waterdiertjes 1MH

Praktijk: Leven in de sloot
Determineren en conclusies trekken
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Praktijk: Leven in de sloot
Determineren en conclusies trekken

Slide 1 - Tekstslide

De sloot (1)
1. 
Doe water in een doorzichtig potje en houd er een stuk wit papier achter. Kruis aan welke kleur het water heeft.

2. 
Ruik aan het water dat in het potj zit.
Kruis aan waar het water naar ruikt.

3. 
Houdt de thermometer een halveminuut onder water. 
Noteer de temperatuur van het water.

4. Gebruik een strookje pH-papier en houdt het 5 seconden onder water. Noteer de zuurgraad van het slootwater


Slide 2 - Tekstslide

De sloot (2)
5. 
Hoeveel verschillende soorten waterplanten groeien er 
in het water?

6.
Kun je de bodem zien? Als je de bodem niet kunt zien, hoe komt dat dan?

7.
a) Stroomt het water of staat het water stil? 
b) Hoe komt dat?


8. Zie je afval? Zo ja, noteer welk afval je ziet.


Slide 3 - Tekstslide

Waterplanten


9. Waterplanten zijn onmisbaar in het water, waarom is dat zo?


10. 
Zie je in de bak waar de planten inzitten iets gebeuren
OP de planten?


Slide 4 - Tekstslide

Waterspin
extra


Heb je een waterspin gezien tijdens het onderzoek?
Een waterspin leeft onder water. De lucht die hij nodig heeft haalt hij boven water.

Bekijk het filmpje



11. Waarom zal een spin zonder duikerklok doodgaan?

Slide 5 - Tekstslide

Bootsmannetje

Een bootsmannetje of ruggezwemmer pakt met zijn achterlijf een luchtbelletje uit de lucht en duikt dan weer naar beneden.
Hij zwemt met het belletje (dat lijkt op een zilveren jasje op zijn buik) door het water.

Hopelijk zie jij een bootsmannetje, zie je het belletje schitteren en blinken?

Als er GEEN bootmannetje in de bak zit, bekijk dan het filmpje:

Slide 6 - Tekstslide

Ademhalen: Zuurstof
Dieren hebben zuurstof nodig om te kunnen leven. 
1.  Zuurstof kan via het wateroppervlak worden opgenomen
2. Zuurstof is aanwezig in het water via de groene waterplanten

Hoe warmer het water, hoe minder zuurstof er in het water aanwezig is. In de zomer kan dat een probleem zijn en kunnen er dieren sterven.
Als het water in beweging is, komt er zuurstof in het water. In stilstaand water is minder zuurstof aanwezig dan in stromend water.

Waterplanten die zuurstof in het water brengen zijn bijv.:
hoornblad, waterpest, wieren en hele kleine plantjes die je alleen met een microscoop kunt zien (fytoplankton)


Slide 7 - Tekstslide

Ademhaling
onderwater
A: Kieuwademhaling
B: Huidademhaling
C: Tracheekieuwademhaling
D: Tracheeën

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht Waterdiertjes determineren en conclusies

A: Lees op de achterzijde van de zoekkaart de tekst:
    “Hoe werkt deze zoekkaart”


B: Determineren en conclusies trekken

1 Bekijk één beestje.

Let op:
- Of het dier wel of geen poten heeft
- Het aantal poten
- Bescherming van het lichaam 
   (schelp, kokertje, schilden, naakte huid of haren)
- De grootte van het dier (gebruik het loeppotje)
- De manier van voortbewegen

2 Gebruik de zoekkaart en bepaal de naam van het beestje

3 Gebruik de zoekkaart en noteer hoe vaak het soort    
   voorkomt 

4 Gebruik de zoekkaart en noteer hoeveel zuurstof het 
   diertje nodig heeft

5 Gebruik de zoekkaart en noteer de klasse en de orde en
   hoeveel soorten er in Nederland voorkomen

6 Zoek op internet informatie over het diertje, noteer een 
   ‘wist je dat’

7 Maak een schematische tekening van het dier

8 Als je tijd over hebt, bestudeer en determineer je nog een 
   ander diertje.

Slide 9 - Tekstslide

Dit ga je invullen op het invulblad (zie ook de volgende slide)
Hoe beweegt het beestje in of op het water?                                  Hoeveel poten heeft het diertje:
o Kruipend …… het water  
o Glijdend …… het water                                                                o Geen poten  
o Springend …… het water                                                             o ……….poten
o Kronkelend …… het water 
o Anders, namelijk: …… het water

Wat voor soort poten zijn het?
o Grijppoten
o Looppoten
o Zwempoten
o Andere poten, namelijk: 

Opmerking over het diertje (zoek op internet):  Wist je dat ......
Tijd over?
Maak de extra vragen van de laatste slide!

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Determineren

Slide 12 - Tekstslide

Determineren

Slide 13 - Tekstslide

Determineren

Slide 14 - Tekstslide

Determineren

Slide 15 - Tekstslide

Extra vragen waterdiertjes
1 Welk van de gevangen diertjes is het meest gevoelig voor vervuiling?
2 Welke waterkwaliteit heeft de vijver dan?
3 Hoe komt het dat er in stilstaand water niet altijd dezelfde diersoorten leven?
   Geef 2 antwoorden.
4 Hoe denk je dat het diertje van jou ademhaalt?
5  Wat denk je dat ze eten?
6 Wat zijn gelede poten en wat zijn segmenten?
7 Wat is een belangrijk verschil tussen spinnen en insecten?
8 Waarom dragen sommige diertjes een zilveren luchtbelletje bij zich?

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide