In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Stad en dorp: welke woorden horen daarbij?
timer
3:00
Wat weet je al?
Slide 1 - Woordweb
Begrippen die al bekend zijn:
stad
dorp
Begrippen die we gaan leren:
flat
files
platteland
Slide 2 - Tekstslide
In Nederland zijn er verschillende plaatsen waar mensen wonen. Die plaatsen zijn niet allemaal even groot. Kleine plaatsen noemen we een dorp en grote plaatsen een stad. Waar woon jij?
Slide 3 - Open vraag
Stad
Een stad is een grote plaats.
In een stad wonen veel mensen.
In de stad zijn veel winkels.
In de buurt van de stad staan vaak veel files.
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Video
Dorp
Een dorp is dus een klein plaatsje.
In een dorp wonen meestal weinig mensen.
Er zijn vaak veel bomen, planten en grasveldjes.
Slide 6 - Tekstslide
Stad of dorp?
A
Stad
B
Dorp
C
Platteland
Slide 7 - Quizvraag
Stad
Dorp
Bioscoop
Bos
Veel winkels
Weinig winkels
Geen bos
Weinig auto's
Geen Bioscoop
Veel auto's
Slide 8 - Sleepvraag
Platteland
- Wonen nog minder mensen dan in een dorp
- Maar een paar huizen (vooral boerderijen) tussen de weilanden
- Veel ruimte, groen en rust
Slide 9 - Tekstslide
Veel land buiten de stad is boerenland, dat noemen we?
A
platteland
B
bos
C
zee
D
woonwijk
Slide 10 - Quizvraag
Hoe noem je een rustig gebied, met dorpen en boerderijen?
A
Een landschap
B
Het platteland
C
De natuur
Slide 11 - Quizvraag
Wat weet je nog.... Waar moet je wonen voor een grote tuin en veel ruimte?