8.2 Spanning 4BB

Hfdst 8.2

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, bLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hfdst 8.2

Wat is het symbool voor stroomsterkte

A

A

B

I

C

U

D

S

Een voltmeter plaats je altijd:

A

in serie

B

bij de batterij

C

maakt niet uit

D

parallel

de stroommeter plaats je altijd

A

in serie

B

bij de batterij

C

maakt niet uit

D

parallel

in een parallelschakeling

A

is de stroom overal even groot

B

is er geen stroom

C

wordt de stroom verbruikt

D

verdeelt zich over de vertakkingen

Waar plaats je een spanningsmeter?

A

In serie met het onderdeel

B

Voor de schakelaar

C

Parallel aan het onderdeel

D

Na de batterij

Je meet de spanning over een lampje. Waar sluit je de spanningsmeter aan?

A

Alleen aan de pluspool

B

Aan beide kanten van het lampje

C

Alleen aan de minpool

D

Aan de schakelaar

De spanning van een batterij is 9 V. Hoe groot is de spanning over één lamp in een parallelschakeling?

A

4,5 V

B

9 V

C

18 V

D

0 V

Waarom is de spanning overal gelijk in een parallelschakeling?

A

Omdat er geen stroom loopt

B

Omdat alle onderdelen direct op de bron zijn aangesloten

C

Omdat de lampjes even groot zijn

D

Omdat er maar één draad is

Een batterij levert 12 V. Twee gelijke lampjes staan in serie. Welke spanning staat ongeveer over elk lampje?

A

2 V

B

4 V

C

6 V

D

12 V

In welke schakeling heeft elk lampje zijn eigen stroomkring?

A

Geen van beide

B

Gemengde schakeling

C

Parallelschakeling

D

Serieschakeling

Vragen over de les?


Huiswerk



Hoofstuk 8.2 Opdracht 1 t/m 10

(BLZ 89 t/m 98)



20

minute

00

second