paragraaf 4.3 deel 1
hofcultuur
VWO 4 periode 4
paragraaf 4.3 deel 1
hofcultuur
VWO 4 periode 4
Wat weet je nog van de vorige les?
Vraag 30
De schilderijen van Caravaggio en Gentileschi zijn typisch voor de barok.
Welke combinatie van kenmerken komt in beide voor?
Dynamische scène en sterk licht-donkercontrast
Symmetrische compositie en egale belichting
Rustige voorstelling en zachte kleuren
Abstracte vormen en decoratieve patronen
Vraag 30 (verdieping)
Welk kenmerk hoort bij de voorstelling van barokke schilderkunst?
Gebruik van diagonale lijnen
Moment suprême (beslissend moment)
Licht-donkercontrast
Compositie
Vraag 31
Waarom konden vrouwelijke kunstenaars vooral carrière maken in een klooster of aan het hof?
Ze hadden daar minder zorgtaken en verplichtingen
Ze hadden daar volledige artistieke vrijheid
Ze konden daar zelfstandig zonder beperkingen werken
Ze hoefden daar geen religieuze regels te volgen
Vraag 31
Waarom hadden vrouwen in het algemeen minder kansen als kunstenaar?
Door gebrek aan materialen
Door gebrek aan interesse
Door gebrek aan talent
Door maatschappelijke beperkingen en rolverdeling
Vraag 32
Welke kenmerken horen niet bij barokke beeldhouwkunst zoals bij Bernini?
Dynamiek en beweging
Diagonale compositie
Sterk licht-donker effect
Strakke symmetrie
Vraag 32 (verdieping)
Waarom wordt het werk van Bernini vaak als ‘theatraal’ beschreven?
Door dramatische houdingen en gebruik van licht
Door eenvoudige vormen
Door symmetrische composities
Door abstracte vormgeving
Vraag 33
Waarom wordt Rome in de zestiende eeuw grootschalig vernieuwd?
Om de glorie van het Romeinse Rijk te herstellen
Om de positie van de katholieke kerk te versterken
Om minder religieus te worden
Om kunst te verminderen
Vraag 33
Waarom gebruikt de katholieke kerk juist in deze periode veel kunst?
Om gelovigen te overtuigen en te beïnvloeden
Alleen voor decoratie
Omdat kunstenaars dat willen
Omdat kunst goedkoper is
HERHALING 4.2 (barok)
Barok = emotie en dramatiek
Kunst als propaganda
Kerk beïnvloedt publiek
Noem 1 kenmerk van barok (vormgeving of voorstelling)
OVERGANG NAAR 4.3
Van pauselijk hof → naar vorstenhoven
Macht verschuift naar koningen
Kunst blijft middel van propaganda
Niet alleen de kerk gebruikt kunst — ook vorsten.
Residenz München
Paleis van de vorst
Centrum van macht
Luxe en rijkdom zichtbaar
Hof = plek waar kunst, politiek en cultuur samenkomen
Hofcultuur in München
Kunst en muziek belangrijk
Vorst toont status via cultuur
Internationale invloed
Waarom investeert een vorst in kunst?
Orlando di Lasso
Componist (16e eeuw)
Werkt aan hof in München
Internationaal bekend
reist door Europa
combineert stijlen
Muziek & invloed
Muziek verspreidt zich via reizen
Combinatie van stijlen
Gedrukte muziek (drukpers)
Waarom is zijn invloed zo groot?
Spanje: Escorial
Paleis + klooster
Macht en religie gecombineerd
Strenge, sobere uitstraling
anders dan Italië → minder uitbundig
Betekenis Escorial
Absolute macht
Religieuze controle
Disciplinering
Wat zegt dit gebouw over de koning?
Engeland: Theatercultuur
Theater groeit sterk
Publiek vermaak
Commerciële kunst
Lord Chamberlain’s Men
Toneelgezelschap
Werkt met Shakespeare
Eigen inkomsten
anders dan hof → zelfstandiger
Othello (Shakespeare)
Thema’s: macht, jaloezie, liefde
Universele verhalen
Herkenbaar voor publiek
Vernieuwend omdat
Nieuwe verhalen (geen kopieën)
Eigen theatergezelschap
Tijdloze thema’s
Istanbul hof
Centrum van Ottomaans rijk
Andere cultuur dan Europa
Kunst sterk decoratief
Moskee van Süleyman
Grote koepel
Symmetrie
Religieuze functie
Keramiek
Rijke patronen
Veel kleur
Decoratief
Kalligrafie
Schrijven als kunst
Religieuze teksten
Geen afbeeldingen van mensen
Janitsaren (muziek)
Militair orkest
Ritme en kracht
Invloed op Europese muziek
Invloed
Meer slagwerk in Europa
Krachtiger muziek
Militair gebruik
Samenvatting
Kunst = macht (overal)
Verschillende stijlen per regio
Hofcultuur verschilt per land