10. Bijvoeglijk naamwoorden

Het bijvoeglijk naamwoord
Het oude huis                       La casa antigua
Het mooie huis                     La casa bonita
De rode kast                           El armario rojo
De lelijke kast                         El armario feo

Let op:
In het Spaans staat het bijvoeglijk naamwoord (bijna altijd) achter het zelfstandig naamwoord.
Een woord wat iets zegt over een zelfstandig naamwoord. (Een zelfstandig naamwoord zijn alle woorden waar je de/het/een voor kan zetten.)
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Het bijvoeglijk naamwoord
Het oude huis                       La casa antigua
Het mooie huis                     La casa bonita
De rode kast                           El armario rojo
De lelijke kast                         El armario feo

Let op:
In het Spaans staat het bijvoeglijk naamwoord (bijna altijd) achter het zelfstandig naamwoord.
Een woord wat iets zegt over een zelfstandig naamwoord. (Een zelfstandig naamwoord zijn alle woorden waar je de/het/een voor kan zetten.)

Slide 1 - Tekstslide

Meervoud
In periode 1 heb je geleerd hoe je meervoudsvormen maakt:
Eindigt een woord op een klinker? +S
Eindigt een woord op een medeklinker? +ES





Let op: In het Spaans pas je dus alle woorden aan naar het meervoud!


De oude huizen                      Las casas antiguas
De mooie huizen                    Las casas bonitas
De rode kasten                        Los armarios rojos
De lelijke kasten                      Los armarios feos

Slide 2 - Tekstslide

Mannelijk of vrouwelijk?
Hoe weet je ook alweer of een zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is?

Mannelijke woorden eindigen op: o, or, aje
armario(kast), comedor(eetkamer), garaje(garage)

Vrouwelijke woorden eindigen op: a, ción, sión, dad, tad
casa(huis), estación(station), versión(versie) navidad(kerst), amistad(vriendschap)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Er zijn twee groepen 
bijvoeglijk naamwoorden
Groep 1
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
o
a
meervoud
os
as
Groep 2
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
basiswoord
basiswoord
meervoud
+s of +es
+s of +es
Woorden die eindigen op -0
Woorden die niet eindigen op -0
Bonito - Bonita
Bonitos - Bonitas         (mooi)

Una casa bonita - Un libro bonito
Verde - Verde
Verdes - Verdes            (groen)

Una casa verde - Un libro verde

Slide 5 - Tekstslide

¡A practicar!
Maken: opdracht 1, 2, 3 en 4. 
Libro del alumno (tekstboek) pagina 34.



Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

horrible
divertida
pequeña
buena
interesante
genial
X
X
X
X
X
X
X
X
(dit is een uitzondering)

Slide 9 - Tekstslide

hombres
borradores
ordenadores
carpetas
libros
peces
a
o
e
es

Slide 10 - Tekstslide

Het bijvoeglijk naamwoord
  • Er zijn 2 groepen (eindigen op een o OF eindigen niet op o) 
  • Ze staan bijna altijd achter het zelfstandig naamwoord.
  • Bijvoeglijk naamwoorden passen zich aan aan het zelfstandig naamwoord. (geslacht en getal)

VOORBEELD:
La mesa roja (de rode tafel)      las mesas rojas (de rode tafels)
El libro rojo (het rode boek)       los libros rojos (de rode boeken)

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Hablar de preferencias
Wat is je favoriete dier?
Mijn favoriete dier is ...

Wat is je favoriete sport?
Mijn favoriete sport is .... 

Wat is je favoriete eten?
Mijn favoriete eten is ... 


Vertaal de zinnen in je schrift. Vul ze aan met jouw voorkeuren. Wat is je favoriete dier?
Deze woorden mag je opzoeken!

timer
10:00
Escribe en tu cuaderno

Slide 14 - Tekstslide

Expresar opinión 
(mening geven)
fantastisch
geweldig
geniaal
grappig/leuk
interessant
saai
verschrikkelijk

Slide 15 - Tekstslide

Hoe kan je reageren?
ik niet 
ja, dat is waar.
Creo que no.

Slide 16 - Tekstslide

Je mening geven
Creo que ....... es .......
Voorbeelden:
Creo que el fútbol es genial.        
Creo que la casa es bonita.
Creo que el libro es bonito.


Slide 17 - Tekstslide

Geef je mening over bovenstaande onderwerpen.
Schrijf zinnen in je schrift. 

Voorbeeld:
(El fútbol) Creo que Messi es fantástico

Slide 18 - Tekstslide

Je mening geven
1. Creo que el fútbol es ....   (fantástico)               < mannelijk
2. Creo que la comida es ...   (rica / deliciosa)   < vrouwelijk.
3. Creo que la música es ...   (divertida)                < vrouwelijk
4. Creo que los países son ...  (interesantes)      < mannelijk, meervoud

Controleer goed of je de bijvoeglijk naamwoorden op de juiste manier hebt geschreven.
(mannelijk/vrouwelijk/enkelvoud/meervoud)

Let op: wanneer je je mening geeft over meerdere dingen (meervoud), dan gebruik je het werkwoord ook in het meervoud. ES = SON. 

Slide 19 - Tekstslide

¡A practicar!

Haz (maak): 
Werkboek pagina 12 opdracht 2.5 + 2.6 + 2.9
Let op 2.5 bevat onregelmatige woorden.

Estudiar (leren): 
De woordenschat uit deze LessonUp.
Oefen met onderstaande opdrachten
Ga naar: www.interglot.com > typ je woord in > in het grijs vind je tussen [ ] het juiste lidwoord.

Slide 20 - Tekstslide

Lees de volgende woorden en schrijf el of la ervoor.
Ga naar: www.interglot.com > typ je woord in > in het grijs vind je tussen [ ] het juiste lidwoord.

Slide 21 - Tekstslide

2.6. Schrijf het meervoud van deze woorden

   (vergeet het lidwoord niet) 

Slide 22 - Tekstslide

2.9 Kies in elk geval het juiste bijvoeglijke voornaamwoord.

a. Mi teléfono móvil es negro / negros
b. Mi clase es grandes / grande
c. María está contento / contenta
d. Las carpetas son rojos / rojas
e. Mi sofá es grande / grandes
f. Tengo unas gafas nueva / nuevas
g. Los árboles son verdes / verde
h. Es una chica alta / alta y simpática / simpáticas
i. El nuevo / nueva profesor es muy  simpático / simpática
.








Slide 23 - Tekstslide