Hoofdstuk 2: functies van weefsel en organen

Hoofdstuk 2 
Functie van belangrijke organen en weefsels
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EHBOMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2 
Functie van belangrijke organen en weefsels

Slide 1 - Tekstslide

Welkom:

  • Tas is opgeruimd in de kast.
  • Telefoon kluis
  • Oortjes uit
  • lpad op tafel
  • Pen op tafel/etui
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Voorkomen van ongevallen en EHBO
Hoofdstuk 2 – Functie van belangrijke organen en weefsels

Doelstellingen

Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat bedoeld wordt met de vitale organen;
  • hoe het hart, de longen en de bloedomloop werken;
  • wat een AED is en hoe je deze gebruikt;
  • wat de effecten zijn van inspanning;
  • hoe gewrichten kunnen bewegen;
  • hoe je een goede conditie kunt opbouwen.

Slide 3 - Tekstslide

Weefsels en organen

Weefsel: het samenhangend geheel van cellen die 
hetzelfde zijn en dezelfde functie hebben.

Orgaan: is uit één of meer weefselsoorten opgebouwd. 
Een orgaan vervult een bepaalde functie. Vb. de long 
is een orgaan waarmee we ademhalen.
                                                                                     
 

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht 1
Maak opdracht 1 "weefsels en organen"

Slide 5 - Tekstslide

Vitale organen

  • Hart
  • Longen
  • Hersenen

- De hersenen, het hart en de longen zijn organen die van levensbelang zijn.
- De drie vitale functies hangen nauw samen met elkaar. Als 1 van de 3 uitvalt, zullen de andere meestal volgen.
- Een storing in een vitaal orgaan is dan ook levensbedreigend.


Slide 6 - Tekstslide

Hart

Het hart is verdeeld in
  • een linkerhelft – bevat zuurstofrijk bloed;
  • een rechterhelft – bevat zuurstofarm bloed.  

Beide helften zijn ook weer verdeeld in twee delen
  • een bovenste deel = boezem;
  • een onderste deel = kamer.
Tussen de boezem en de kamer zitten hartkleppen


Slide 7 - Tekstslide

 Bouw en werking van het hart. 

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 2
Maak opdracht 2 "bouw en werking van het hart"

Slide 9 - Tekstslide

Longen





  • zorgen ervoor dat ons lichaam zuurstof krijgt;
  • zijn zacht en sponsachtig: dat maakt ze erg kwetsbaar;
  • keel, neus en mond bedekt met een slijmvlies > schadelijke stoffen en bacteriën blijven bij het inademen voor een groot deel kleven aan het slijmvlies.

Slide 10 - Tekstslide

Hoe werken de longen.

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 3
Maak opdracht 3 " werking longen"

Slide 12 - Tekstslide

De bloedsomloop

  • de kleine bloedsomloop; 
  • de grote bloedsomloop.

Slide 13 - Tekstslide

De bloedsomloop en bloedvaten. 

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 4
Maak opdracht 4 "bloedsomloop"

Slide 15 - Tekstslide

Hersenen 

De hersenen bestaat uit drie delen                       
  • de grote hersenen;
  • de kleine hersenen;
  • de hersenstam.    

De hersenen zijn belangrijk voor
  • het besturen van je lichaam, zoals je beweging, gevoel en gedrag;
  • het regelen van je lichaamstemperatuur, hartslag, ademhaling en bloeddruk;
  • het geheugen, bewustzijn en emoties.


Slide 16 - Tekstslide

Opdracht 5
maak opdracht 5 "stoornissen in de vitale delen" 

Slide 17 - Tekstslide

Reanimatie
  • het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop wanneer er sprake is van een circulatiestilstand (stilstand van de bloedsomloop);
  • bestaat uit het geven van beademing en borstcompressie (hartmassage)


Slide 18 - Tekstslide

AED

Automatische Externe Defibrillator
  • een draagbaar apparaat dat het hartritme weer kan herstellen bij een hartstilstand;
  • op steeds meer openbare plekken zijn AED-apparaten aanwezig;
  • herkenbaar aan het groen-witte logo 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Bloeddruk

Bloeddruk is de kracht waarmee het hart het bloed de vaten in pompt.
  • Het hart pompt het bloed met kracht de slagaders in;
  • Er ontstaat een druk op de bloedvaten. Deze moet niet te hoog worden.

Een hoge bloeddruk vergroot de kans op hart- en vaatziekten.

Cholesterol is een vetachtige stof die in je lichaam voorkomt.
Cholesterol is belangrijk voor je lichaam, voor de opbouw van lichaamscellen, de productie van hormonen en de spijsvertering


Slide 22 - Tekstslide

Oefenen AED en bloeddruk meten
  • Docent geeft klassikaal uitleg over gebruik AED.

  • Leerlingen oefenen in drie-tal met AED.
  • Leerling oefent met bloeddruk meten.


Slide 23 - Tekstslide

Oververhitting (hitteberoerte)

Oververhitting ontstaat door een verhoogde lichaamstemperatuur > 40,5˚C

Symptomen
  •  een hete droge huid;
  • afwezigheid van transpiratie;
  • een bleek gelaat;
  •  verward en onrustig gedrag;
  •  een snelle hartslag;
  •  bewusteloosheid.


Slide 24 - Tekstslide

Eerste hulp bij hitteberoerte

  • Je belt 112 als het slachtoffer suf, verward is of evenwichtsstoornissen heeft;
  • Je brengt het slachtoffer naar een koele ruimte/plaats;
  • Je verwijdert overtollige kleding;
  • Je koelt het slachtoffer door:
  1. doeken, gedrenkt in water, op het slachtoffer te leggen (vervang de doeken na elke 2 minuten);
  2. het slachtoffer te besproeien met koud water onder een douche;
  3. ijs of coldpacks in de nek, liezen, oksels en knieholtes van het slachtoffer te leggen;
  4. de huid van het slachtoffer nat te maken en een ventilator erop te richten.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Reanimatie game
Klassikaal Powerpoint reanimatie game bekijken.

8 leerlingen kunnen starten met de reanimatie game. Deze duurt 30 minuten.

Slide 27 - Tekstslide