WO - Franse Revolutie 1789 - 1799

De Franse Revolutie (1789-1799)was een opstand van het volk, dat zich onderdrukt en uitgebuit voelde, tegen het gezag van de Franse koning. Maar toen het volk eenmaal de macht had overgenomen, oefende het een terreur uit die nog vele malen erger was dan toen de koning het nog voor het zeggen had.
DE FRANSE REVOLUTIE 1789 - 1799
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
W.O.Lager onderwijs

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De Franse Revolutie (1789-1799)was een opstand van het volk, dat zich onderdrukt en uitgebuit voelde, tegen het gezag van de Franse koning. Maar toen het volk eenmaal de macht had overgenomen, oefende het een terreur uit die nog vele malen erger was dan toen de koning het nog voor het zeggen had.
DE FRANSE REVOLUTIE 1789 - 1799

Slide 1 - Tekstslide

In Frankrijk had je toen drie standen:

- de geestelijken (de kerk)
- de adel (baronnen enz.),
- de burgerij.

Dat was enkel de invloedrijke burgerij, want het "gewone" volk had helemaal niets te zeggen. Wat de burgerij wel mocht, was belastingen betalen. Adel en geestelijken moesten dat niet.
De drie standen

Slide 2 - Tekstslide

In 1789 was de Franse schatkist bijna leeg
De Franse koning, Lodewijck XVI, was ten einde raad.
Weer eens de belastingen verhogen?
De burgerij mopperde al.
De koning riep de vertegenwoordigers van de drie standen bij elkaar voor beraad. (De vertegenwoordigers waren dus niet echt een vertegenwoordiging van het volk) 
Dat was voor het eerst sinds 1614, dus je begrijpt wel, hoe ernstig de toestand was.

Slide 3 - Tekstslide

De bestorming van de Bastille
De derde stand eiste op de bijeenkomst allerlei veranderingen in het bestuur van het land en dat daarover hoofdelijk zou worden gestemd, dus niet per stand, want dan was het altijd twee tegen een. Toen dat werd afgewezen, vormde de Derde Stand zelf een soort bestuur en zwoer pas uiteen te gaan, als er een nieuwe grondwet kwam.
Dat staat bekend als de
"Eed op de kaatsbaan"
(20 juni 1789)

Slide 4 - Tekstslide

De bestorming van de Bastille
Maar de koning had daar helemaal geen zin in, en hij stuurde het leger op de vergadering af. Dat was het begin van een opstand. Het volk bestormde de staatsgevangenis, de Bastille, waar vooral politieke gevangenen werden opgesloten. Die gevangenis was het symbool van de onderdrukking door de vorst.
Dat was het begin van de Franse Revolutie, 14 juli 1789, Quatorze juillet in het Frans. Die datum wordt nog jaarlijks in Frankrijk gevierd want daar beschouwen ze de Franse Revolutie als iets heel moois.

Slide 5 - Tekstslide

De koning krabbelde al snel terug.

- De adel deed op 4 augustus vrijwillig afstand van zijn voorrechten. - Vrijheid, gelijkheid en broederschap werden erkend als mensenrechten.

- In november 1789 begon het overleg over de grondwet. De adel werd afgeschaft. Er zou vrijheid van godsdienst komen, en het bezit van de kerk werd onteigend.

-De macht van de koning werd ingeperkt. Hij probeerde al zijn invloed aan te wenden om te voorkomen dat de grondwet werd ingevoerd. Dat mislukte en in september 1791 werd de grondwet door hem goedgekeurd.
Een nieuwe grondwet

Slide 6 - Tekstslide

Jeeej! Goed zo!
Wat goed voor het volk!
Zou je denken toch?





Of toch niet?

Slide 7 - Tekstslide

Frankrijk op het oorlogspad
De revolutie begon veelbelovend maar eindigde in een drama.
Er kwamen nu mensen aan de macht, die er misbruik van maakten. Er werd geruzied en de conflicten stapelden zich op. Een binnenlandse chaos dreigde. Om de aandacht daarvan af te leiden en de eenheid te herstellen besloot het parlement (de "Wetgevende Vergadering" genoemd, die de eigenlijke macht uitoefende) in april 1792 de oorlog aan Oostenrijk te verklaren, dat de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) in bezit had.

Slide 8 - Tekstslide

Maar die oorlog verliep niet naar wens. Er werden veldslagen verloren. Het koningspaar kreeg de schuld: ze hadden volgens het volk, de vijand in het geheim om redding gesmeekt en gehoopt dat de oude toestand (die van vóór de Revolutie) weer hersteld kon worden.

De koning werd gevangengenomen en er begon een bloederige vervolging van aanhangers van de koning, want die waren er toch ook nog. Duizenden werden er afgeslacht.

 

Slide 9 - Tekstslide

Het binnendringen van Oostenrijks bondgenoot Pruisen in Frankrijk deed de Franse Revolutie herleven. De Zuidelijke Nederlanden werden door Frankrijk veroverd. Een nieuw parlement, Nationale Conventie genoemd, riep de republiek uit. De monarchie werd afgeschaft en de Franse koning werd op 21 januari 1793 onthoofd.

Slide 10 - Tekstslide

Het verschil tussen een monarchie en een republiek?
Monarchie: het land wordt bestuurd door een koning, koningin of keizer. Deze zit zijn hele leven op de troon en je wordt als koning geboren. De troon wordt van vader op zoon doorgegeven. Het volk heeft hierin niets te zeggen.

Republiek: het land wordt bestuurd door iemand die verkozen is door het volk. De regeerperiode is beperkt tot een aantal jaar waarna er opnieuw gekozen wordt.

Slide 11 - Tekstslide

Het schrikbewind
In Europa werd met afgrijzen gereageerd op deze schanddaad. Engeland, Nederland en Spanje sloten zich aan bij Oostenrijk om tegen Frankrijk ten strijde te trekken. De Oostenrijkers heroverden de Zuidelijke Nederlanden en drongen Frankrijk binnen. Frankrijk zelf werd hierdoor intern een politiestaat, dat zich door een "schrikbewind" probeerde te handhaven. Het christendom werd tot een verboden geloof verklaard en de christelijke kalender vervangen door een geheel nieuwe. Priesters en bisschoppen werden massaal vermoord.

Slide 12 - Tekstslide

 De aanvallen vanuit het buitenland werden met succes afgeslagen. Een opstand van de resterende aanhangers van het koningshuis mislukte ook. Het was een massamoord, en volgens sommigen een genocide.

Omdat de radicalen onder leiding van Robespierre de macht in handen kregen, werden er steeds meer mensen vermoord onder de guillotine.

Slide 13 - Tekstslide

Het woord "radicaal" worden gebruikt om te verwijzen naar iemand die een hele andere mening heeft dan de 'normale' waarden en normen. 

Radicalen zijn mensen die bereid zijn om koste wat kost stappen te nemen om hun doelen te bereiken.

Ze richten zich op het veranderen van de structuren van de samenleving.
Radicalen?

Slide 14 - Tekstslide


Toen op 8 juni 1794 het feest voor de 'Godin van de Rede' eindigde in een mislukking, begon de al bestaande
kritiek op Robespierre toe te nemen.
De executies gingen ondertussen
gewoon voort.
Maximilien De Robespierre

Slide 15 - Tekstslide


Vooral de executie van de martelaressen van Compiègne maakte veel indruk. Het waren zusters uit een klooster die vanwege hun katholieke geloof werden gedood. Ze gingen zingend onder de Guillotine.

Slide 16 - Tekstslide

Het Schrikbewind eindigde met de onthoofding in juli 1794 van Robespierre en 92 van zijn aanhangers.

Pas toen Napoleon Bonaparte als keizer de Rooms-Katholieke Kerk weer toestond om kerkdiensten te houden, eindigde het anti-christelijke geweld.

Slide 17 - Tekstslide

Het einde van de Franse Revolutie

De Franse Revolutie verliep met horden en stoten en kwam in 1795 tot stilstand onder invloed van de successen die de Franse militaire operaties in het buitenland hadden. Zo veroverden de Fransen de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden (België en Nederland) en het gebied ten westen van de Rijn. En daar zou het niet bij blijven. De Franse Revolutie was echt ten einde in november 1799, toen Napoleon Bonaparte de macht greep en alleenheerser werd.


Slide 18 - Tekstslide

Napoleon Bonaparte

Slide 19 - Tekstslide

Het einde van de Franse Revolutie
Het is in de Europese geschiedenis zelden voorgekomen dat in een zo korte tijd zoveel mensen werden vermoord van hun eigen bevolking.

Slide 20 - Tekstslide