Introductie praktijkopdracht

Echo's van Culturen
Opdracht examenjaar Kubv
Onderzoeksfase - 2d - 3d - expositie
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
ArtSecondary Education

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 35 min

Onderdelen in deze les

Echo's van Culturen
Opdracht examenjaar Kubv
Onderzoeksfase - 2d - 3d - expositie

Slide 1 - Tekstslide

Wat maakt jou uniek?

Slide 2 - Woordweb

Wat is cultuur?
Cultuur is alles wat mensen samen creëren en doorgeven: van taal, kleding en kunst tot gewoonten, rituelen en overtuigingen. Het vormt ons dagelijks leven, vaak zonder dat we het doorhebben. Wat jij als “normaal” ervaart, is vaak het resultaat van je culturele achtergrond.

Cultuur is niet statisch – het verandert mee met de tijd en met de mensen die erin leven. Juist in de verschillen tussen culturen ligt de kracht: ze bieden houvast én ruimte voor ontmoeting, verwondering en reflectie.

Slide 3 - Tekstslide

Wat zijn subculturen?
Naast de dominante cultuur bestaan er ook subculturen: kleinere groepen met een eigen stijl, muziek, taal of levensvisie. Denk aan skaters, hiphopliefhebbers, k-popfans of activistische jongeren. Deze groepen geven ruimte aan expressie, verzet of verbondenheid.

Soms kies je bewust bij welke groep je wilt horen, soms gebeurt dat vanzelf. Je kleding, interesses of afkomst kunnen bepalen waar je je thuis voelt – of juist waar je wordt buitengesloten. De behoefte om ergens bij te horen is menselijk: het geeft veiligheid, herkenning en bevestiging van wie je bent.

Slide 4 - Tekstslide

Kunst en culturele identiteit
Kunst is een krachtig middel om te laten zien wie je bent en waar je vandaan komt. Kunstenaars gebruiken hun werk vaak om hun culturele achtergrond te onderzoeken, te bevragen of juist te vieren. Denk aan Frida Kahlo, die haar Mexicaanse roots en persoonlijke pijn verwerkte in symbolische zelfportretten, of Jean-Michel Basquiat, die Afro-Caribische invloeden en straatcultuur combineerde met scherpe maatschappelijke kritiek.

Ook hedendaagse kunstenaars zoals Yinka Shonibare en Shirin Neshat laten zien dat culturele identiteit niet één verhaal is, maar een samenspel van herinneringen, invloeden en keuzes. Door kunst te maken over cultuur, sluit je aan bij een eeuwenlange traditie van makers die zich afvragen: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? En hoe geef ik daar vorm aan?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Wat betekent cultuur voor jou?

Slide 8 - Woordweb

Onderzoeksfase
In deze eerste fase ga je op zoek naar wat cultuur voor jou betekent. Je maakt een mindmap, onderzoekt kunstwerken die culturele identiteit verbeelden, en voert een interview met iemand uit je omgeving. Al je ideeën, schetsen en inzichten verzamel je in een kunstdossier.

Deze fase vormt de basis voor je uiteindelijke kunstwerk. Hoe beter je onderzoek, hoe sterker je concept. Vergeet niet je logboek bij te houden – dat telt mee in de beoordeling!

Slide 9 - Tekstslide

Kunsthistorisch onderzoek
In deze opdracht onderzoek je hoe kunstenaars hun culturele identiteit verbeelden. Je kiest 6 historische en 6 hedendaagse kunstwerken die jou aanspreken en analyseert wat ze vertellen over afkomst, traditie, en persoonlijke expressie.

Let op symboliek, kleurgebruik, materialen en context. Waarom spreekt een werk jou aan? En wat kun jij ervan leren voor je eigen kunstwerk?
Je verzamelt je bevindingen in je kunstdossier – dit vormt een belangrijke basis voor je conceptontwikkeling én telt mee in de beoordeling.

Slide 10 - Tekstslide

Interview
In deze opdracht voer je een interview met iemand die jou kan helpen om jouw eigen culturele achtergrond beter te begrijpen. Denk aan een familielid, buur of kennis die iets kan vertellen over tradities, migratie, groepsgevoel of culturele veranderingen binnen jullie gemeenschap.


Het doel is niet alleen om hun verhaal te horen, maar vooral om te ontdekken welke elementen van jouw cultuur jou raken, intrigeren of inspireren. Wat wil jij verder onderzoeken? Wat zegt dit over jouw identiteit?

De inzichten uit het interview verwerk je in je kunstdossier en gebruik je als inspiratie voor je conceptontwikkeling.

Slide 11 - Tekstslide

Schetsen: van idee naar vorm
Je maakt minimaal vier schetsen: twee voor een 2D-werk en twee voor een 3D-werk.

Bij 2D laat je zien: Welke kleuren, compositie en technieken je wilt gebruiken.
Bij 3D geef je aan: Hoe je het werk technisch gaat opbouwen, met welke materialen en presentatievorm.

Schetsen helpen je om ideeën te verkennen, keuzes te maken en problemen vooraf te zien. Een goede toelichting bij je schetsen maakt duidelijk waarom je iets doet en hoe je het gaat uitvoeren.
Afwijken van je plan mag, maar kost tijd en moet goed worden onderbouwd. Hoe sterker je schetsfase, hoe efficiënter je kunt werken en hoe krachtiger je eindresultaat wordt. 







Slide 12 - Tekstslide

Van onderzoek tot expositie
Je hebt in de onderzoeksfase een stevig fundament gelegd: een mindmap, kunsthistorisch onderzoek, interview en schetsen. Deze vormen de basis voor je 2D- en 3D-werk. Hoe beter je voorbereiding, hoe soepeler de uitvoering.


Tijdens de uitwerkingsfases werk je je ideeën uit in beeld – eerst op canvas, daarna ruimtelijk. Je houdt een logboek bij en schrijft een art statement dat jouw visie en proces samenvat.
Aan het eind van het traject presenteer je je werk in een gezamenlijke expositie. Dit is jouw moment om te laten zien wat je hebt ontdekt, gemaakt en geleerd.
Let op: je mag tijdens de uitvoering afwijken van je oorspronkelijke concept, maar dit kost tijd en moet goed worden onderbouwd. Een gedegen onderzoek en duidelijke schetsen besparen je werk en zorgen voor een sterker eindresultaat.


Slide 13 - Tekstslide

Heb je nog vragen?

Slide 14 - Woordweb