Hoofdstuk 3 EHBO

EHBO Hoofdstuk 3 
uitgangspunten eerste hulp

1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
EHBOMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 42 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

EHBO Hoofdstuk 3 
uitgangspunten eerste hulp

Slide 1 - Tekstslide

Welkom:

  • Tas is opgeruimd in de kast.
  • Telefoon is in je tas en anders in de koffer
  • Oortjes uit je oren en opruimen
  • Eigen boek op tafel (EHBO K12)
  • Pen op tafel/etui

Heb je dit in orde dan mag je deelnemen aan de les
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Doelstellingen

Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat eerste hulp is;
  • wat de algemene uitgangspunten bij het verlenen van eerste hulp zijn;
  • veiligheid van het slachtoffer, de omstander en de hulpverlener toe te passen;
  • besmetting te voorkomen.

 

Slide 3 - Tekstslide

BEGRIPPEN EERSTE HULP

EHBO is de afkorting van Eerste Hulp Bij Ongevallen.

Het Oranje Kruis en het Rode Kruis zijn organisaties die zich inzetten op het gebied van EHBO.
 Voorbeelden van professionele hulpdiensten:
  •  Brandweer;                                       
  •  Politie;
  •  Ambulance.              
 



Slide 4 - Tekstslide

Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.01 en 3.02 blz. 65 t/m 68


timer
7:00

Slide 5 - Tekstslide

Algemene uitgangspunten eerste hulp:

  1. Let op gevaar.
  2.  Bel 112 bij een levensbedreigende situatie of als iemand dringend medische hulp nodig heeft.
  3.  Stel het slachtoffer gerust.
  4.  Biedt beschutting. Let op onderkoeling of oververhitting.
  5.   Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit.





Slide 6 - Tekstslide

1. Let op gevaar
  • Gevaar kan overal in schuilen. Let daarom, bij hulpverlenen, constant op gevaar voor jezelf en voor het slachtoffer;
  • Neem geen onnodige risico’s en ga pas hulpverlenen als de situatie veilig genoeg is;
  • Als het niet veilig is, bel direct 112 en houd afstand.

Voorbeelden van onveilige situaties zijn                          
• een verkeersongeluk op de autosnelweg;
• een auto die in brand staat;
• paniek of een vechtpartij, die gewoon doorgaat


Slide 7 - Tekstslide

Lees uit je boek:  3.4 de casus 'Maurits krijgt een ongeluk' Blz. 69
Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.03, 3.04 en 3.05 blz. 69 t/m 72


timer
10:00

Slide 8 - Tekstslide

2. Bel 112
  • Bel altijd 112 bij een levensbedreigende situatie of als iemand dringend medische hulp nodig heeft;
  • In situaties die minder spoedeisend zijn, bel je naar de huisarts of de spoedpost.
De centralist van de meldkamer stelt verschillende vragen om te kunnen beoordelen wat er aan de hand is en welke professionele hulp gestuurd moet worden.
Zoals:
  • Wat is er aan de hand;
  • Wat mankeert het slachtoffer;
  • Of het slachtoffer bij bewustzijn is;
  • Welke eerste hulp jij al hebt verleend;
  • Of je het slachtoffer hebt verplaatst;
  • Of er een verandering in de ademhaling is geweest;
  • Of het slachtoffer heeft moeten braken;
  • Of het slachtoffer veel bloed heeft verloren


Slide 9 - Tekstslide

Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.07 en 3.08 blz. 73 t/m 75


Slide 10 - Tekstslide

3. Stel het slachtoffer gerust
  • Het slachtoffer kan angstig, geïrriteerd of zelfs agressief reageren;
  • Ook het zien van veel bloed kan paniek oproepen.
 

Slide 11 - Tekstslide

3. Stel het slachtoffer gerust

Het slachtoffer heeft iemand nodig die hem geruststelt. Dit doe je door onder andere:
  • het slachtoffer het gevoel te geven dat deze op jou kan rekenen.
  •  kalm en vriendelijk te blijven en begrip te tonen voor angst en boosheid.
  •  met het slachtoffer te blijven.
  •  naast het slachtoffer te zitten (niet achter hem) zodat je zichtbaar bent.
  •  Telkens te vertellen wat je aan het doen bent.
  •  oogcontact te maken en te vertellen wie je bent.
  •  geen uitspraken te doen die je niet kunt nakomen

Slide 12 - Tekstslide

Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.09 en 3.10 blz. 77


timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

4. Bied beschutting. Let op onderkoeling of oververhitting.
  • Je verplaatst het slachtoffer niet als dat niet nodig is. Je doet dit alleen als er gevaar dreigt;
  •  Je beschermt het slachtoffer tegen regen, wind of felle zonneschijn;
   - Bij koud weer (regen/ wind) of doordat het slachtoffer in het                  water heeft gelegen, kan hij onderkoeld raken;
   - Bij extreme warmte of felle zon is er risico op oververhitting;
  • Maak gebruik van een reddingsdeken (isoleerdeken).
 

Slide 14 - Tekstslide

4. Bied beschutting. Let op onderkoeling of oververhitting.

De isoleerdeken heeft een zilverkleurige kant en een goudkleurige kant:
  •  Bij onderkoeling gebruik je de deken met de goudkleurige kant naar buiten toe.
  •   Bij oververhitting gebruik je de deken met de zilverkleurige kant naar buiten
 


Slide 15 - Tekstslide

opdracht 3.11 Eerste hulp aan kinderen blz. 78

Slide 16 - Tekstslide

Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.11 blz. 78


timer
5:00

Slide 17 - Tekstslide

5. Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit

  • Je verplaatst een slachtoffer alleen als hij op een onveilige plaats ligt.



  • Je kunt het slachtoffer verplaatsen met de Rautekgreep. Dit is een noodvervoersgreep waarmee je het slachtoffer naar een veilige plek kunt verplaatsen.

Slide 18 - Tekstslide

Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.12 blz. 81


timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide

Omgaan met emoties
  • Schrikken;
  • Gespannen raken;
  • Weglopen.
 Weet je niet wat je moet doen? Bel 112!
 


Slide 20 - Tekstslide

Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.13 blz. 83


timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

Besmetting
  • Bij contact met bloed bestaat er altijd een risico op besmetting met infectieziekten.
 Besmetting = het overdragen van ziektekiemen op een levend organisme.
 Infectie = ziektekiemen vermeerderen zich en beschadigen het organisme.
 


Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Veilig eerste hulp verlenen tijdens de coronacrisis

Pandemie = als een besmettelijke ziekte zich over een groot deel van de aarde verspreidt.

Tijdens een pandemie moet je goed het risico overwegen. Dat wil zeggen, dat je nadenkt over de risico’s en beslist om wel of niet te handelen.


Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Maak uit je boek:
Opdrachten; 3.14,3.15, 3.16 en 3.17  blz. 85 t/m 90


timer
15:00

Slide 26 - Tekstslide

1.Hoofdstukken 2 en 3 theorie maken en laten aftekenen in het boek door de docent.
2.Maak de volgende Deelopdracht Cijfer opdracht:
Lees de opdracht eerst goed door:
  • Deelopdracht 3.02 Goede eerstehulpverlener blz.200
(deze maak je met een klasgenoot)
  • Deelopdracht 3.05  verplaatsen van het slachtoffer inschakelen blz. 207 (in tweetallen)
  • Deelopdracht 4.03 blz. 223 t/m 227 stabiele zijligging.
Deze opdrachten zijn eind van de les af !!

Slide 27 - Tekstslide

Opdracht 3.02 Goede eerstehulpverlening

Slide 28 - Tekstslide

Opdracht 3.05 De Rautekgreep vanaf de grond

Slide 29 - Tekstslide

Doen: deelopdracht 3.05:

Greep van Rautek

Lees hoofdstuk 3 blz 81 t/m 82

Voeruit:  

Deelopdracht 3.05 blz 207 t/m 209 uit.

(gebruik het stappenplan blz. 208)

in tweetallen:

1 slachtoffer

1 hulpverlener.

Wissel van rol tot iedereen aan de beurt is geweest

timer
20:00

Slide 30 - Tekstslide

EINDE !!!!
EHBO Hoofdstuk 3 


Slide 31 - Tekstslide

Hoofdstuk 4. 
Praktijkopdracht stabiele zijligging 

Slide 32 - Tekstslide

stabiele zijligging blz. 223

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Tekst

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Doen:Deelopdracht 4.03 blz. 223 t/m 227
Stabiele zijligging vanuit rugligging en van naar buik op rug leggen.
Deze opdracht voer je uit in een groep van 2 leerlingen:
  • Leerling 1 rol eerste hulpverlener.
  • Leerling 2 rol van het slachtoffer.
  •  Beoordeel aan de hand van de scoringslijst blz. 223/224.
( oefen 3 keer en wissel de rollen )
timer
15:00

Slide 42 - Tekstslide