4.1 Investeringsselectie

Startopdracht

Maak de 3 opgaven
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Startopdracht

Maak de 3 opgaven

Slide 1 - Tekstslide

timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

4.1 Investeringsselectie
Terugverdientijd en Netto contante waarde

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Investering € 400.000,-;
Cashflow jaar 1 € 100.000,-;
Cashflow jaar 2 € 150.000,-;
Cashflow jaar 3 € 250.000,-;
Cashflow jaar 4 € 350.000,-
Terugverdientijd?
A
2 jaar
B
2 jaar en 7 maanden
C
2 jaar en 8 maanden
D
3 jaar

Slide 6 - Quizvraag

Terugverdientijd
 Terugverdientijd van investering  (€400.000)
Na twee jaar is er €250.000 terugverdiend. Hij moet dus nog €150.000 in het derde jaar terug verdienen. 

De cashflow in het derde jaar is €250.000 dus hij  moet nog €150.000/€250.000x 12 maanden= 7,2 maanden; afgerond 8 maanden. 

De terugverdientijd is dus 24 maanden (2 jaar) + 8 maanden = 32 maanden. 

Slide 7 - Tekstslide

Terugverdientijd
Voordelen:
- Eenvoudige berekening
Nadelen:
- Houdt geen rekening met interest
- Houdt geen rekening met verdeling cashflows over de perioden
- Houdt geen rekening met cashflows na de terugverdientijd

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Investering € 265.000,-;
Jaarlijkse cashflow aan het einde van het jaar gedurende 5 jaar € 65.000,-
Restwaarde na 5 jaar € 15.000,-
Minimaal geëist rendement 9%. Ga je investeren?
A
Ja, 340.000 > 265.000
B
Ja, 325.000 > 250.000
C
Ja, 252.828 > 250.000
D
Nee, 262.577 < 265.000

Slide 12 - Quizvraag

Netto Contante Waarde
cashflow jaar 1: €65.000/1,09^1 of €65.000x 1,09^-1
jaar 2: €65.000x1,09^-2 = 
jaar 3: €65.000x1,09^-3 = 
jaar 4: €65.000x1,09^-4 = 
jaar 5: €80.000x1,09^-5 = 
NCW €262.576,97 - €265.000 = -€2.423,03 is negatief dus ze gaan niet investeren 

Slide 13 - Tekstslide

Wat is een voordeel van de terugverdientijd methode?
A
Houdt rekening met het moment van de cashflows
B
Houdt rekening met interestkosten
C
Het is de eenvoudigste methode
D
Het is de meest precieze methode

Slide 14 - Quizvraag

N
C
W
?

Slide 15 - Open vraag

Uitwerking
Contante waarde van de cashflows: 
175.000 * 1,07-1+ 150.000 * 1,07-2 +125.000*1,07-3 + (50.000 + 40.000) * 1,07-4 = 465.265,01  

Netto contante waarde =  465.265,01 – 500.000 = € -34.734,99

Slide 16 - Tekstslide

Welk project
heeft
op basis van
terug
verdientijd
de voorkeur?
A
Project A
B
Project B

Slide 17 - Quizvraag

Uitleg
Project A: totale investering is €1.800.000
na 1 jaar nog €900.000; 2 jaar €300.000;
300.000/400.000 * 12 = 9 maanden
2 jaar en 9 maanden

Project B: totale investering is €1.600.000
na 1 jaar nog €700.000; 2 jaar €100.000;
100.000/400.000 * 12 = 3 maanden
2 jaar en 3 maanden



Slide 18 - Tekstslide

Een machine heeft een investering van € 400.000,-. De afschrijving is € 80.000,-. Gedurende 4 jaar wordt een nettowinst verwacht van € 20.000,-. Het interestpercentage is 5%. Bereken de NCW van de investering. € x.xxx,xx

Slide 19 - Open vraag

Antwoord
Cashflow = nettowinst + afschrijving = 20.000+80.000
Restwaarde 400.000-4 x 80.000 = 80.000
Cashflows:
jaar 1 - 3 : 100.000
jaar 4: 180.000
100.000 x 1,05-1+ 100000 x 1,05-2 + 100000 x 1,05-3 + 180.000 x 1,05-4 = € 420.411,25  ->
 NCW = € 420.411,25- € 400.000 = € 20.411,25



Slide 20 - Tekstslide

Maken - test jezelf 4.1
timer
15:00

Slide 21 - Tekstslide