3.1 TaalCompleet
Familie in het buitenland
3.1 TaalCompleet
Familie in het buitenland
de basisschool
Betekenis:
School voor kleine kinderen (-12 jaar)
Meervoud:
de basisscholen
Voorbeeldzin:
Ik mis mijn juf van de basisschool.
zorg ... voor (zorgen voor)
Betekenis:
iemand helpen die ziek of zwakker is.
Vervoeging:
Ik zorg voor
jij zorgt voor
hij/zij zorgt voor
wij/hun zorgen voor
Voorbeeldzin:
Ik zorg voor mijn zieke moeder.
Omdat
Betekenis: Gebruik je als je de reden wilt aangeven (oorzaak).
Woordsoort:
Voegwoord
Voorbeeldzin:
Ik ga naar huis, omdat ik moe ben.
mis (missen)
Betekenis: verdrietig zijn als iets/iemand weg is.
Vervoeging:
ik mis
jij mist
hij/zij mist
wij missen
Voorbeeldzin:
Ik mis de docent van mijn oude klas.
het contact
Betekenis: in gesprek zijn met iemand (door te praten, mailen, appen of bellen)
Of: de persoon met wie je in gesprek bent
Meervoud:
de contacten
Voorbeeldzin:
Ik heb nog steeds veel contact met klasgenoten van de basisschool.
mail (mailen)
Betekenis: computerbrief
Meervoud:
de mails
vervoeging:
Ik mail
jij/hij/zij mailt
wij/hun mailen
Voorbeeldzin:
Hij mailt zijn sollicitatie naar de supermarkt.
slim
Betekenis: heel veel kennis hebben / heel intelligent zijn.
Woordsoort:
bijvoeglijknaamwoord
Voorbeeldzin:
De docent legt alles goed uit, hij is erg slim.
proberen
Betekenis: iets doen waarvan je niet weet of het lukt.
Vervoeging:
Ik probeer
jij/hij/zij probeert
wij proberen
Voorbeeldzin:
Hij probeert elke dag op tijd te komen.
het buitenland
Betekenis: elk land waar je niet woont / landen die niet Nederland zijn.
Meervoud:
de buitenlanden
Voorbeeldzin:
Ik ga graag op vakantie naar het buitenland.
vorig
Betekenis: Dat wat eerder was dan nu.
Dat wat er voor komt.
Voorbeeldzin:
De vorige toets heb ik beter gemaakt dan deze toets.
de taal
Betekenis: de woorden en zinnen die mensen in hetzelfde land gebruiken om te praten.
Meervoud:
De talen
Voorbeeldzin:
Iemand die veel talen spreekt is een polyglot.
wennen
Betekenis: iets wat normaal wordt
Vervoeging:
ik wen
jij/hij/zij went
wij wennen
Voorbeeldzin:
Ik kan niet wennen aan mijn nieuwe telefoon.
niemand
Betekenis: geen een persoon
Woordsoort: onbepaald voornaamwoord
Voorbeeldzin:
Er is niemand in de klas, omdat het vakantie is.
de basisschool
Betekenis:
Meervoud:
Voorbeeldzin: