3.1 TaalCompleet

3.1 TaalCompleet

Familie in het buitenland

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTaalHBOStudiejaar 3

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

3.1 TaalCompleet

Familie in het buitenland

de basisschool

Betekenis:

School voor kleine kinderen (-12 jaar)


Meervoud:

de basisscholen


Voorbeeldzin:

Ik mis mijn juf van de basisschool.



zorg ... voor (zorgen voor)

Betekenis:

iemand helpen die ziek of zwakker is.


Vervoeging:

Ik zorg voor

jij zorgt voor

hij/zij zorgt voor

wij/hun zorgen voor


Voorbeeldzin:

Ik zorg voor mijn zieke moeder.


Omdat

Betekenis: Gebruik je als je de reden wilt aangeven (oorzaak).


Woordsoort:

Voegwoord


Voorbeeldzin:

Ik ga naar huis, omdat ik moe ben.


mis (missen)

Betekenis: verdrietig zijn als iets/iemand weg is.


Vervoeging:

ik mis

jij mist

hij/zij mist

wij missen


Voorbeeldzin:

Ik mis de docent van mijn oude klas.


het contact

Betekenis: in gesprek zijn met iemand (door te praten, mailen, appen of bellen)

Of: de persoon met wie je in gesprek bent


Meervoud:

de contacten


Voorbeeldzin:

Ik heb nog steeds veel contact met klasgenoten van de basisschool.


mail (mailen)

Betekenis: computerbrief


Meervoud:

de mails


vervoeging:

Ik mail

jij/hij/zij mailt

wij/hun mailen


Voorbeeldzin:

Hij mailt zijn sollicitatie naar de supermarkt.


slim

Betekenis: heel veel kennis hebben / heel intelligent zijn.


Woordsoort:

bijvoeglijknaamwoord


Voorbeeldzin:

De docent legt alles goed uit, hij is erg slim.


proberen

Betekenis: iets doen waarvan je niet weet of het lukt.


Vervoeging:

Ik probeer

jij/hij/zij probeert

wij proberen


Voorbeeldzin:

Hij probeert elke dag op tijd te komen.


het buitenland

Betekenis: elk land waar je niet woont / landen die niet Nederland zijn.


Meervoud:

de buitenlanden


Voorbeeldzin:

Ik ga graag op vakantie naar het buitenland.


vorig

Betekenis: Dat wat eerder was dan nu.

Dat wat er voor komt.


Voorbeeldzin:

De vorige toets heb ik beter gemaakt dan deze toets.


de taal

Betekenis: de woorden en zinnen die mensen in hetzelfde land gebruiken om te praten.


Meervoud:

De talen


Voorbeeldzin:

Iemand die veel talen spreekt is een polyglot.


wennen

Betekenis: iets wat normaal wordt


Vervoeging:

ik wen

jij/hij/zij went

wij wennen


Voorbeeldzin:

Ik kan niet wennen aan mijn nieuwe telefoon.


niemand

Betekenis: geen een persoon


Woordsoort: onbepaald voornaamwoord


Voorbeeldzin:

Er is niemand in de klas, omdat het vakantie is.


de basisschool

Betekenis:


Meervoud:


Voorbeeldzin: