Prikkels

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

In het derde jaar hebben jullie de definitie van een prikkel gezien...
Wat is de juiste definitie?
A
Een verandering van het uitwendige milieu
B
Een verandering van het inwendige of uitwendige milieu die door zintuigen wordt waargenomen
C
Een verandering van het inwendige milieu
D
De gasbelletjes in bruiswater

Slide 2 - Quizvraag

Slide 3 - Tekstslide

Prikkels, sleutelprikkels en supranormale prikkels

Slide 4 - Tekstslide

Sleutelprikkel
Wanneer een prikkel 'steeds hetzelfde gedrag' uitlokt, sterker dan gelijkaardige prikkels, spreek je van een sleutelprikkel.
Sleutelprikkel dragen bij tot het overleven van een individu. 
Voor kuikens van meeuwen is een rode vlek op een snavel een sleutelprikkel (zie filmpje).

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Sleutelprikkel
voor muggen
(bekijk de figuur
in je boek)
A
geurstof
B
trilling

Slide 7 - Quizvraag

motivatie?
Schrijf in je werkboek waarom je denkt dat dit zo is?
vul ook, later in deze les, de vraagjes in je werkboek in en motiveer 

Slide 8 - Tekstslide

Hoe noemt het antistof die wij aanmaken als gevolg van een muggenbeet
A
vitamine
B
polyamide
C
histamine
D
amfetamine

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Video

Welke mug prikt ons?
A
zoemende mannetjes
B
zwangere vrouwtjes
C
spelende kinderen
D
alle types muggen

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Wat is het verschil tussen een stekelbaarsje met een rode buik en één zonder rode buik?

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Video

De sleutelprikkel bij de stekelbaars is
A
Vorm van de vis
B
Kleur van de buik

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Sleutelprikkel
kip (zie werkboek)
A
piepen
B
zien van het kuiken

Slide 17 - Quizvraag

Supranormale prikkels
Soms sturen dieren extra prikkels uit die veel sterker zijn dan sleutelprikkels. Deze noemt men supranormale prikkels: v. de staart van een pauw en de keelzak van een fregatvogel (zie werkboek)

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Bij supranormale prikkels wordt met behulp van een kunstmatige prikkel ditzelfde gedrag versterkt opgeroepen. Deze prikkel is dus effectiever dan de normale sleutelprikkel, zoals te zien is in het volgende filmpje.

Slide 21 - Tekstslide

Wat is gedrag?
A
Alles wat een mens of dier weet
B
Lopen, iets pakken, lachen
C
Alles wat een mens of dier verkeerd doet
D
Alles wat mensen en dieren doen

Slide 22 - Quizvraag

Soorten gedrag
  • Agonistisch gedrag (vechten en vluchten; dominant vs. onderdanig; imponeergedrag vs. verzoeningsgedrag)

agonistisch= handelingen in dienst van agressie en zelfverdediging die afhangen van een ander individu

Slide 23 - Tekstslide

2a Welk dier toon een onderdanig gedrag?
A
De linkse wolf
B
De rechtse wolf

Slide 24 - Quizvraag

2b Welk dier toon een onderdanig gedrag?
A
de linkse zee-arend
B
de rechtse zee-arend

Slide 25 - Quizvraag

2c Welk dier toon een onderdanig gedrag?
A
de linkse hond
B
de rechtse hond

Slide 26 - Quizvraag

Soorten gedrag
  • Agonistisch gedrag (vechten en vluchten; dominant vs. onderdanig; imponeergedrag vs. verzoeningsgedrag)
  • Voortplantingsgedrag (baltsgedrag van mannetjes)

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Soorten gedrag
  • Agonistisch gedrag (vechten en vluchten; dominant vs. onderdanig; imponeergedrag vs. verzoeningsgedrag)
  • Voortplantingsgedrag (baltsgedrag van mannetjes)
  • Conflictgedrag (ambivalent-, oversprong- en omgericht gedrag)

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

ambivalent gedrag
oversprong-
gedrag
Omgericht gedrag
Je moeder is boos omdat je slechte examenresultaten behaalde. Ze maakt geen ruzie met je maar gaat de was doen.
Je hebt net je rijexamen afgelegd, waarvoor je heel zenuwachtig was. Je krijgt je resultaat terug en je bent geslaagd. Je huilt van blijdschap.
Met je pas verkregen rijbewijs rijd je de auto van je pa in de prak. Wanneer je hem het nieuws vertelt slaat hij met zijn vuist op tafel.

Slide 31 - Sleepvraag

Soorten gedrag
  • Agonistisch gedrag (vechten en vluchten; dominant vs. onderdanig; imponeergedrag vs. verzoeningsgedrag)
  • Voortplantingsgedrag (baltsgedrag van mannetjes)
  • Conflictgedrag (ambivalent-, oversprong- en omgericht gedrag)
  • Sociaal gedrag (intraspecifieke en interspecifieke relatie)

Slide 32 - Tekstslide

Sociaal gedrag
Sociaal gedrag is gedrag van soortgenoten ten opzichte van elkaar.
Hierbij is een handeling van het ene individu de prikkel voor een handeling van een soortgenoot (intraspecifieke relatie). vb hond-hond (op een hondenweide spelen of vechten verschillende honden met elkaar)
Het gedrag tussen verschillende soorten dieren noemt men een interspecifieke relatie. vb. hond-kat (soms komen deze goed met elkaar opschieten maar soms ook niet)

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video


Wat vond je
van deze les?

Slide 36 - Open vraag