Nederland Fietsland les 1

Fiets je fit

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsISK

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Fiets je fit

Wat weet je over fietsen?

Hoeveel fietsen zijn er ongeveer in Nederland?

Kijkvragen

  1. Waarom doen steeds minder kinderen mee aan het verkeersexamen? Noem twee redenen.

  2. Hoeveel fietsen zijn er ongeveer in Nederland?

  3. Hoeveel kilometer fietspad ligt er in Nederland?

Filmpje bij tekst Fiets je fit

Kijkvragen

  1. Waarom doen steeds minder kinderen mee aan het verkeersexamen? Noem twee redenen.

  2. Hoeveel fietsen zijn er ongeveer in Nederland?

  3. Hoeveel kilometer fietspad ligt er in Nederland?

Tekst Fiets je fit

  • Lees de tekst.

  • Onderstreep de woorden die je niet kent.

Moeilijke woorden


Wist je dat er in Nederland meer fietsen dan inwoners zijn?

En we fietsen hier heel wat af.

Nederland is dus een echt fietsland!

Wat betekent heel wat affietsen?

A

heel snel fietsen

B

heel veel fietsen

C

heel weinig fietsen


 

De fiets brengt je eenvoudig van A naar B. We fietsen naar de supermarkt, naar school, het werk of de sportclub.

Wat betekent van A naar B?

A

van Amsterdam naar Breda

B

van de ene plek naar de andere

C

van voor naar achter


 

Regelmatig fietsen zorgt ervoor dat je fit blijft. Tijdens het trappen gebruik je verschillende spieren in je benen, billen en buik.

Wat betekent fit?

A

geduldig en rustig

B

gelukkig en positief

C

gezond en sterk


 

Bewegen helpt om overgewicht te voorkomen. Dus ook door te fietsen, word je minder snel te zwaar en blijf je gezond.

Wat betekent voorkomen?

A

een probleem oplossen

B

op de juiste plek zijn

C

zorgen dat iets niet gebeurt


 


Je moet balanceren en sturen als je fietst. Dat is goed voor je buikspieren.

Wat betekent balanceren?

A

in evenwicht blijven

B

van richting veranderen

C

lucht inademen


 

Fietsen is een prima uitlaatklep. Je kunt na een lange dag even je energie kwijt door even flink op de pedalen te staan.

Wat betekent de uitlaatklep?

A

de mogelijkheid om je spanning kwijt te raken

B

de situatie waarbij je in de problemen komt

C

de sport waarvoor je veel moeite moet doen


 

Wat ook fijn is: fietsen is stil, dus je veroorzaakt geen geluidsoverlast. Terwijl auto’s voor veel lawaai zorgen, doen fietsen dit niet.

Wat betekent veroorzaken?

A

ervoor zorgen dat iedereen iets weet

B

ervoor zorgen dat iets gebeurt

C

ervoor zorgen dat iets stopt


 

Fietsen is een goedkope manier van transport. Het is veel goedkoper dan autorijden of reizen met de trein of de bus.  

Wat betekent het transport?

A

de beweging

B

de ontvangst

C

het vervoer



 De veiligheid kan een knelpunt zijn. Het is namelijk niet overal veilig om te fietsen.

 

Wat betekent het knelpunt?

A

het punt waar het grappig wordt

B

het punt waar het moeilijk wordt

C

het punt waar het vlak wordt



 De elektrische fiets is de laatste jaren bezig met een flinke opmars. Eerst waren het vooral ouderen die voor een elektrische fiets kozen. Maar steeds meer kinderen en jongeren rijden nu ook op een e-bike.

 

Wat betekent de opmars?

A

de afname

B

de hoeveelheid

C

de toename

Vragen maken


De tekst bestaat uit een inleiding en zes stukjes tekst met een tussenkopje.

Bij de inleiding en bij ieder stukje tekst hoort een vraag.

Je gaat deze vragen nu maken.

Je mag samenwerken.

De volgende les: De geschiedenis van de fiets