H2 - P2 - week 9 - les 1 - Herhaling voor toets

Welkom!
Nederlands
Mevrouw Takken, TNL
takkenl@farel.nl
Aanwezig op: maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag (SWS)
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2,3

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Nederlands
Mevrouw Takken, TNL
takkenl@farel.nl
Aanwezig op: maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag (SWS)

Slide 1 - Tekstslide

- Welkom
(- Lezen)
- Vragen over toetsstof?
- Oefening voor toets - keuze welke je maakt. 


Doel:
- Je kunt in een zin de woordsoorten benoemen. 
- Je weet wat je moet kennen
- Je kunt een antwoord op een vraag op de juiste manier formuleren
Vandaag in de les:

Slide 2 - Tekstslide

Stillezen
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Leren:

H17 - Functiewoorden
H18 - Verbindingswoorden
H19 - Verwijswoorden
H5 - Herhaling Woordsoorten Brugklas

Woordenschat H17, 18, 19 en 5

Vragen over de toetsstof

Slide 4 - Tekstslide

Functies die een alinea kan hebben, aangegeven met het functiewoord:

Reden, opsomming, voorbeeld, uitleg, aanleiding, afweging, nuancering, anekdote, argument, constatering, definitie, gevolg, oplossing, verklaring
Wat is de functie (h17):

Slide 5 - Tekstslide

Wat is het verband (h18)?

Slide 6 - Tekstslide

Je hoeft niet altijd alles uit te schrijven en te herhalen:

De leerling had zich verslapen, waardoor de leerling te laat op school was.
- De leerling had zich verslapen, waardoor hij te laat op school was.
- De leerling had zich verslapen, waardoor het arme schaap te laat op school was.
- De leerling had zich verslapen, waardoor hij er te laat was.

Verwijzen (h19)

Slide 7 - Tekstslide

Taalkundig ontleden (h5)
Taalkundig ontleden
Redekundig ontleden

Slide 8 - Tekstslide

Welke woordsoorten heb je vorig jaar geleerd?
Woordsoorten MHV1
Soorten werkwoorden MHV1
Persoonsvorm (hij zou nog betalen)
Infinitief (hele werkwoord, aan het einde van een zin (hij zou nog betalen)
Voltooid deelwoord (hij heeft betaald)
Onvoltooid deelwoord (Hij ging betalend door het leven)

Slide 9 - Tekstslide

Wat is de functie van een bijwoord in een zin? 
Een bijwoord geeft extra informatie bij een ander woord dan een zelfstandig naamwoord.
Diagnostische oefening woordsoorten

Slide 10 - Tekstslide

Noteer en benoem van onderstaande zinnen alle zelfstandige naamwoorden, lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden, voorzetsels en voornaamwoorden. 
 
a De lamp in de verste hoek van de kamer is kapot.
De (=lw)                                de (=lw)
lamp (=zsnw)                       kamer (=zsnw) 
in (=vz)                                   is  (= ww)
de (=lw)                                 kapot (=bvnw)
verste (=bvnw) 
hoek (=zsnw) 
van (=vz) 
 

Diagnostische oefening woordsoorten

Slide 11 - Tekstslide

Noteer en benoem van onderstaande zinnen alle zelfstandige naamwoorden, lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden, voorzetsels en voornaamwoorden.
 
b Die grote is voor mijn zusje, ik neem deze kleine bonbon wel.
 Die (=vnw)                               deze (=vnw)
grote (=zsnw)                           kleine (=bvnw) 
is = (ww)                                    bonbon (=zsnw)
voor (=vz)                                   wel (=bw)
mijn (=vnw) 
zusje (=zsnw), 
ik (=vnw) 
neem  (= ww )


 

Diagnostische oefening woordsoorten

Slide 12 - Tekstslide

Noteer en benoem van onderstaande zinnen alle zelfstandige naamwoorden, lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden, voorzetsels en voornaamwoorden. 
 
c Soms krijg ik van typen last van mijn pols.
Soms (=bw)                                mijn (=vnw)
krijg = ww                                   pols (=zsnw).
ik (=vnw) 
van (=vz) t
ypen (=zsnw) 
last (=zsnw) 
van (=vz) 


 

Diagnostische oefening woordsoorten

Slide 13 - Tekstslide

Kies wat je gaat doen:  
1.  Maak een van de oefentoetsen (17, 18, 19 en 5) die op Teams staan.
2. Kijk je antwoorden na. (kan ook terwijl je de oefening maakt)
3. Stel de vragen die je hebt. Kijk eerst of je eruit komt met de
    leerlingen om je heen, docent is de tweede stap.  

Tip:
Op pagina 186 van je boek staan de woordsoorten nog veel 
uitgebreider uitgelegd. Gebruik deze pagina!


Wanneer: Deze les 


Aan de slag

Slide 14 - Tekstslide