Les 51 TIB (voorzetsels)

Taal in de buurt, woensdag 28 januari
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Buitengewoon secundair onderwijs

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Taal in de buurt, woensdag 28 januari

Slide 1 - Tekstslide

Welkom allemaal!
Hoe gaat het? 
Planning
- lesdoelen
- voorzetsels (prepositions)

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?

Lesdoelen

-Ik weet de  voorzetsels en hoe ik ze moet gebruiken in zinnen 


Slide 3 - Tekstslide

Vandaag lezen we teksten over de dokter. 
Aan het eind kun je vertellen wat je gelezen hebt 
Terugblik: exit tickets
Vraag van vorige les:

Waar staat niet en geen in de zin?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaats van GEEN
Regel:
GEEN staat altijd vóór het ding (geen always comes before the thing)

werkwoord + GEEN + ding;

Voorbeeld:
Ik heb geen kamer.
Ik heb geen nieuwe broek nodig.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaats van NIET
Regels:
NIET staat na het werkwoord (niet comes after the verb)
NIET staat vóór wat je ontkent (niet comes before what you are negating)

werkwoord + NIET + extra informatie

Deze broek past niet.
Anton wil de mosterdsoep niet proeven.

Slide 6 - Tekstslide


Anton wil de mosterdsoep niet proeven.

wil = werkwoord

niet = ontkenning

proeven = actie (ontkend)

Schema:

Anton + wil + de mosterdsoep + niet + proeven

Bij extra woorden zoals zin; we hebben nog niet gegeten, komt niet na het extra woord. 
Voorzetsels 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke 'voorzetsels' heb
je gehoord?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De bal is voor de doos.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De bal is achter de doos.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De bal is op de doos.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De bal is onder de doos.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De bal is naast de doos.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De bal is in de doos.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar is de bal?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Spreken met voorzetsels 
A: Waar is het boek? → Het boek ligt op de tafel.
B: Waar is de stoel? → De stoel staat achter het bureau.
Waar is de pen? → ...
Waar is de tas? → ...
Waar is...
Waar is...
Waar is...

Slide 18 - Tekstslide

Laat leerlingen om de beurt een voorwerp verplaatsen en een nieuwe zin maken:

Nu ligt de bal tussen de stoelen.
Tabel 8.7 - preposities
blz. 117

de foto hangt aan de muur (the picture is on the wall)
de stoelen staan om de tafel (the chairs are around the table)
de televisie staat bij de tafel (the t.v. is near the table)
dit is een huis met een balkon (this house is a house with a balcony)

Slide 19 - Tekstslide

samen doorlopen en focussen op de preposities van plaats die niet zijn genoemd in het filmpje en net niet besproken

de foto hangt aan de muur.
de stoelen staan om de tafel.
de televisie staat bij de tafel.
dit is een huis met een balkon. 
Opdracht 6 (spreken)

Doe samen opdracht 6. 

Ik loop langs om te helpen.

timer
8:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 7 
Vul de juiste prepositie in. Werk samen.


Check zelf de antwoorden, achterin je boek.
timer
15:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PAUZE! (15 minuten)

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woordestafette
Vocabulaire H8: 
wonen: meubels/kamers/huizen

Wat weet je nog?
timer
1:00

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken 
- Maak opdracht 8 en 9, H8.
- Klaar? Maak de opdrachten cultuur, in de praktijk, eigen vocabulaire + reflectie van H8.
Extra: verdiepingsmateriaal coutinho op je telefoon/laptop

- Wie wil helpen om een eetfeestje te organiseren met andere groepen in de Schakel?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(extra opdracht) Spreken
Werk in tweetallen. 
Situatie: eén cursist is makelaar, één is klant. 
Gebruik minimaal 3 preposities. 

Voorbeeldzin:
De badkamer is naast de slaapkamer
Het appartement is in het centrum.

timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies