Bronnen

Bronnen
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Bronnen

Slide 1 - Tekstslide

Bronnen


In de lopende tekst

Slide 2 - Tekstslide

In de lopende tekst moet het voor de lezer duidelijk zijn waar informatie vandaan komt. Je maakt een verwijzing naar de bron, door deze kort te noemen aan het eind van de zin. Je noemt dan de naam van de schrijver (of als deze mist, de organisatie), gevolgd door het jaartal. De verwijzing zet je tussen haakjes, en wordt gevolgd door een punt (Janssen, 2018).

Aan het einde van je tekst neem je een bronnenlijst op. Deze bronnenlijst zet je op alfabetische volgorde. In de bronnenlijst vermeld je de bron volgens de richtlijnen van APA. Je verwijst in feite dus ten minste twee keer naar elke gebruikte bron: op de plek waar je informatie uit de bron hebt genoemd, en in de literatuurlijst.


Literatuurlijst (voorbeeldbron)
Janssen, T. (2018). APA in het kort (Lessenreeks Betoog). Didam: Liemers College.






Er is een verschil tussen de bronvermelding en de bronnenlijst.

Slide 3 - Tekstslide

Bronnen


De literatuurlijst

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide