7.2

7.2 Kraakbeenweefsel en beenweefsel 
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

7.2 Kraakbeenweefsel en beenweefsel 

Slide 1 - Tekstslide

Planning
1. Magister
2. Terugblik
3. Leerdoelen
4. Uitleg 
5. Maakwerk
6. Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik!

Slide 3 - Tekstslide

Uit welke delen bestaat het skelet?
A
Schedel en ledematen en armen
B
Romp, ledematen en armen en benen
C
Schedel, romp, ledematen
D
Schedel, romp, ledematen en armen en benen

Slide 4 - Quizvraag

Wat wordt er beschermd door onze borstkas?
A
Maag en nieren
B
Hart en longen
C
Hersenen
D
Darmen en maag

Slide 5 - Quizvraag

Is de volgende zin juist of onjuist:
"Alle organismen hebben een inwendig skelet."
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Is de volgende zin juist of onjuist:
"De schedel steunt op de borstwervels"
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Kies het juist antwoord:
"Hoe heet het bot dat aan de kant van de pink zit in de arm?"
A
Opperarmbeen
B
Spaakbeen
C
Ellepijp

Slide 8 - Quizvraag

Kies het juist antwoord:
"Welke wervels zitten er aan het uiteinden van de wervelkolom, na het heiligbeen?"
A
Heiligbeen
B
Staartbeen
C
Halswervels

Slide 9 - Quizvraag

Wat zijn de functies van het skelet?

Slide 10 - Open vraag


Hoe heten de groen gekleurde botten?
A
Halswervels
B
Borstwervels
C
Lendewervels
D
Heiligbeen

Slide 11 - Quizvraag

Welk deel van de wervelkolom zit vast aan je heupbeenderen?
A
Staartbeen
B
Wervelkolom
C
Lendenwervels
D
Heiligbeen

Slide 12 - Quizvraag

Leerdoelen
Je kunt de kenmerken van kraakbeenweefsel en beenweesel noemen en in de afbeeldingen de delen benoemen. 

Je kunt beschrijven hoe de samenstelling van beenderen verandert tijdens het leven. 

Slide 13 - Tekstslide

Kraakbeenweefsel
Kraakbeen bevat veel lijmstof en weinig kalk. Hierdoor is het buigzaam. 
Waar 2 botten tegen elkaar komen, zit ook een laagje kraakbeen. 

Slide 14 - Tekstslide

Kraakbeenweefsel
Kraakbeenweefsel bestaat uit cellen die in groepjes bij elkaar in tussencelstof liggen. 

Slide 15 - Tekstslide

Beenweefsel
Botten bestaan uit lijmstof en kalk. 
Lijmstof zorgt ervoor dat botten een beetje buigzaam zijn.
Kalk zorgt ervoor dat botten stevig en hard zijn. 

Slide 16 - Tekstslide

Cellen in kringen rondom kanaaltjes.
In de kanaaltjes lopen bloedvaten. 
Cel heeft uitlopers naar het bloedvat. 
Tussencelstof is hard, gevormd door kalkzouten (hardheid) en lijmstof (een beetje buigzaam).
Beenweefsel

Slide 17 - Tekstslide

kraakbeen
beenweefsel

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Plekken met veel kraakbeen
  In de neus.
 Tussen borstbeen en ribben.
 Tussen de wervels van de wervelkolom.
In de oorschelp.
Gewrichten
Luchtpijp/strottenhoofd.

Slide 20 - Tekstslide

Baby's
Hebben veel lijmstof en weinig kalk in hun botten. Ze breken bijna nooit een bot. Ze zijn ook erg soepel en lenig. 

Bejaarden
Hebben veel kalk en weinig lijmstof in hun botten. Als ze vallen, breken ze snel hun botten. 


Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Welke stof zorgt voor de soepelheid/beweegbaarheid van de botten?
A
Kalkstof
B
lijmstof

Slide 23 - Quizvraag

Bij baby’s bestaat het skelet vooral uit 

 Tijdens de groei verandert het meeste kraakbeen in

Bij het ouder worden neemt de hoeveelheid
 in de botten af en de hoeveelheid 
neemt toe.
Lijmstof
Bot
Kraakbeenweefsel
Kalk

Slide 24 - Sleepvraag

Leg in eigen woorden uit waarom baby's bijna nooit een bot breken.

Slide 25 - Open vraag

Kraakbeenweefsel of botweefsel?
kraakbeen
kraakbeen
bot
bot
bot

Slide 26 - Sleepvraag

welke stof beschermt onze botten tegen slijtage?
A
lijmstof
B
kalk
C
kraakbeen

Slide 27 - Quizvraag

De beenderen van een kind bevatten meer kalk dan de beenderen van een oudere
A
ja
B
nee

Slide 28 - Quizvraag

Bij oude mensen bevatten de beenderen veel
 en weinig
Als mensen ouder worden, verandert er ook veel kraakbeenweefsel in



kraakbeen
botweefsel
Lijmstof
Kalkzouten
tussencelstof

Slide 29 - Sleepvraag

Het skelet van een volwassen mens bestaat uit:
A
500 botten
B
206 botten
C
350 botten
D
150 botten

Slide 30 - Quizvraag

Botweefsel
Kraakbeenweefsel
Hard en stevig
Flexibel
Cellen in groepjes bij elkaar
Cellen in ringen rond een centraal kanaal

Slide 31 - Sleepvraag

Het stukje weefsel in de afbeelding is
Kraakbeenweefsel
Beenweefsel

Slide 32 - Sleepvraag

Bevat veel lijmstof
Bevat weinig lijmstof
Bevat veel kalkzouten
Is buigzaam
Bevat weinig kalkzouten
Beenweefsel
Kraakbeenweefsel
Is stevig

Slide 33 - Sleepvraag

    Aan het werk met 7.2
Quayn 7.2 Kraakbeenweefsel en beenweefsel




Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide