Taal Compleet 5.7
Stage lopen
Taal Compleet 5.7
Stage lopen
Benieuwd zijn naar
Betekenis: iets graag willen weten of zien.
Woordsoort: uitdrukking / werkwoordelijke uitdrukking.
Vervoeging: ik ben benieuwd, jij bent benieuwd, hij is benieuwd.
Voorbeeldzin: Ik ben benieuwd naar mijn toetsresultaat.
De dienst
Betekenis: werk dat iemand doet voor een organisatie of bedrijf op een bepaald moment.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord.
Meervoud: de diensten.
Voorbeeldzin: Mijn vader heeft vanavond dienst in het ziekenhuis.
Afgelopen zijn
Betekenis: klaar zijn; eindigen.
Woordsoort: werkwoord.
Vervoeging: is afgelopen, was afgelopen, afgelopen.
Voorbeeldzin: De les is om drie uur afgelopen.
De bewoners
Betekenis: mensen die in een huis, gebouw of buurt wonen.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord.
Enkelvoud: de bewoner.
Voorbeeldzin: De bewoners van het gebouw hebben een vergadering.
Aankleden
Betekenis: kleren aantrekken of iemand helpen kleren aan te trekken.
Woordsoort: werkwoord.
Vervoeging: kleedt aan, kleedde aan, aangekleed.
Voorbeeldzin: Elke ochtend kleed ik mijn dochter aan.
De dekens
Betekenis: dikke stoffen die je gebruikt om warm te blijven.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord.
Enkelvoud: de deken.
Voorbeeldzin: In de winter gebruik ik twee dekens.
De kussens
Betekenis: zachte voorwerpen waarop je je hoofd legt of waarop je zit.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord.
Enkelvoud: het kussen.
Voorbeeldzin: Er liggen drie kussens op de bank.
Langs
Betekenis: voorbij of naast iets of iemand.
Woordsoort: voorzetsel / bijwoord.
Voorbeeldzin: Ik fiets elke dag langs het station.
Lastig
Betekenis: moeilijk of vervelend.
Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord.
Voorbeeldzin: Deze opdracht is best lastig.
De ervaring
Betekenis: kennis die je krijgt doordat je iets hebt gedaan of meegemaakt.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord.
Meervoud: de ervaringen.
Voorbeeldzin: Door mijn werk heb ik veel ervaring gekregen.
Gestolen (stelen)
Betekenis: iets zonder toestemming van iemand meenemen.
Woordsoort: werkwoord.
Vervoeging: steelt, stal, gestolen.
Voorbeeldzin: Iemand heeft mijn fiets gestolen.
Kwaad
Betekenis: boos.
Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord.
Voorbeeldzin: Mijn moeder was kwaad omdat ik te laat kwam.
Serieus
Betekenis: ernstig; niet voor de grap.
Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord.
Voorbeeldzin: Hij kijkt serieus terwijl hij luistert.
Dat klopt
Betekenis: dat is juist; dat is waar.
Woordsoort: uitdrukking.
Voorbeeldzin: "Je woont in Amsterdam." "Ja, dat klopt."