NORMEN
Les 3: Luister naar jezelf
WAARDEN
&
Actief! Burgerschap
NORMEN
Les 3: Luister naar jezelf
WAARDEN
&
Actief! Burgerschap
Deze slide heeft geen instructies
Hoe werkt het?
Dit weet je al
Dit leer je nu
Doen
Terugkijken
Kijken
Klik hier
Afbeelding vergroten
Deze slide heeft geen instructies
In de vorige les leerde je:
hoe je actief kunt luisteren;
hoe je anderen in hun waarden kunt laten.
In de vorige les hebben de leerlingen geleerd hoe ze actief kunnen luisteren en hoe ze anderen in hun waarden kunnen laten.
Reflecteer hier met de klas op terug. Hoe deden ze dat ook alweer?
Na deze les:
kun je vertellen
wie je bent,
wat je wil,
hoe je dat wil bereiken.
kun je drie tips toepassen om voor jezelf op te komen.
Deze les reflecteren de leerlingen op wat ze zelf willen en belangrijk vinden.
Aan het eind van deze lessen kunnen de leerlingen vertellen wie ze zijn, wat ze willen en hoe ze dat willen bereiken.
Daarnaast kunnen ze drie tips toepassen om voor zichzelf op te komen.
Welke WAARDEN
zijn voor jou belangrijk?
Deze slide heeft geen instructies
Hoe blijf jij dicht bij
WAARDEN die voor
jou belangrijk zijn?
Voorbeeldantwoorden kunnen zijn:
Luister naar je hoofd
Luister naar je lichaam
Achterhalen wat voor jou belangrijk is
Duidelijk grenzen aangeven
Duidelijke communicatie naar anderen
Nee zeggen als het tegen je waarden ingaat
Voor je eigen waarden opkomen
Jezelf kennen
Weten welke normen en waarden
voor jou belangrijk zijn, zorgt ervoor
dat je weet wat je wil. Hierdoor ken
je je grenzen en kun je deze
communiceren naar anderen.
Deze slide heeft geen instructies
Bereiken wat je wil bereiken
Vul in voor jezelf op papier:
Wat vind ik belangrijk?
_______________________________
Wat wil ik?
_______________________________
Wat doe ik om dat te bereiken?
_______________________________
_______________________________
Doe opdracht (5-10 minuten)
Doel: Leerlingen laten stil staan bij wat ze belangrijk vinden en wat ze doen om dat te bereiken.
Benodigdheden: pen en papier (of bijlage 'Werkblad - Eigen belang' afdrukken voor alle leerlingen)
Laat alle leerlingen op papier de volgende drie vragen voor zichzelf beantwoorden.
Wat vind ik belangrijk?
Wat wil ik?
Wat doe ik om dat te bereiken?
Laat alle leerlingen na vijf minuten met een buurman delen wat ze belangrijk vinden en hoe ze dit willen bereiken. Stel aan elkaar de vraag: Wat zou ik nog meer kunnen doen om dit te bereiken?
Hoe kan ik voor mijn eigen
belangen opkomen?
Open vraag (5 minuten)
Laat de leerlingen bij deze open vraag eerst zelf nadenken over hoe zij voor hun eigen belangen goed kunnen opkomen.
Denk aan: Niet mee gaan met de mode, niet op bepaalde sociale media zitten, grenzen stellen, vragen stellen, hulp vragen, etc.
Bespreek de antwoorden van de leerlingen. Er zijn geen foute antwoorden.
Op de volgende slide volgen drie tips hoe leerlingen voor zichzelf kunnen opkomen.
3 tips om voor jezelf op te komen
Op deze slide staan drie tips voor leerlingen hoe ze beter voor zichzelf kunnen leren opkomen.
Doe: Klik een voor een op de hotspots om de tips te openen.
Nee zeggen is een manier om je grens aan te geven. Wil je meer leren over de positieve kanten van over je grenzen heen gaan? Neem dan een kijkje bij methode Mentor Kennismaken les 3.
Ik vind het WEL moeilijk om nee te zeggen
Ik vind het NIET moeilijk om nee te zeggen
Vind jij het moeilijk
om nee te zeggen?
Laat de leerlingen die het WEL moeilijk vinden aangeven waarom ze het lastig vinden om nee te zeggen.
Laat de leerlingen die het NIET moeilijk vinden om nee te zeggen hun eigen tips delen. Waarom vinden zij het niet lastig? Hoe kunnen zij wel makkelijk(er) nee zeggen?
Bekijk deze video met de klas over hoe anderen het vinden om 'nee' te zeggen.
In wie kon jij jezelf
het meest herkennen?
Persoon 1
Persoon 2
Persoon 3
Persoon 4
Persoon 5
1
2
3
4
5
Met wie uit de vorige video kunnen de leerlingen zichzelf het meest herkennen?
Stel vervolgens de vraag waarom ze zichzelf het beste met die persoon konden identificeren.
Grens aangeven
Oefening om grenzen aan te geven
De groep wordt in tweetallen verdeeld, met leerling A en leerling B. Leerlingen A gaan aan de ene kant van de ruimte staan, leerlingen B aan de andere kant. Leerlingen B blijven staan terwijl leerlingen A naar hen toe lopen. Zodra een leerling B vindt dat leerling A dichtbij genoeg is, zegt hij/zij "Stop". Nadat iedereen "Stop" heeft gezegd, observeren ze de verschillen.
Bespreek vervolgens:
Wie is blij met het moment van "Stop"?
Wie had langer kunnen wachten?
Wie wachtte juist te lang?
Heb je naar anderen gekeken of alleen naar je eigen gevoel?
Wissel daarna de rollen om: leerlingen A blijven staan, terwijl leerlingen B naar hen toe lopen. Leerlingen A zeggen "Stop" wanneer ze het dichtbij genoeg vinden. Bespreek dezelfde vragen opnieuw.
Herhaal de oefening eventueel met andere tweetallen om te ervaren dat de grens bij verschillende personen anders kan liggen.
Hoe voelde dat?
Reflecteer terug op de vorige oefening: hoe voelde dat? Was het lastig om je eigen grens aan te geven?
Wil je met jouw klas meer doen met het stellen van grenzen? Doe dan les 3 'Over de grens' van de methode Mentor.
Wat neem jij mee uit deze les?
Open vraag (5 minuten)
Laat de leerlingen nadenken over wat zij meenemen uit deze les. Bespreek de antwoorden van de leerlingen. De antwoorden zijn anoniem.
Deze slide heeft geen instructies