DID LE6 Les 2 (7.3 vervolg)

Didactische werkvormen
Hoe laat ik ze leren?
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
DidactiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Didactische werkvormen
Hoe laat ik ze leren?

Slide 1 - Tekstslide

Les Voorbereiding Formulier
Waar werk jij de didactische werkvormen uit?
Hoe werk jij de didactische werkvormen uit?
Hoe organiseer je het ?
Hoe bied je het aan ?
Welke ruimte geef je ?
Kies voor elke bewegingsvorm of opdracht uit elke categorie minimaal één didactische werkvorm.

Slide 2 - Tekstslide

Vorige les?

Slide 3 - Tekstslide

Wat zijn didactische werkvormen ?
Het zijn gedragswijzen van de lesgever, gericht op het tot stand brengen van leerervaringen, met het oog op het realiseren van bepaalde doelstellingen
De activiteit van de lesgever roept uiteraard een bepaalde reactie op bij deelnemers!
Activiteiten lesgever:

- informatie geven
- opdrachten geven
- uitleggen
- voorbeeld geven
Activiteiten deelnemers:

- antwoord geven
- luisteren
- nadoen
- oefenen
Voorbeelden
Omschrijving 1

Slide 4 - Tekstslide

Wat zijn didactische werkvormen ?
Het zijn manieren om het leren in de zaal (veld, zwembad...) zo te organiseren, dat deelnemers zoveel mogelijk leren
Manieren verwijst o.a. naar de opdracht, de materialen en hoe deelnemers georganiseerd worden.
Activiteiten lesgever:

Hoe wordt de opdracht geformuleerd?

Welke materialen en hoe gebruik jij ze?

Hoe organiseer jij de deelnemers?

Activiteiten deelnemers:

... hoe  deelnemers  reageren?

... welk beweeggedrag jij hen wilt laten leren?

... welke intensiteit past: veel beurten in kleine groepjes of 
minder beurten in grotere groepen?
Kun jij voorspellen?
Omschrijving 2

Slide 5 - Tekstslide

Vorige les?

Slide 6 - Tekstslide

Didactische werkvormen kun je indelen op drie manieren. Waaronder valt het uitgangspunt
'het geven van opdrachten' ?
A
Organisatorisch
B
Wijze van aanbieden
C
Ruimte die de lesgever biedt
D
Open werkvorm

Slide 7 - Quizvraag

Welke didactische werkvorm kies je als je zo snel mogelijk een bepaalde techniek wilt aanleren?
A
Open werkvorm
B
Gesloten werkvorm
C
Organisatorisch
D
Wijze van aanbieden

Slide 8 - Quizvraag

We delen de didactische werkvormen in op onderstaande drie gebieden. Wat hoort waar?
Organisatorisch
Wijze van aanbieden
Ruimte die de lesgever biedt
Vrij werken
Open werkvorm
Opdracht vorm
Vraagvorm
Werken in groepen
Spelvorm
Gesloten vormen
Klassikaal werken

Slide 9 - Sleepvraag

Onderstaand allemaal voorbeelden van acties van de deelnemers.
Welke hoort er niet bij?
A
Antwoord geven
B
Oefenen
C
Voorbeeld geven
D
Nadoen

Slide 10 - Quizvraag

Welke didactische werkvorm kies je als je een cognitief of sociaal affectief doel stelt?
A
Open werkvorm
B
Gesloten werkvorm
C
Organisatorisch
D
Wijze van aanbieden

Slide 11 - Quizvraag

Indeling didactische werkvormen ?
Hoe organiseer je het ?
Hoe bied je het aan ?
Welke ruimte geef je ?

Slide 12 - Tekstslide

Opdrachtvorm
De lesgever geeft een opdracht, deelnemers gaan aan de slag
Geeft opdrachten zonder al teveel aanwijzingen / instructies
- Opdrachten verbaal of visueel
- Open opdrachten = veel inbreng deelnemers
- Gesloten opdrachten = weinig inbreng deelnemers

Slide 13 - Tekstslide

Instructievorm
Eigenlijk een gerichte opdracht ter ondersteuning vh leerproces
Het geven van technische / tactische aanwijzingen
Lesgever moet de bewegingsuitvoering heel goed kennen
- Auditieve instructie (praatje)
- Visuele instructie (plaatje)
- Tactiele of manuele instructie (daadje)

Slide 14 - Tekstslide

Opdrachtvorm of instructievorm ?

"Stap met je rechtervoet op de balk, loop naar de overkant en spring er met een streksprong af".

Tot welke wijze van aanbieden behoort bovenstaande formulering?
A
Open opdrachtvorm
B
Gesloten opdrachtvorm
C
Visuele instructie
D
Manuele instructie

Slide 15 - Quizvraag

Opdrachtvorm of instructievorm ?

"Kom op een of andere manier op de balk, ga naar de overkant en doe een afsprong".

Tot welke wijze van aanbieden behoort bovenstaande formulering?
A
Open opdrachtvorm
B
Gesloten opdrachtvorm
C
Visuele instructie
D
Manuele instructie

Slide 16 - Quizvraag

Opdrachtvorm of instructievorm ?

Bij de uitleg van een tikspel het beeld schetsen van politieagenten die boeven vangen,

Tot welke wijze van aanbieden behoort bovenstaande uitleg?
A
Open opdrachtvorm
B
Gesloten opdrachtvorm
C
Visuele instructie
D
Auditieve instructie

Slide 17 - Quizvraag

Opdrachtvorm of instructievorm ?

Welke wijze van aanbieden laat bijgaan foto zien?


A
Open opdrachtvorm
B
Gesloten opdrachtvorm
C
Visuele instructie
D
Auditieve instructie

Slide 18 - Quizvraag

Vraagvorm
Lesgever stelt vragen, deelnemer wordt aan het denken gezet
Geeft positief effect op kwaliteit van het leerproces
Lesgever komt erachter wat deelnemer weet
Vragen kunnen gaan over techniek, tactiek, spelregels, samenwerking, etc
Info leerstijl deelnemer? Cognitief betrokken of juist oppervlakkig
Leerstijl deelnemer ?

Slide 19 - Tekstslide

Zelfontdekking
Leren door zelfontdekking is efficiënter!
Bevordert motivatie en zelfwerkzaamheid
Goed te combineren met vraagvorm!
Vergt nauwkeurige formulering van opdrachten

Slide 20 - Tekstslide

Wijze van aanbieden

Welke opdracht geeft het meeste leereffect?
A
Ga maar lekker zwaaien
B
Ga zwaaien en probeer zwaai te vermeerderen

Slide 21 - Quizvraag

Wijze van aanbieden

Wanneer is een deelnemer cognitief betrokken op het leerproces ?
A
Als de instructie nauwkeurig uitgevoerd wordt
B
Als de opdracht begrepen wordt
C
Als er wordt geantwoord op een vraag van de lesgever
D
Als er wordt geluisterd naar de vragen van de lesgever

Slide 22 - Quizvraag

Wijze van aanbieden
Stelling:

Tactiele instructie past bij zelfontdekkend leren...
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quizvraag

Coachvorm
Geschikt voor aanleren van tactische vaardigheden
Feedforward: voorzeggend coachen
Feedback: achteraf coachen
Aandachtspunten
- Info moet hoorbaar zijn
- Heb je weinig volume dan bevriessituaties gebruiken
- Info moet kort en krachtig zijn
- Gebruik non-verbale ondersteuning
- bevriezen = stoppen met bewegen (niet te vaak toepassen)

Slide 24 - Tekstslide

 Spelvorm
Al spelend iets aanleren
Wedstrijdecht / game-like leren
Feedback: achteraf coachen
Aandachtspunten
- Info moet hoorbaar zijn
- Heb je weinig volume dan bevriessituaties gebruiken
- Info moet kort en krachtig zijn
- Gebruik non-verbale ondersteuning
- bevriezen = stoppen met bewegen (niet te vaak toepassen)

Slide 25 - Tekstslide

Wijze van aanbieden

De groep gaat de aanval/smash bij volleybal aan het oefenen. De accenten zijn: kort aanloopje, omhoog afzetten en zo hoog mogelijk raken.

De docent laat vervolgens een voorbeeldje zien.

Welke didactische werkvormen worden bij deze uitleg gecombineerd..?
A
Opdrachtvorm en instructievorm
B
Instructievorm en coachvorm
C
Spelvorm en vraagvorm
D
Instructievorm en zelfontdekkend leren

Slide 26 - Quizvraag

Wijze van aanbieden

De groep is de aanval/smash bij volleybal aan het oefenen. De accenten zijn: kort aanloopje, omhoog afzetten en zo hoog mogelijk raken.

De docent legt de oefening stil en vraagt aan Raf: op welke manieren kun je omhoog afzetten?

Welke didactische werkvormen worden hierbij gecombineerd..?
A
Opdrachtvorm en feed forward
B
Instructievorm en feedback
C
Coachvorm, vraagvorm en feed forward
D
Coachvorm, vraagvorm en feedback

Slide 27 - Quizvraag

Wijze van aanbieden

De groep is de aanval/smash bij volleybal aan het oefenen. De accenten zijn: kort aanloopje, met twee voeten afzetten en zo hoog mogelijk raken.

De docent legt de oefening stil en vraagt aan Raf: hoe moest je nou afzetten?

Welke didactische werkvormen worden hierbij gecombineerd..?
A
Opdrachtvorm en feed forward
B
Instructievorm en feedback
C
Coachvorm, vraagvorm en feed forward
D
Coachvorm, vraagvorm en feedback

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide

Open en gesloten
- Vormgeven a.d.h.v. vijf punten (zie onder
- Alle vijf volledig vrij = open didactische werkvorm!
- Leg je alles vast = gesloten didactische werkvorm!
1 Materiaal: 
2 Ruimte en plaats: 
3 Technische uitvoering: 
4 Groepering:  
5 De werktijd: 
verschillende materialen aanbieden of als lesgever bepalen wat gebruikt mag worden
zelf weten waar ze oefenen of als lesgever bepalen welke ruimte ze krijgen
zelf bepalen hoe uit te voeren of als lesgever voorschrijven hoe iets moet
varieert van individueel, tweetallen tot hogere aantallen of als lesgever voorschrijven
deelnemers laten werken zonder of juist met tijdsdruk

Slide 30 - Tekstslide