Monday 11 Oktober

Unit 2
At the end of this lesson:

1.  you can make plural!

2. you can count and write the numbers in English!


1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Unit 2
At the end of this lesson:

1.  you can make plural!

2. you can count and write the numbers in English!


Slide 1 - Tekstslide

Singular = enkelvoud
Plural = meervoud

Slide 2 - Tekstslide

Regel voor meervoud = woord + s
               1 dog - 3 dogs
    1 dog


   3 dogs

Slide 3 - Tekstslide

      woorden die eindigen op ch, sh, s, ss, x, z
                            
                                     krijgen -es
                 
  1 dress                           4 dresses

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

 woorden die eindigen op een medeklinker + o
                            
                              krijgen -es
                 
   1 tomato                       4 tomatoes

Slide 6 - Tekstslide

Uitleg  ...
irregular plurals

Slide 7 - Tekstslide

Write the plural
dog -

Slide 8 - Open vraag

write the plural
1 tomato - 2 ....

Slide 9 - Open vraag

1 fox
A
4 foxes
B
4 foxs
C
4 foxxes
D
4 fox'x

Slide 10 - Quizvraag

1 sheep
A
5 sheeps
B
5 sheep
C
5 sheep's
D
5 sheepies

Slide 11 - Quizvraag

Ging het goed? Of vond je het juist lastig? Vertel dat hier:

Slide 12 - Open vraag

1 one
2 two
3 three
4 four
5 five
6 six
7 seven
8 eight
9 nine
10 ten
11 eleven

12 twelve
13 thirteen
14 
fourteen 
15 fifteen
16 sixteen
17 seventeen
18 eighteen
19 nineteen
20 twenty


22 twenty-two
33 thirty-three
44 forty-four 
55 fifty-five
66 sixty-six 
77 seventy-seven
88 eighty-eight
99 ninety-nine
100 one hundred
1000 one thousand

Slide 13 - Tekstslide

Difficult for Dutch
13 - 30 (thirteen - thirty)
14 - 40 (fourteen - forty)
59 - 95 (wat hoor je eerst - precies andersom in vergelijking met Nederlands)

Slide 14 - Tekstslide

Translate
één
A
on
B
one

Slide 15 - Quizvraag

Translate:
vier
A
for
B
four
C
vour
D
fore

Slide 16 - Quizvraag

acht
A
ait
B
eigt
C
eight
D
eet

Slide 17 - Quizvraag

negentien
A
nineteen
B
ninteen
C
neintien
D
neinteen

Slide 18 - Quizvraag

vierenveertig (44)
A
fortie-for
B
fortie-four
C
forty four
D
forty-four

Slide 19 - Quizvraag

vijfenviftig
A
fifty-five
B
fifty five
C
fivty five
D
fivty-fife

Slide 20 - Quizvraag

acht

Slide 21 - Open vraag

honderd (100)
A
one-hundred
B
one hondred
C
one hundred

Slide 22 - Quizvraag

vijftien

Slide 23 - Open vraag

vijfenvijftig 55

Slide 24 - Open vraag

1000

Slide 25 - Open vraag

Please, have pen and paper ready...

Slide 26 - Tekstslide

numbers
seventy-eight
twenty-one
forty-nine
thirty-four
eighty-five
ninety-four
sixty-five
forty-three
fifty-eight
one hundred
eighty-seven
fifty-six
78 
21
49
34
85
94
65
43
58
100
87
56

Slide 27 - Sleepvraag

sixty-five
A
65
B
56

Slide 28 - Quizvraag

forty-seven
A
74
B
47

Slide 29 - Quizvraag

voor woensdag
in your book: 
p. 54 EX 6+8+9

Slide 30 - Tekstslide