Les 3 LOB – DISC 2: Samenwerken met de vier kleuren

Wat weet je nog over de DISC gedragsstijlen?


1 / 17
volgende
Slide 1: Word_cloud
newEditorWelzijnMBOStudiejaar 1,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat weet je nog over de DISC gedragsstijlen?


Deze slide heeft geen instructies

Een groepsgenoot komt enthousiast met ideeën, praat makkelijk en krijgt anderen mee. Welke gedragsvoorkeur herken je vooral?

A

Dominant (rood)

B

Initiatief (geel)

C

Stabiel (groen)

D

Consciëntieus (blauw)

Deze slide heeft geen instructies

Iemand luistert goed, bewaakt de sfeer en helpt zodat iedereen mee kan doen. Welke gedragsvoorkeur herken je vooral?

A

Dominant (rood)

B

Initiatief (geel)

C

Stabiel (groen)

D

Consciëntieus (blauw)

Deze slide heeft geen instructies

Een student wil eerst duidelijke afspraken, controleert details en bewaakt de kwaliteit. Welke gedragsvoorkeur herken je vooral?

A

Dominant (rood)

B

Initiatief (geel)

C

Stabiel (groen)

D

Consciëntieus (blauw)

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Gedragsstijlen

Dominant ->  zegt iets over de manier waarop jij beslissingen neemt en in hoeverre jij gericht bent op doelen en resultaat

 Invloed -> gaat over de manier waarop jij communiceert en hoe jij je profileert in groepen

 Stabiliteit -> geeft aan hoe je omgaat met plotselinge veranderingen en de manier waarop jij je werk plant en afrondt

Conformiteit -> laat zien in welke mate jij gericht bent op beleid, regels, procedures, details en kwaliteit

Deze slide heeft geen instructies

4 tips om iemands DISC stijl snel te zien

Tip 1: Is iemand meer taakgericht of mensgericht? 


Mensen die meer taakgericht zijn hebben van een D (rode) of een C (blauwe) stijl. Is iemand heel erg gericht op doelen, taken, feiten? Dan is dat meer taakgericht. 

Is iemand meer bezig met de relatie, mensen inspireren, luisterend etc. dan is dat meer mensgericht, I (invloed) of S (stabiliteit).

Deze slide heeft geen instructies

Tip 2

Tip 2: 

Tempo: Heeft iemand een snel tempo of een rustig tempo? Mensen met een rustig tempo hebben vaak een S (groene) of een C (blauwe) stijl.


 Je herkent een snel tempo aan ongeduldigheid, initiatief nemen of snel resultaten willen behalen. Mensen met een rustig tempo wachten liever af, zijn volgend of verzamelen liever eerst feiten.


Deze slide heeft geen instructies

Tip 3

Tip 3: Luister goed naar iemands communicatie en waar deze persoon naar zoekt. 

Is het controle? Dan is het waarschijnlijk iemand met een dominante D-stijl. Is het erkenning? Dan is het waarschijnlijk iemand met een dominante I-stijl. Is het acceptatie? Dan is het waarschijnlijk iemand met een dominante S-stijl. 

Is het nauwkeurigheid? Dan is het waarschijnlijk iemand met een dominante C-stijl.

Deze slide heeft geen instructies

Tip 4

Tip 4: Kijk goed naar de kwaliteiten van een persoon. 

Hierbij voorbeelden van kwaliteiten per stijl. 


Sterke punten van een D-stijl zijn: daadkracht, leiderschap en doelgerichtheid. 

Sterke punten van een I-stijl zijn: overtuigend, enthousiast en inspirerend. Sterke punten van een S-stijl zijn: luisteren, teamwerk en dingen afmaken. Sterke punten van een C-stijl zijn: Procedureel, details en punctueel. 

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

En nu zelf aan de slag.

Deze slide heeft geen instructies

Bedanken.


Opdracht

Jullie gaan aan de gang met de DISC


Starten met een korte opfrissing

Maken opdrachten

Korte klassikale bespreking tussendoor

Deze slide heeft geen instructies

Samengevat

Het begrijpen van de 4 ‘persoonlijkheidsstijlen’ helpt je om beter te communiceren, conflicten te voorkomen of te verminderen, de verschillen in anderen te waarderen, vertrouwen te winnen en anderen positief te beïnvloeden. 


Daarnaast kun je iemand beter motiveren en begrijpen als je zijn of haar gedragsstijlen (her)kent. En door gedragsstijlen te (her)kennen kan de communicatie en samenwerking flink verbeteren. 

Deze slide heeft geen instructies

Vier-kleurenchallenge: jullie moeten samen een evenement voor de klas organiseren. Welke taak past bij rood, geel, groen en blauw? Leg per kleur uit waarom.

Deze slide heeft geen instructies

Mijn concrete actie: wat ga jij bij de volgende groepsopdracht anders doen om beter samen te werken met iemand die een andere gedragsvoorkeur heeft?

Deze slide heeft geen instructies