In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 70 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
LEZEN 10 min
Leesmoment
timer
10:00
Vragen bij de tekst:
Kun je lachen om een dictator die zoveel mensen heeft vermoord, of is dat ongepast?
Moeten dictators altijd gestraft worden, zelfs jaren later, of is het beter om ze te laten verdwijnen?
Waarom denk je dat sommige dictators zichzelf zo belangrijk maken met gekke titel?
Slide 2 - Tekstslide
Tekst staat naast de lessonup.
Het idee is om een interessant verhaal te lezen over een wat minder bekende dictator.
Leerdoelen
Lesdoel:
Ik leer hoe de macht in een land verdeeld is over drie groepen, zodat één persoon niet teveel macht krijgt.
Slide 3 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Democratie
Democratie: een vorm van regeren waarin het volk beslist.
- Directe democratie: volk beslist zelf over politieke besluiten;
- Indirecte democratie: volk kiest volksvertegenwoordigers (politici) die de politieke besluiten maken
Slide 4 - Tekstslide
Laat de leerlingen nadenken over situaties waar deze rechten nu niet gelden
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Democratie
Kenmerken van een democratie:
- Vrije verkiezingen
- Vrijheid van mening
- Vrije pers
- Volksvertegenwoordiging
- Grondwet
- Scheiding der machten
Slide 5 - Tekstslide
Laat de leerlingen nadenken over situaties waar deze rechten nu niet gelden
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Scheiding der machten
Trias Politica: de drie machten in Nederland 'gescheiden'
Kamerlid Geert maakt de wetten
Minister Sophie voert wetten uit
Rechter Sandra gaat over de rechtspraak
Slide 6 - Tekstslide
Laat de leerlingen nadenken over situaties waar deze rechten nu niet gelden
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Dictatuur
Dictatuur: een vorm van regeren waarin één persoon of een klein groepje personen alle beslissingen maken.
Slide 7 - Tekstslide
Laat de leerlingen nadenken over situaties waar deze rechten nu niet gelden
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Dictatuur
Kenmerken van een dictatuur:
- Geen vrije verkiezingen
- Verbod van kritiek op de leider
- Geen vrije pers
- Weinig volksvertegenwoordiging
- Grondwet niet gerespecteerd
- Geen scheiding der machten
Slide 8 - Tekstslide
Laat de leerlingen nadenken over situaties waar deze rechten nu niet gelden
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Slide 9 - Tekstslide
Democratie Index van the Economist waarbij landen worden gerankt of ze een democratie zijn.
Stap 3: kies van elk continent (zes continenten) één land. Beantwoord dan de volgende vragen:
- Hoe scoren deze landen op de index? (cijfer in 2016)
- Beschrijf kort hoe het zit met de Trias Politica in deze landen. Je mg voor deze opdracht chat gebruiken
Slide 11 - Tekstslide
6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.
Slide 12 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
2. Wat is het verschil tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht?
A
A. De wetgevende macht voert wetten uit, de uitvoerende macht maakt wetten, en de rechterlijke macht controleert dat alles eerlijk gaat
a.
B
b.B. De wetgevende macht maakt wetten, de uitvoerende macht voert ze uit, en de rechterlijke macht spreekt recht
C
C. Alle drie de machten maken samen wetten
c.
D
d.D. Alle drie de machten zorgen alleen voor het leger
Slide 13 - Quizvraag
7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
1. Wat is de trias politica en waarom is het belangrijk in een democratie?
A
a.A. Dat de koning alle macht heeft in een land
B
b.B. Dat de macht verdeeld is in drie delen, zodat niemand te machtig wordt
C
C. Dat het leger de baas is over de regering
c.
D
d.D. Dat burgers helemaal geen rechten hebben
Slide 14 - Quizvraag
7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
3. Hoe zorgen de drie machten ervoor dat niemand te veel macht krijgt?
A
A. Ze controleren elkaar en houden elkaar in balans
B
B. Ze geven al hun macht aan de koning
C
C. Ze werken nooit samen
D
D. Ze laten alleen de uitvoerende macht beslissen
Slide 15 - Quizvraag
7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
4. Waarom is de scheiding van de machten belangrijk voor de rechten van burgers?
A
A. Omdat burgers dan zelf wetten mogen maken
B
B. Omdat burgers anders helemaal geen belasting hoeven te betalen
C
C. Omdat het voorkomt dat één persoon of groep alle macht krijgt
D
D. Omdat burgers dan geen politie meer nodig hebben
Slide 16 - Quizvraag
7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Afsluiting
- Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd?
- Waar wil je meer over leren?
- Wat moet je de volgend keer meenemen: werkboekje in werkmap + leesboek Nederlands
- Zijn er nog vragen?
Slide 17 - Tekstslide
8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.