cross

Po geschiedenis periode 1 betoog

inhoud hoofdstuk 1 t/m 4
1. tijd van jagers en boeren
2. tijd van Grieken en Romeinen
3. tijd van monniken en ridders
4. tijd van steden en staten
Geen Tweede Wereldoorlog maar je mag wel op zoek gaan naar verbindingen! 
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenishavoLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

inhoud hoofdstuk 1 t/m 4
1. tijd van jagers en boeren
2. tijd van Grieken en Romeinen
3. tijd van monniken en ridders
4. tijd van steden en staten
Geen Tweede Wereldoorlog maar je mag wel op zoek gaan naar verbindingen! 

Slide 1 - Tekstslide

PTA (o.v.b.)

Slide 2 - Tekstslide

Je schrijft
brief -> 25%
dagboek -> 25%
betoog -> 25%
Posterpresentatie -> 25%
Maar het is 1 cijfer :) 

Slide 3 - Tekstslide

Je levert elke week een opdracht in (via magister). 
week 1: brief -> 25% -> 4 september
week 2: dagboek -> 25% -> 11 september
week 3: betoog -> 25% -> 18 september
week: Posterpresentatie -> 25% -> 25 september
Maar het is 1 cijfer :)

Slide 4 - Tekstslide

standplaatsgebondenheid
'je kijk op een situatie hangt van je achtergrond af'
gezin/ familie/ bevolkingsgroep/ generatie/ levensbeschouwing/ politieke overtuiging/ huidskleur/ sekse/ werelddeel waaruit je afkomstig bent etc...

Slide 5 - Tekstslide

Wat voel je hierbij? 

Slide 6 - Tekstslide

De opbouw van een betoog
Kies een pakkende titel voor je betoog. 



1.Inleiding

De inleiding bestaat meestal uit twee delen. In het eerste deel introduceer je het onderwerp en probeer je de aandacht van de lezer te trekken. Het tweede deel is een opstap naar de kern. Hier formuleer je je stelling. 




Slide 7 - Tekstslide

2.Kern
De kern bestaat onder andere uit de onderbouwende argumenten van de stelling. Behandel bij meerdere argumenten ieder hoofdargument in een nieuwe alinea. Horen de argumenten bij elkaar, zet ze dan bij elkaar in één alinea. Geef voorbeelden en gebruik feiten, zo verlevendig je het betoog. Benadruk de argumenten die jouw standpunt versterken, maar denk ook aan mogelijke tegenargumenten. Bedenk wat de tegenargumenten kunnen zijn en behandel ze in je betoog. Door ze vervolgens te ontkrachten versterk je je betoog.
3.Conclusie
Aan het eind van de tekst herhaal je expliciet de stelling met je belangrijkste argumenten en geef je een korte samenvatting. Hiermee eindig je het betoog.

Slide 8 - Tekstslide

Betoog?= beargumenteerde mening

(fout) Voorbeeld:
Het afwegen van de oorzaken die ten grondslag liggen aan de Nederlandse Opstand is het onderwerp van deze opdracht. 
hier een vraag van maken?
Welke oorzaken...

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

VRAAG?

Slide 11 - Woordweb