Oefentoets GRT11 Interbellum, Hitler aan de Macht, Begin WO2




Oefentoets
GRT11 Interbellum, Hitler aan de Macht, Begin WO2
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
M&MMiddelbare schoolISKvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les




Oefentoets
GRT11 Interbellum, Hitler aan de Macht, Begin WO2

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer is het Interbellum?
A
1914-1918
B
1918-1933
C
1918-1939
D
1940-1945

Slide 2 - Quizvraag

Wat betekent Interbellum?

Slide 3 - Open vraag

Wanneer waren de roaring twenties
A
1920 - 1935
B
1919 - 1929
C
1914 - 1918
D
1929 - 1939

Slide 4 - Quizvraag

Bij welk begrip past deze foto goed?
A
Hyperinflatie
B
Staatsgreep
C
Demilitarisatie
D
Dolkstootlegende

Slide 5 - Quizvraag


Op het bord staat: “Voor 100 dollar kun je deze auto kopen. Ik heb contant geld nodig. Ik heb alles verloren op de beurs.”

→In welk jaar is deze foto gemaakt?  
→Leg je antwoord uit.
Gebruik de bron

Slide 6 - Open vraag

Zet de onderstaande gebeurrenissen in chronologische volgorde.
1
2
3
4
5
Hitler wordt rijkskanselier.
De machtigingswet wordt aangenomen.
alle politieke partijen worden verboden.
De Rijksdagbrand ontstaat.
Beurskrach in New York

Slide 7 - Sleepvraag

Sleep de vier foto’s in de juiste volgorde, van vroeger naar later.
1
2
3
4

Slide 8 - Sleepvraag

Wat is de boodschap van deze spotprent?
A
Het verdrag van Versailles heeft Duitsland economisch kapotgemaakt
B
Hitler kruipt uit het Verdrag van Versailles
C
Hitler heeft de Vrede van Versailles opgelegd
D
Duitsland mocht ook meebepalen wat er in verdrag kwam.

Slide 9 - Quizvraag

Wat was het Verdrag van Versailles?
A
Een verdrag dat gesloten werd in 1919
B
Een nieuwe grondwet in Frankrijk
C
Een wapenstilstand tussen Duitsland en Engeland
D
Een verdrag dat werd gesloten na de Tweede Wereldoorlog

Slide 10 - Quizvraag

Maak de juiste combinaties
het idee dat je eigen ‘ras’ (soort) beter is dan andere ‘rassen’.
manier van denken van mensen die het leger heel erg belangrijk vinden
zeer nationalistische, anti democratische en totalitaire politieke beweging
zeer nationalistische, anti democratische, totalitaire en racistische politieke beweging
Fascisme
militairisme
racisme
nationaalsocialisme

Slide 11 - Sleepvraag


Leg uit waarom Hitler Oostenrijk en Sudetenland wilde.

Slide 12 - Open vraag

Leg uit: Hoe Hitler de democratie heeft gebruikt om de democratie af te schaffen?

Slide 13 - Open vraag

Na welke gebeurtenis riep Hitler de noodtoestand uit en verbood alle andere politiek partijen?
A
Hitler zijn staatsgreep in München
B
Aanslag op Hitler
C
communistische staatsgreep
D
brand in de Rijksdag

Slide 14 - Quizvraag

Wat werd er afgesproken tijdens de Conferentie van München in september 1938?
A
Engeland en Duitsland sloten een bondgenootschap
B
Hitler zou Sudetenland krijgen
C
Hitler zou de helft van Polen krijgen
D
Oostenrijk zou zich aansluiten bij Duitsland

Slide 15 - Quizvraag