Hoofd- en bijzaken, herhaling

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Nederlands: Hoofd- en bijzaken
Herhaling

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het doel van deze tekst?
A
Informeren
B
Overtuigen
C
Instrueren

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het doel van deze tekst?
A
Informeren
B
Overtuigen
C
Instrueren

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het doel van deze tekst?
A
Informeren
B
Overtuigen
C
Instrueren

Slide 11 - Quizvraag

Agenda
  • Argumenteren
  • H5; Schrijven 50% + Tussentoets 100%
  • Lessonup

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Wat is de belangrijkste boodschap uit het filmpje?
A
Nederland staat Europees gezien zelfs op plek één met online boodschappen doen.
B
3 op de 10 Nederlanders heeft wel eens een maaltijdbox besteld.
C
Er worden online steeds vaker boodschappen en maaltijdboxen besteld.
D
Bij PICNIC staan 75.000 mensen in de wachtrij om te bestellen.

Slide 14 - Quizvraag

Hoofdzaken
  • Kun je niet weglaten;
  • De tekst zonder voorbeelden of uitleg;
  • Handig voor een samenvatting.

Slide 15 - Tekstslide

Bijzaken
  • Kun je weglaten;
  • Voorbeelden, uitleg, onderbouwing en argumenten die horen bij de hoofdzaak.

Slide 16 - Tekstslide

Bijzaken helpen hoofdzaken
  • Zonder argumenten is een mening niet duidelijk.
  • Zonder plaatjes of voorbeelden is een instructie niet duidelijk.

Slide 17 - Tekstslide

Hoofdzaken kun je weglaten uit de tekst. Je begrijpt de tekst dan nog steeds.
A
Ja dat is waar.
B
Nee, bijzaken kun je weglaten.

Slide 18 - Quizvraag

Als je een mindmap maakt, wat zet je dan in het midden?
A
De hoofdzaak
B
De bijzaken

Slide 19 - Quizvraag

Wat zijn hoofdzaken?
A
De belangrijkste punten van een tekst
B
De plaatjes
C
Argumenten, voorbeelden en uitleg
D
Alle tussenkopjes samen

Slide 20 - Quizvraag

Wat is in deze zin de hoofdzaak: Ik heb mijn huiswerk niet gemaakt, want ik was ziek.
A
Ik heb mijn huiswerk niet gemaakt.
B
De hele zin is hoofdzaak.
C
Ik was ziek.
D
Ik weet het niet.

Slide 21 - Quizvraag

Huiswerk
In Taalblokken aan de slag met bouwsteen H5, met le/lu aan de slag bij een onvoldoende op de tussentoets. Dus:
V/T 100 %
Tussentoets 100%
Le/Lu 50%

Klaar met H5? Verder met H6

Slide 22 - Tekstslide