Vermenigvuldigen: uitleg en interactieve oefeningen

Vermenigvuldigen stap voor stap

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWiskundeLager onderwijsLeerjaar 1-6

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Vermenigvuldigen stap voor stap

Open met herkenbare context: in de klas, op de speelplaats of in de winkel kom je vaak gelijke groepjes tegen. Deze les bouwt op van concreet tellen naar een vaste rekenstrategie.

Dit ga ik leren

Ik kan vermenigvuldigingen begrijpen als gelijke groepjes, ze correct uitrekenen en mijn antwoord controleren.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden denk jij bij vermenigvuldigen?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen, zoals groepjes, keer, tafels, sprongen of rijen. Pik ook misvattingen op om later te bespreken.

Korte introductie

In deze interactieve wiskundeles over vermenigvuldigen leren leerlingen vermenigvuldigen stap voor stap begrijpen en toepassen. De les bevat duidelijke uitleg, visuele voorbeelden, gerichte oefeningen en formatieve vragen. Direct inzetbaar in LessonUp voor het Vlaamse lager onderwijs.

Deze tekst is letterlijk overgenomen zoals gevraagd. Houd deze slide kort als start van de les.

Wat betekent vermenigvuldigen?

  • Vermenigvuldigen gaat over gelijke groepjes

  • Je telt niet alles één voor één

  • Je rekent sneller met groepjes van evenveel

Vertrek vanuit concrete voorwerpen: 3 zakjes met telkens 4 knikkers, 5 tafels met telkens 2 stoelen. Benadruk dat de groepjes even groot moeten zijn.

Van herhaald optellen naar ×

Vermenigvuldigen is een korte manier om herhaald op te tellen.


  • 4 + 4 + 4 = 12

  • Dat schrijven we als 3 × 4 = 12

  • Dat betekent: 3 groepjes van 4

Veel leerlingen lezen 3 × 4 als 'drie keer vier' zonder betekenis. Koppel het telkens terug aan groepjes: aantal groepjes en aantal in elk groepje.

Een voorbeeld uit de klas

  • 5 doosjes met telkens 2 potloden

  • 5 + 2 is fout

  • Wel: 2 + 2 + 2 + 2 + 2 = 10

  • Dus: 5 × 2 = 10

Leg het veelgemaakte misverstand uit: leerlingen tellen soms het aantal groepjes en het aantal in een groep op. Toon waarom dat niet hetzelfde is als alle voorwerpen tellen.

Zo lees je een vermenigvuldiging

  • 3 × 4 lees je als: 3 groepjes van 4

  • Het eerste getal = aantal groepjes

  • Het tweede getal = aantal in elk groepje

  • De uitkomst heet het product

Gebruik consequent dezelfde taal: groepjes, in elk groepje, product. Dat ondersteunt later het begrijpen van verhaaltjessommen.

Wat betekent 3 × 4?

A

3 groepjes van 4

B

3 en 4 samen

C

4 minder dan 3

D

1 groepje van 7

Sluit aan bij de slides over gelijke groepjes en herhaald optellen. Een veelgemaakte fout is 3 en 4 optellen.

Vul de juiste woorden in

Bij vermenigvuldigen werk je met gelijke groepjes. Bij 3 × 4 heb je 3 groepjes met telkens 4. De uitkomst noem je het product.

gelijke groepjes
3 groepjes
4
product
som
7
4 groepjes
optellen

Alle begrippen komen letterlijk uit de vorige slides: gelijke groepjes, 3 groepjes, 4 in elk groepje en product.

Rijen en kolommen

  • Een rechthoekig patroon helpt om te zien

  • 3 rijen van 4 is 3 × 4

  • Je kunt ook kolommen tellen

  • Zo zie je snel hoeveel er samen zijn

Gebruik een eierdoos, stoelen in rijen of tegels op de speelplaats als herkenbaar Vlaams voorbeeld van een array of rooster.

Twee manieren, zelfde uitkomst

  • 3 × 4 = 12

  • 4 × 3 = 12

  • Je draait het aantal groepjes en de grootte om

  • De uitkomst blijft gelijk

Noem dit nog niet per se formeel 'wisselwet' als dat te abstract is voor de groep. Laat vooral zien dat 3 rijen van 4 evenveel is als 4 rijen van 3.

Een tekening helpt

  • Teken sprongen of groepjes

  • Voor 4 × 3 teken je 4 groepjes van 3

  • Of 3 + 3 + 3 + 3

  • Een tekening maakt je denken zichtbaar

Deze slide ondersteunt de overgang van concreet materiaal naar schematisch denken. Laat leerlingen zien dat een eenvoudige schets al voldoende is.

Een vaste strategie

Werk altijd in dezelfde volgorde:


  1. Zoek het aantal groepjes

  2. Zoek hoeveel er in elk groepje zit

  3. Schrijf de vermenigvuldiging

  4. Reken de uitkomst uit

Maak de strategie expliciet en herhaal ze bij elk voorbeeld. Dat helpt vooral leerlingen die anders te snel gokken.

Voorbeeld stap voor stap

Er staan 6 zakjes met telkens 3 koekjes.


  • 6 groepjes

  • 3 in elk groepje

  • 6 × 3

  • 6 × 3 = 18

Laat leerlingen meelezen en benoemen welke informatie in de context hoort bij welk getal. Zo versterken ze het verschil tussen groepjes en inhoud.

Welke som past bij 4 × 3?

A

3 + 4

B

4 + 4 + 4

C

3 + 3 + 3 + 3

D

4 + 3 + 2

Controleer of leerlingen 4 × 3 koppelen aan 4 groepjes van 3 en niet aan 3 groepjes van 4 opteltermen van 4.

Hoe pak jij een vermenigvuldiging stap voor stap aan?

Verwachte elementen: eerst het aantal groepjes zoeken, dan hoeveel in elk groepje, daarna de vermenigvuldiging noteren en tenslotte uitrekenen. Eventueel kan een leerling ook zeggen dat hij tekent of met herhaalde optelling werkt.

Rekenen met sprongen

  • Op een getallenlijn maak je gelijke sprongen

  • Bij 4 × 5 maak je 4 sprongen van 5

  • 0 → 5 → 10 → 15 → 20

  • Dus 4 × 5 = 20

De getallenlijn is nuttig voor leerlingen die de groepjes nog niet meteen in een product omzetten. Koppel het aan ritmisch tellen per 2, 5 of 10.

Slim rekenen

  • Tafels van 2, 5 en 10 herken je vaak snel

  • 3 × 10 = 30

  • 4 × 5 = 20

  • Bekende tafels helpen bij moeilijkere sommen

Gebruik dit als opstap naar strategie, niet als puur memoriseren. Bijvoorbeeld: 6 × 5 is zes keer een sprong van 5.

Controleren of het klopt

Je kunt je antwoord controleren op verschillende manieren:


  • tel de groepjes opnieuw

  • schrijf de herhaalde optelling

  • maak een tekening

  • gebruik de omgekeerde volgorde

Benadruk dat controleren deel is van goed rekenen. Laat zien dat 3 × 4 en 4 × 3 dezelfde uitkomst geven, maar een andere kijk op dezelfde hoeveelheid.

Toepassen in een verhaal

Op de boekenplank staan 4 rijen met telkens 6 boeken.


  • aantal rijen: 4

  • boeken per rij: 6

  • 4 × 6 = 24 boeken

Kies herkenbare contexten zoals boeken, broodjes, fruitkistjes of banken in de refter. Houd de context eenvoudig zodat de focus op de structuur blijft.

Niet iedereen rekent hetzelfde

  • gebruik echte voorwerpen

  • teken groepjes

  • schrijf eerst de herhaalde optelling

Als het al vlot lukt

Als je extra steun nodig hebt

  • reken met grotere aantallen

  • gebruik rijen en kolommen

  • controleer met een tweede strategie

Dit dekt differentiatie zonder naar activiteiten te verwijzen. Je kunt tijdens instructie zichtbaar maken dat verschillende strategieën oké zijn als ze correct en controleerbaar zijn.

Onthoud dit

  • Vermenigvuldigen betekent gelijke groepjes

  • Je kunt denken met groepjes, rijen of sprongen

  • Gebruik een vaste strategie

  • Controleer altijd je antwoord

Laat deze samenvatting de centrale vraag afronden: hoe reken je snel én correct met gelijke groepjes?

Hoe controleer je 4 × 6 = 24?

A

4 + 6 = 10

B

6 + 6 + 6 + 6

C

24 - 6 = 20

D

4 × 4 = 16

De juiste controle sluit aan bij herhaalde optelling. Andere opties zijn typische maar foutieve rekenstappen.

Vul de som verder aan

Op de boekenplank staan 4 rijen met telkens 6 boeken. Dan schrijf je 4 × 6 en samen zijn er 24 boeken. Je kunt dit controleren met een tekening of met herhaalde optelling.

4
6
4 × 6
24
tekening
18
4 + 6
kolom
5

Dit is de toepassingsopdracht op basis van het verhaal over de boekenplank en het controleren van het antwoord.

Wat heb jij vandaag geleerd over vermenigvuldigen?

Reflectie zonder fout of juist. Laat leerlingen kort benoemen wat ze echt meenemen uit de les.

Wat hielp jou het best om dit te begrijpen?

Mogelijke antwoorden: tekenen, groepjes zoeken, sprongen maken, rijen tellen, herhaalde optelling, controleren.

Hoe zeker voel jij je nu over vermenigvuldigen?

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

vermenigvuldigen - rekenen met gelijke groepjes

groepjes - verzamelingen met telkens evenveel

herhaalde optelling - dezelfde hoeveelheid meermaals optellen

keer - het teken × in een vermenigvuldiging

product - de uitkomst van een vermenigvuldiging

rijen - voorwerpen die naast elkaar in lijnen staan

kolommen - voorwerpen die onder elkaar staan

Deze slide heeft geen instructies