Les 5

Lezen
timer
15:00
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 3,4

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Lezen
timer
15:00

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
Terugblik 10 min.
VLA: Onderzoeksplan 45 min.
TB: Bewijskaarten 45 min.


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mijn verwachtingen
  1. Uiterlijk 10 januari lever je een portfolio met opdrachten in.
  2.  Bij minstens twee opdrachten zit een bewijs van feedback en een verbeterde versie.
  3. Dat je opdrachten kiest die passen bij jouw taaldoel!
  4. Dat je het inlevert als een document op It's Learning
  5. Dat je in de laatste les twee portfolio's vergelijkt en voorziet van een beoordeling.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan wat voor opdrachten kun je denken:
  • Schrijfopdrachten
  • Oefenopgaven spelling
  • Presentaties 
  • Samenvattingen
  • Verslagen voor een ander vak
  • Stageopdrachten/logboek
  • Wat nog meer?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn vormen van feedback?
  • Geschreven feedback
  • Een cijferbeoordeling
  • Vergelijking om kwaliteit te bepalen
  • Spellingsregels 
  • Mondeling feedback 
Voorbeelden: brief aan de coach, Beter spellen, betrouwbare bronnen ter vergelijking. Wat nog meer? 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VLA
APA
Actief en passief schrijven
Onderzoeksvraag

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
Aan het einde van de les:
  1. kan je uitleggen wat actief schrijven betekent,
  2. kan je passieve zinnen omzetten in actieve zinnen.
  3. kan je uitleggen waar je de APA regels kan vinden en hoe je deze kan toepassen in tekst en literatuurlijst.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. In tekst (citeren en parafraseren)
2. In literatuurlijst

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actief schrijven – wat is het?
Je kunt elke zin actief of passief opschrijven.
Frank  koopt een boek in de winkel. 
of: 
Er wordt een boek  in de winkel door Frank gekocht.

Slide 10 - Tekstslide

In de eerste zin is Frank actief, je ziet hem het propje gooien. In de tweede zin wordt de gebeurtenis veel afstandelijker beschreven. Het onderwerp – het propje – is niet actief. Het ondergaat een handeling, het wordt gegooid. 
Waarom is actief schrijven aantrekkelijker?

  1. Actieve zinnen zijn prettiger om te lezen dan passieve zinnen, omdat ze directer zijn. 
  2. Je hoeft er als lezer minder bij na te denken: je ziet meteen een beeld voor je van wat de schrijver bedoelt. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In passieve zinnen verschuiven de handelende personen vaak naar de achtergrond, of ze verdwijnen helemaal.


Er wordt een propje naar de lerares gegooid.

Slide 12 - Tekstslide

Wie heeft het propje gegooid? Dat blijft in nu onduidelijk. De zin wordt vager, en er zit geen handelende persoon in. Daardoor wordt de zin ook minder aantrekkelijk. Het is altijd leuker om over mensen te lezen dan over dingen of vage begrippen.
Hoe zorg je er nu voor dat je actief schrijft? 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actief schrijven tip 1
Vraag je af: wie doet het?

De twee basale bouwstenen van zinnen zijn onderwerp (het wie of wat dat de actie uitvoert) en persoonsvorm (het werkwoord).

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Start de zin met onderwerp en PV
Frank koopt.....
OW         pv      
Wetenschappers onderzoeken
OW         pv
Jij  schrijft....

Slide 15 - Tekstslide

Als je je aanleert om je zinnen op te bouwen vanuit deze basis, ga je bijna als vanzelf actief schrijven. Je vraagt jezelf eerst af: wie of wat speelt de hoofdrol in deze zin, en wat doet diegene? Pas daarna maak je de zin langer.
Actief schrijven tip 2

Vermijd zoveel mogelijk voltooid deelwoorden. 

Slide 16 - Tekstslide

Wat zijn voltooid deelwoorden ook alweer?
Voltooid deelwoorden haalt de lezer uit het moment

Gister heb ik een blog geschreven.

Of: gister schreef ik een blog.


Voltooid deelwoorden maken je tekst langer, trager en minder levendig. Probeer ze daarom te omzeilen. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak actief!
  • Lola wordt door een taxi naar huis gebracht.

  • Lola neemt de taxi naar huis.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak actief
  • Er mag hier nergens gerookt worden.

  • Je mag hier nergens roken.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak actief
  • Van de bast van de kinaboom werd door de indianen in Peru een drankje gemaakt dat de malariaparasiet doodde.


  • Indianen in Peru maakten van de bast van de kinaboom een drankje dat de malariaparasiet doodde.

Slide 20 - Tekstslide

Wie doet wat?

Maak actief
  • Over tien dagen worden de gesprekken tussen de vakbonden en de KLM over de nieuwe CAO hervat.

  • De vakbonden en de KLM hervatten over tien dagen de gesprekken over de nieuwe CAO.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak actief
  • Door dit formulier in te vullen kunt u kans maken op een gratis weekend naar CenterParcs.

  • Vul dit formulier in en maak kans op een gratis weekend CenterParcs.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
Bekijk het onderzoeksplan en pas het geleerde toe.

"Toen hebben wij als projectgroep samen met de directrice besproken over het eetgedrag van de kinderen van de bassischool Calluna"

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoeks-/hoofdvragen
1. Het eetgedrag van de kinderen op de basisschool obs Uniek in 3 maanden kunnen stimuleren naar een gezond eetpatroon door het aanbieden van een gezonde betaalbare schoollunch en dit interessant maken voor ze. 

2. Hoe kunnen wij in week 4 (2023) een plan voor de basisschool Uniek opleggen waarin een goedkopen en gezonde lunch aantrekkelijk wordt om aan te schaffen voor de basisschoolleerlingen van Uniek. 

3. Hoe maken we een gezonde schoollunch voor basisschoolleerlingen in Ede wat ook aantrekkelijk is voor leraren en ouders? 
Vragen die ik heb als lezer: 
  • Waar focust het onderzoek zich op?
  • Wat verwacht ik te lezen in de conclusie?
  • Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Lagere taaldoelen
  • Taalregels algemeen
  • Spelling
  • Interpunctie
  • Woordsoorten





Hogere taaldoelen
  • Argumenteren
  • Analyseren
  • Samenvatten
  • Concluderen 
  • Verbanden leggen
   Lagere- en hogere taaldoelen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TB: bewijskaarten
1. Werk en schrijf je bewijskaarten verder uit. 
2. Focus op hetgeen wat past bij je taaldoel. 
3. Waar heb je nog een vraag over?
4. Laat je bewijskaart lezen door een medestudent met een gerichte vraag. Bijvoorbeeld: 'Zou je alle werkwoorden die goed zijn geschreven groen willen markeren?' Of 'Zou je de spellingsfouten aan kunnen wijzen?'
timer
30:00

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken
Werk verder aan je onderzoeksplan / bewijskaart. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies