9.1 Ongezond

Huiswerk, bekijk documentaire
David Attenborough

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Huiswerk, bekijk documentaire
David Attenborough

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke oplossingen gaf David Attenborough
voor o.a. de klimaatcrisis?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Planning komende weken
Hoofdstuk 9.1 t/m 9.4

Toets volgt in week 25 of 26

13.1 t/m 13.4 (duurzaamheid) komt volgend jaar terug in V3

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Paragraaf 9.1 Ongezond

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 9.1
  • Je kunt uitleggen wat genotmiddelen zijn
  • Je kunt een aantal verslavende genotmiddelen benoemen
  • Je weet wat lichamelijk en geestelijk afhankelijk is
  • Je kent de gevolgen van alcohol
  • Je kent de verschillende stadia na het gebruik van alcohol

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leefstijl
- Zijn al je gewoontes van eten, drinken, roken, slapen, (school)werk, bewegen en ontspannen. 
- Je leefstijl heeft invloed op je gezondheid.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genotmiddelen, welke ken je?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies


Sam speelt het liefst de hele dag minecraft op zijn iPad. Tijdens de les op school lukt het hem niet om met zijn opdrachten op de iPad bezig te gaan en blijft hij stiekem minecraft spelen.
Wat voor verslaving heeft Sam?

A
Geestelijk
B
Lichamelijk
C
Sociaal

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke stof uit tabaksrook is verslavend? 

A
koolmonoxide
B
nicotine
C
teer

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verslaving
Wanneer je lichaam niet meer zonder een bepaalde stof kan.

Drank: Alcohol
Sigaretten: Nicotine

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geestelijk / lichamelijk/ sociaal verslaving
waar denk je aan?

Slide 11 - Woordweb

Gevoel dat je niet zonder kunt. Steeds aan denken, slecht humeur, vergeetachtig.
Alcohol
Verdooft je hersenen, daardoor reageer je minder goed. 

Veel en vaak drinken veroorzaakt blijvende schade aan hersenen, lever en andere organen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heb je al wel eens alcohol gehad?
A
Ja
B
Nee
C
Ja, mijn ouders waren daarbij

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen
ever
Cirrose is het onomkeerbare proces waarbij levercellen worden omgezet tot littekenweefsel 

Veel en vaak drinken veroorzaakt blijvende schade aan hersenen, lever en andere organen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontwenningsverschijnselen

Je begint te zweten
Je begint te trillen
Je kunt koorts krijgen
Je kunt misselijk worden
Je kunt hoofdpijn krijgen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afkicken is heel moeilijk
Veel mensen proberen van hun verslaving af te komen.

De ontwenningsverschijnselen zijn erg heftig, je voelt je lichamelijk erg ziek.

Je kan het een beetje vergelijken als je honger hebt. Je bent moe, chagrijnig en hebt continu de behoefte aan eten. Maar dit gevoel heb je dan dagen (soms weken) lang.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen roken
Nicotine - verslavende stof en vernauwt bloedvaten

Koolstofmonoxide - neemt de plaats van zuurstof in je bloed in, waardoor je cellen minder zuurstof krijgen. Je wordt hierdoor sneller moe.

Teer - beschadigt trilhaartjes in de luchtwegen, maakt longblaasjes kapot (longemfyseem) en verhoogt de kans op longkanker.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drugs
Drugs stimuleren je hersenen, verdoven je hersenen of laten je hersens anders werken.

Blowen kan je stemming versterken, daardoor kun je je beter of slechter voelen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdovende middelen - Laten je hersenen trager werken, versuffend. Verminderen pijn, angst. Voorbeeld: alcohol, heroïne, slaapmiddelen, lachgas, hasj, wiet.

Stimulerende middelen - Laten je hersenen sneller werken. Voorbeelden: nicotine, cafeïne, cocaïne, speed, xtc.

Bewustzijn veranderende middelen - Laten je hersenen anders werken. De werkelijkheid beleef je anders. Paddo's , lsd, lachgas, hasj en wiet

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Harddrugs en softdrugs
Drugs kunnen worden opgedeeld in harddrugs en softdrugs

Softdrugs zijn middelen die verslavend werken. Als je het vaak genoeg gebruikt dan is de kans groot verslaafd te raken.

Harddrugs zijn middelen die zeer verslavend werken. Als je het een paar keer hebt gebruikt dan kan je al verslaafd raken.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Harddrugs en softdrugs

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanraking met drank/roken/drugs
Tijdens de pubertijd & adolescentie zullen er momenten zijn dat je de mogelijkheid hebt om drank/roken/drugs uit te proberen.

Stel dan voor jezelf de vraag: Wat heb ik er eigenlijk aan?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Lees 9.1

Maken: opdrachten 15 t/m 27

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies