cross

Jongeren les 2

Jongeren


2. Een leven lang leren
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Jongeren


2. Een leven lang leren

Slide 1 - Tekstslide

Wat is socialisatie?
A
Sociaal zijn
B
Je netjes gedragen
C
aanleren van gewoonten die passen bij je cultuur
D
alle normen en waarden van een maatschappij

Slide 2 - Quizvraag

Waar vindt socialisatie plaats?
A
School
B
Thuis
C
Tv
D
Internet

Slide 3 - Quizvraag

De kleur van je ogen is:
A
Aangeboren
B
Aangeleerd

Slide 4 - Quizvraag

De taal die je spreekt is
A
Nature
B
Nurture

Slide 5 - Quizvraag

Telefoons weg, schrift erbij pakken


2. Een leven lang leren

Slide 6 - Tekstslide

Op welke manier leren wij?
  1. informatie en aanwijzingen - mensen vertellen je dingen, bv docenten en ouders.
  2. imitatie - je kopieert het gedrag dat je ziet.
  3. Ervaringen - Je fiets is gestolen omdat hij niet op slot stond, volgende keer doe je het wel.
  4. Experimenteren - Je probeert of een worm ook lekker is.

Slide 7 - Tekstslide

Goed of fout gedrag?
Gedrag wordt voortdurdend door onze omgeving gezien en gecontroleerd

  • Dat heet: sociale controle, en betekent mensen in jouw omgeving letten op hoe je je gedraagt

  • Jouw omgeving laat zien of het jouw gedrag accepteert of niet, met sancties

Slide 8 - Tekstslide





Sanctie
vb. Je voert je tackle de volgende keer iets meer op de bal en iets minder op het been van de tegenstander uit.

Slide 9 - Tekstslide





Sanctie
Vb. Je krijgt loonsverhoging als je af en toe overwerkt, dus je blijft vaak langer.

Slide 10 - Tekstslide

Internalisatie
  • aangeleerde normen en waarden gaan automatisch.
  • vb: rechts rijden
  • vb: Iemand begroeten als hij/zij dat ook doet.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Rolgedrag
  • Tijdens het hele proces ontwikkel je ook jezelf: 'je eigen ik', je identiteit.

  • Je leert ook rolgedrag aan, gedrag dat je van iemand verwacht in een situatie. Een docent scheldt jou niet uit, een hooligan kan dat wel doen.

  • Je hebt verschillende rollen, vb een docent kan ook een hooligan zijn in zijn vrije tijd.

Slide 13 - Tekstslide

  • Rolbevestigend gedrag: iemand doet wat je van hem/haar verwacht. Vb. Traditioneel gezien kookt de vrouw, dus dat zie je in reclames.

  • Roldoorbrekend gedrag: iemand doet wat niet standaard is. Vb. je ziet een politieagent die dronken in het verkeer is, dat klopt niet.

Slide 14 - Tekstslide

Bij sociale controle:
A
letten mensen op hoe jij je gedraagt.
B
controleren mensen elkaars waarden.
C
verdedigt iedereen zijn belangen.
D
gaat het vooral om het afleren van aangeboren eigenschappen.

Slide 15 - Quizvraag

Een ander woord voor beloning en straf is …

Welk woord is weggelaten?
A
aangeleerd
B
eigenschap
C
sanctie
D
imitatie

Slide 16 - Quizvraag

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Boodschappen doen voor je buren is een positieve sanctie.
2. Sancties hebben te maken met sociale controle.
A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
1 en 2 zijn beide juist.
D
1 en 2 zijn beide onjuist.

Slide 17 - Quizvraag

Als normen en waarden een vanzelfsprekend gedeelte van je gedrag zijn geworden, is er sprake van:
A
een sanctie.
B
sociale controle.
C
imitatie
D
internalisatie

Slide 18 - Quizvraag

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Als internalisatie heeft plaatsgevonden, is de socialisatie gelukt.
2. Als normen en waarden geïnternaliseerd zijn, ben je volwassen.
A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
1 en 2 zijn beide juist.
D
1 en 2 zijn beide onjuist.

Slide 19 - Quizvraag

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Als een kind een ander kind nadoet, is er sprake van experimenteren.
2. Op de kleuterschool leren kinderen vooral nieuwe dingen door ervaringen.
A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
1 en 2 zijn beide juist.
D
1 en 2 zijn beide onjuist.

Slide 20 - Quizvraag

Je identiteit is een combinatie van je ervaringen en je ...

Welk woord is of welke woorden zijn weggelaten?
A
aangeboren eigenschappen.
B
sociale controle.
C
aangeleerde eigenschappen.
D
kennis

Slide 21 - Quizvraag

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Met identiteit bedoelen we dat de internalisatie is afgerond.
2. Iemand zegt: “Ik ben gelovig.” Hij spreekt dan over zijn internalisatie.
A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
1 en 2 zijn beide juist.
D
1 en 2 zijn beide onjuist.

Slide 22 - Quizvraag

Na deze les kun je/ken je:
Begrippen: sociale controle, sancties, internalisatie, rolbevestigend en roldoorbrekend gedrag.

Je weet hoe je dingen leert tijdens je leven.

Je weet dat er verschillende rollen zijn en dat mensen meerdere rollen hebben in hun leven. Dit gedrag kun je doorbreken.

Slide 23 - Tekstslide