H6 zo goed mogelijk (de lijst staat op Classroom). LET OP: voor dit spel leer je alleen de woorden en niet de uitdrukkingen.




timer
10:00
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Opdracht (1)
Leer de woordenlijst van H5 en H6 zo goed mogelijk (de lijst staat op Classroom). LET OP: voor dit spel leer je alleen de woorden en niet de uitdrukkingen.




timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Opdracht (2)
Schrijf in de eerste bingokaart (de linker) 9 verschillende woorden op uit de woordenlijst. LET OP: in ieder vakje komt 1 woord. 



timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht (3)
Ik noem verschillende betekenissen op uit de woordenlijst. Hoor jij de betekenis die past bij één van jouw gekozen woorden, dan mag je dit woord wegkruisen. LET OP: zet een kruis door het woord en kras het woord niet helemaal weg. 


Slide 3 - Tekstslide

Regels
Ronde 1: één verticale / horizontale lijn.
Ronde 2: volle kaart.

Foute bingo = liedje zingen!!!

Slide 4 - Tekstslide

Aan de slag 
H6 woordenschat: oude naamvallen
Maak opdracht 1 t/m 3 op bladzijde 184.

Klaar?

- Leer de woordenlijsten (zie Classroom).
- Lezen uit leesboek.
- Leren voor de toets.

Slide 5 - Tekstslide

Woordenschat H5 + H6
Uitdrukkingen uit de handel en scheepvaart + 
Oude naamvallen 

Slide 6 - Tekstslide

Handel en scheepvaart
Nederland is van oudsher een handelsland. De scheepvaart speelde daarbij een belangrijke rol.

Aan de handel en de scheepvaart hebben we veel spreekwoorden en uitdrukkingen te danken.

Voorbeelden:
- over een andere boeg gooien (het op een andere manier proberen)
- aan de grond zitten (geen geld meer hebben).



Slide 7 - Tekstslide

Welke uitdrukking uit de handel of scheepvaart ken je nog?

Slide 8 - Open vraag

de leiding hebben
failliet gaan
betalen
duur zijn
samenwerken
aan het roer staan
op de fles gaan
over de brug komen
aan de prijs zijn
in zee gaan (met)

Slide 9 - Sleepvraag

bloei, rijkdom
ze zijn het eens
versieren, mooi maken
toestaan
met grote menigte
welvaart
eenstemmig
opdirken
veroorloven
massaal

Slide 10 - Sleepvraag

voorlopig
nu
mogelijkheid
volop
rijken
vooralsnog
momenteel
optie
ruimschoots
kapitaalkrachtigen

Slide 11 - Sleepvraag

Wat betekent deze uitdrukking?

"Bakzeil halen"
A
terugkrabbelen
B
boodschappen doen
C
duur zijn
D
failliet gaan

Slide 12 - Quizvraag

Wat betekent deze uitdrukking?

"Een streep door de rekening"
A
korting krijgen
B
een tegenvaller
C
duur zijn
D
weglopen

Slide 13 - Quizvraag

Wat betekent deze uitdrukking?

"Een brug te ver zijn"
A
populair zijn
B
duur zijn
C
toezicht houden
D
te ver gaan

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekent deze uitdrukking?

"Een oogje in het zeil houden"
A
toezicht houden
B
iemand voor de gek houden
C
populair zijn
D
varen

Slide 15 - Quizvraag

Wat betekent deze uitdrukking?

"Tussen wal en schip vallen"
A
geluk hebben
B
nergens bij horen
C
failliet gaan
D
een tegenvaller

Slide 16 - Quizvraag

Vragen over hoofdstuk 5?

Slide 17 - Tekstslide

Hoofdstuk 6
Oude naamvallen

Slide 18 - Tekstslide

Oude naamvallen

In het Nederlands vind je nog sporen van oude naamvallen. Bijvoorbeeld in ’s avonds, een verkorting van de tweede naamval des avonds (= in de avond). 
Andere voorbeelden zijn: ten strengste verboden (= echt niet toegestaan) en ter controle (= om te controleren, onderzoeken)

Slide 19 - Tekstslide

Zo herken je oude naamvallen
Oude naamvallen bestaan vaak uit verbogen vormen van de en te:
– den: aan den lijve;
– der: in naam der wet;
– des: de vader des vaderlands;
– ten: ten val brengen;
– ter: ter plaatse.

Slide 20 - Tekstslide

Welk woord past er op de puntjes? Kies uit: den, der, des, ten en ter.

In het verzorgingstehuis zijn veel oudjes slecht ... been.

Slide 21 - Open vraag

Welk woord past er op de puntjes? Kies uit: den, der, des, ten en ter.

Ben jij op het schoolfeest door die jongen ... dans gevraagd?

Slide 22 - Open vraag

Welk woord past er op de puntjes? Kies uit: den, der, des, ten en ter.

Mijn ouders waren ... duivels toen ik weer te laat thuis was.

Slide 23 - Open vraag

Welk woord past er op de puntjes? Kies uit: den, der, des, ten en ter.

Youri heeft nog nooit iets ... nadele van jou gezegd.

Slide 24 - Open vraag

Welk woord past er op de puntjes? Kies uit: den, der, des, ten en ter.

Het monument heeft de tand ... tijds goed doorstaan.

Slide 25 - Open vraag

Welk woord past er op de puntjes? Kies uit: den, der, des, ten en ter.

Afkijken tijdens een toets is uit ... boze.

Slide 26 - Open vraag

Welk woord past er op de puntjes? Kies uit: den, der, des, ten en ter.

Ik heb een vaas ... waarde van duizenden euro's laten vallen.

Slide 27 - Open vraag

hervatten
hectische
grut
onder de pannen
begonnen weer
zeer drukke
op een veilige plek
kleine kinderen

Slide 28 - Sleepvraag

gemorreld
verrichten
te benijden
trekken aan het korste eind
geprobeerd te veranderen
doen
zijn er het slechtste aan toe
om jaloers op te zijn

Slide 29 - Sleepvraag

bijspijkercursus
zijn vruchten afgeworpen
subsidie
reduceren
extra lessen
succes opgeleverd
verminderen
financiële steun 

Slide 30 - Sleepvraag

Vragen over hoofdstuk 6?

Slide 31 - Tekstslide

Toets volgende week maandag
Wat moet je kennen/kunnen:
  • Lezen H5 
  • Woordenschat H5 + woordenlijst
  • Lezen H6
  • Woordenschat H6 + woordenlijst 

Slide 32 - Tekstslide