Waarnemen en gedrag Les 4 ONM43

Waarneming en Gedrag
Lesweek 5 
Les 4 periode 2

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Waarneming en Gedrag
Lesweek 5 
Les 4 periode 2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik vorige week
  • Je kunt toelichten wat gedrag is en hoe gedrag is ingedeeld.
  • Je kunt omschrijven wat ethologie inhoudt, hoe je gedrag kunt bestuderen en de invloed van gedragsonderzoek op de maatschappij toelichten.
  • Practicum oog


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een ethogram?
A
Een grafiek met gedrag van dieren
B
Een tabel met handelingen
C
Een schema van goed of slecht gedrag

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Handeling
Afkorting
Beschrijving
Eten
Krabben
Blaffen
BLF
ETN
KRB
Kouwen met voedsel in de bek
Met achterpoot over de vacht bewegen
Korte luide geluiden maken

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gedragsketen
Protocol
Ethogram

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de stappen van het gedragsonderzoek in de juiste volgorde
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Waarnemen

Turven

Ethogram maken
Staafdiagram maken

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is adequaat gedrag?
A
Aangeleerd gedrag
B
Aangeboren gedrag
C
Gedrag dat de fitness van individu verhoogt
D
Baltsgedrag

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4: Vorming van gedrag

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen dat gedrag zowel erfelijk bepaald is als door omgeving bepaald is.
  • Je kunt de dynamische relatie beschrijven tussen een organisme en zijn omgeving.
  • Je kunt uitleggen wat sleutelprikkels zijn en wat supranormale prikkels zijn.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderverdeling van Gedrag

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke is aangeleerd gedrag?
A
Alleen plaatje 1
B
Alleen plaatje 2
C
Geen van beide plaatjes
D
Allebei de plaatjes

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aangeboren of aangeleerd?
A
Aangeboren
B
Aangeleerd

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Het openen van de bek, 'het sperren'.... is het gedrag dat jonge vogels vertonen als ze hun ouders horen of zien. Sperren is:
A
Aangeleerd gedrag
B
Aangeboren gedrag

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat veroorzaakt gedrag?
A
Prikkels
B
Receptoren
C
Respons

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat veroorzaakt gedrag?
Gedrag kent verschillende vormen en functies.

We maken onderscheid tussen:
  • Aangeboren gedrag (erfelijke eigenschap)
  • Aangeleerd gedrag (ervaring)

Slide 15 - Tekstslide

Orphan Black, tv-serie kloning


Nature versus nurture
De mate waarin gedrag tot stand komt door erfelijke - of aangeleerde eigenschappen is verschillend per diersoort.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat veroorzaakt gedrag?
(prikkels)
Gedrag begint altijd met een prikkel

Prikkels komen van:
  • Interne milieu (binnen in het lichaam)
  • Externe milieu (vanuit omgeving)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat veroorzaakt gedrag?
(motivatie)
Motivatie = de bereidheid om een bepaald gedragssysteem uit te voeren

De motivatie wordt bepaald door de interne prikkels en externe prikkels

Motivatie = prikkelsterkte intern + prikkelsterkte extern

Voorbeeld:
Je ziet een heel lekker ijsje (sterke externe prikkel) maar je hebt net gegeten (zwakke interne prikkel). Als het ijsje lekker genoeg lijkt is je motivatie om tot voedingsgedrag (gedragsysteem) over te gaan nog hoog genoeg om het ijsje op te eten. Een portie spruiten levert echter niet een hoog genoege motivatie op om nog te gaan eten. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat veroorzaakt gedrag?
(terugkoppeling)
Het uitvoeren van gedrag heeft een effect op het organisme. 

Dit effect zorgt voor terugkoppeling naar de prikkelsterkte vanuit het interne en externe milieu

Voorbeeld:
Je hebt honger en loopt langs de mac Donalds. De prikkels verhogen de motivatie enorm om over te gaan tot voedingsgedrag. Je loopt de Mac binnen, besteld een burger en gaat eten. Het eten van de burger zorgt voor terugkoppeling op het interne milieu en externe milieu. Je honger gaat weg dus de interne prikkelsterkte neemt af en zodra je de Mac uitloopt en je ziet een KFC zal de prikkelsterkte van het zien van de KFC ook sterk zijn afgenomen. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat veroorzaakt gedrag?
(handelingen)
Het gedrag dat je vertoont bestaat uit een combinatie van aangeleerd gedrag, aangeboren gedrag en eventueel nieuwe handelingen. 

De terugkoppeling die plaats vindt in gedrag zorgt ervoor dat nieuwe handelingen vaker herhaald zullen worden of juist niet.

Als de nieuwe handeling je fitness (overlevingskans + voortplantingskans) verhoogt spreken we van adequaat gedrag. Adequaat gedrag zal vaker worden herhaald. 

Adequaat gedrag kan via DNA of via leerprocessen worden doorgegeven aan nakomelingen. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sommige apen hebben geleerd hoe je noten kunt kraken. Dit zorgde ervoor dat ze een nieuwe bron van voedsel hadden en dus hun overlevingskansen werden verhoogt.

Het kraken van noten is een voorbeeld van adequaat gedrag. Juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sommige apen hebben geleerd hoe je noten kunt kraken. Dit zorgde ervoor dat ze een nieuwe bron van voedsel hadden en dus hun overlevingskansen werden verhoogt.

De apen leren hun nakomelingen hoe ze ook noten moeten kraken door het aan ze voor te doen. Hoe wordt dit gedrag doorgegeven?
A
Via DNA
B
Via Aangeleerd gedrag
C
Nieuwe handelingen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel 2
Je kunt uitleggen wat sleutelprikkels zijn en wat supranormale prikkels zijn

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Periodieke invloeden
Regelmatige schommelingen in interne- en externe prikkel.

Voortplantingsprikkels
Een combinatie van interne externe prikkels leidt tot de drang om voort te planten. 
Concentratie hormonen veroorzaken voortplantingsgedrag, maar daglengte beïnvloedt ook voortplantingsgedrag. 
Bij vogels krimpen geslachtorganen als hormoonspiegel afneemt.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleutelprikkel
Een prikkel die doorslaggevend is om een bepaald gedrag te veroorzaken.




Onderzoek van Tinbergen ter discussie gesteld...

Slide 25 - Tekstslide

Mantelmeeuw met rode stik op snavel.
Stekelbaarsje agressie
Conclusie: "niet de rode kleur van de buik is sleutelprikkel, maar het contrast van de vissenhuid ten opzichte van de blauwe kleur van de ogen".

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Supranormale prikkel
Een kunstmatige / overdreven prikkel dat een sterke niet te onderdrukken respons veroorzaakt.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gedrag bij mensen:
Bekijk de volgende video

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke vorm van gedrag is dit?
A
Voortplantingsgedrag
B
Broedzorg
C
Baltsgedrag
D
Territoriumgedrag

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Motivatie voor een bepaald gedrag wordt bepaald door:
A
Alleen externe prikkels
B
Alleen interne prikkels
C
Sleutelprikkels
D
Door interne en externe prikkels

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit is sociaal gedrag
A
Juist
B
Onjuist

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een sleutelprikkel is een...
A
Uitwendige prikkel
B
Een prikkel die steeds dezelfde reactie roept
C
Inwendige prikkel
D
Een prikkel die elke keer een andere reactie roept

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


De rode kleur in de bek van het koekoeksjong is een ... voor de heggenmus om het koekoeksjong te voeren.
A
sleutelprikkel
B
impuls
C
prikkel
D
supranormale prikkel

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de afbeelding is weergegeven hoe vaak een meeuwenkuiken pikt naar een model van een snavel.
Wat is de sleutelprikkel die leidt tot het pik gedrag?
A
de vorm van de snavel
B
de kleur rood
C
een rode vlek op een gele snavel
D
het contrast van rood met een andere kleur

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In films maken ze ook gebruik van
bepaalde prikkels.
Bekijk de afbeelding.
Van welk soort prikkel hebben ze hier
gebruik gemaakt?
A
Een aangeboren prikkel
B
Een interne prikkel
C
Een sleutelprikkel
D
Een supranormale prikkel

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maken: opdracht 30 t/m 37

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies