Hoofdstuk 6 Werk Paragraaf 6.1 t/m 6.5

Dagbesteding hoofdstuk 6
6.1 t/m 6.5
Dagbesteding 6.1 t/m 6.3
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
DagbestedingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Dagbesteding hoofdstuk 6
6.1 t/m 6.5
Dagbesteding 6.1 t/m 6.3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?
  • Terugblik
  • Hoofdstuk 6: werk, 6.1 t/m 6.5
  • Aan de slag met opdrachten

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke drie soorten appelwaarde hebben we vorige week gesproken?
A
Sensopathisch appel
B
Dimensionaal appel
C
Thematisch appel
D
Groene appel

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Appelwaarde
  • Appelwaarde --> Elke activiteit, middel of materiaal is uniek door de betekenis en eigenschap. Een uitnodiging die iemand ervaart bij een activiteit, middel of materiaal, de aantrekkelijkheid, prikkels en uitdaging die ervan uitgaat. 


  1. Sensopatisch appel
    De uitnodiging tot beleving in de directe, zintuiglijke of lichamelijke omgang met het materiaal. Voelen!

  2. Dimensioneel appel
    Te maken met de ruimte waarin een activiteit afspeelt en met de mogelijkheden die iemand daarin ziet om te bewegen. Beleving

  3. thematisch appel
    Activiteiten die uit kan gaan op grond van de betekenis die de activiteiten hebben. Wat je ervaart! 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een medium?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Middelen
Als beroepskracht meng je een aantal middelen om in te spelen op een situatie of hulpvraag van een cliënt. 

Het is vrijwel nooit de bedoeling dat iemand zich bekwaamt in drama, muziek of andere vormen. Je wil ervoor zorgen dat de cliënt op een zinvolle manier zijn dag doorbrengt en de weg waarlangs je dat doel wilt bereiken, is je middel, ook wel medium genoemd. 

Voorbeelden medium met als doel het nieuws brengen:
  • Televisie
  • Internet

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Activiteiten aanbieden
Thema 2

Hoofdstuk 6


Leerdoelen: 
Aan het einde van de les weet je:
Wat de betekenis is van werk;
Wat een arbeidshandicap is.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heb jij een bijbaan?
timer
0:15
Ja
Nee

Slide 8 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Vier aspecten van dagbesteding bij werk 
  • De persoon die aan de dagbesteding meedoet
  • De waarde van dagbesteding
  • De aard van dagbesteding zelf
  • De omgeving waarin de dagbesteding plaatsvindt 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta jij onder arbeid (werk)?
timer
0:30

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Arbeid
= elke lichamelijke en geestelijke inspanning die tot doel heeft een product te leveren of een dienst te verrichten.

  • Betaalde arbeid
  • Onbetaalde arbeid =het verrichten van onbetaalde productieve activiteiten. 
  • Vrijwilligerswerk
        --> je moet rekening houden met mensen die een uitkering hebben en het recht op een onkostenvergoeding. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huishoudelijk werk en opvoedingstaken zijn geen werk.
timer
0:30
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Doe jij aan vrijwilligerswerk?
timer
0:30
A
Ja
B
Nee

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is voor jou een reden(en) om te werken of later te werken?
timer
0:30

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De betekenis van werk
Arbeidsfuncties voor het individu:
  • arbeid verschaft financiële middelen
  • arbeid zorgt voor structuur
  • arbeid verleent een bepaalde status
  • arbeid kan voldoening schenken
  • arbeid levert sociale contacten op
  • arbeid kan ontplooiingskansen bieden 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De betekenis van werk 
Voor de samenleving:
- Mensen die betaalde arbeid verrichten verdienen geld. 
- Mensen die onbetaald werk verricht, dragen ook  bij aan de samenleving.

Werk een plicht of een recht?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het recht op (betaalde of onbetaalde) arbeid is één van de rechten van de mens.
timer
0:30
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:13
Wat voor soort project zou dit zijn?
timer
0:20
A
Schoonmaakproject
B
Groenonderhoudproject
C
Timmerwerkplaats
D
Fietsherstelproject

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

00:40
Welk doel van arbeidsmatige dagbesteding wordt behaald met het lerend effect wat benoemd is?
timer
0:45
A
Het leren samenwerken
B
Het wennen aan werk
C
Het ontwikkelen of op peil houden van vaardigheden
D
Het ontdekken van je mogelijkheden

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:08
Waar zorgt samenwerken voor?
timer
0:30
A
Het trainen van sociale vaardigheden
B
Werken aan structuur
C
Het wennen aan werk

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:38
Aan welke doelen voldoet deze vorm van arbeidsmatige dagbesteding?
timer
0:30
A
Het ontwikkelen of op peil houden van vaardigheden
B
Leren samenwerken
C
Het ontdekken van je mogelijkheden
D
Het wennen aan werk, met mogelijk een doorstroom naar vormen van beschut of begeleid werk, vrijwilligerswerk of regulier werk.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidsmogelijkheden en arbeidsbeperkingen 
Is betaald werk niet (meer) haalbaar voor de cliënt? --> zoektocht naar passende dagbesteding.

Doelen bij arbeidsmatige dagbesteding:
  • Het ontwikkelen of op peil ouden van vaardigheden
  • Werken aan structuur/stabiliteit
  • Leren samenwerken
  • Het ontdekken van je mogelijkheden
  • Het wennen aan werk, met mogelijk een doorstroom naar vormen van beschut of begeleid werk, vrijwilligerswerk of regulier werk.
  • Het trainen van sociale en arbeidsvaardigheden.
Aan deze doelen kun je werken d.m.v. bv. een schoonmaakproject of fietsherstelproject.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidshandicap
= wanneer het disfunctioneren van een cliënt invloed heeft op de arbeidssituatie
  • Begeleiding: focus op het leren omgaan met de arbeidshandicap en/of naar een aangepaste dagbesteding
  • Je hebt een arbeidsbeperking, maar dit ben je niet. 

Iemand met een arbeidshandicap kan op de volgende gebieden beperkingen ervaren:
- Sociaal
- Emotioneel
- Cognitief
- Motorisch

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer spreek je van een arbeidsgehandicapte?
timer
0:30
A
Als iemand vrijwel geen enkele vorm van arbeid uit kan voeren.
B
Nooit, omdat mensen het niet op prijs stellen als je dat woord gebruikt.
C
Nooit, omdat de handicap te maken heeft met de situatie, niet met de persoon.
D
Als iemand vrijwel geen enkele vorm van arbeid uit wil voeren.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidsrehabilitatie
Arbeidsrehabilitatie =  proces waarbij een werknemer wordt geholpen op zijn oude niveau te functioneren. 

  • Je schept arbeidsmogelijkheden voor de cliënt die vergelijkbaar zijn met die van anderen in de maatschappij, waarbij twee aspecten worden benadrukt:
               - Het individu
               - De actieve benadering van de omgeving

  • Supported employment --> ondersteunend werken. Gaat uit van de mogelijkheden i.p.v. beperkingen

Slide 26 - Tekstslide

Als jouw acties erop gericht zijn om de cliënt (weer) in staat te stellen om te gaan werken.
Wat is arbeidsrehabilitatie?
timer
0:45
A
De cliënt in staat stellen weer te gaan werken.
B
Solliciteren naar een baan.
C
De cliënt observeren en zijn/haar (on)mogelijkheden vaststellen
D
Op zoek gaan naar betaald of onbetaald werk.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Supported employment is bedoeld voor:
timer
0:30
A
Arbeidsgehandicapten
B
Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt
C
Jongeren die net van een opleiding komen
D
Werklozen

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mensen hebben verschillende redenen om te werken. Sleep de juiste reden naar de juiste uitleg. 
Arbeid kan bevrediging geven. Je voelt je nuttig.
Het soort werk wat je doet, geeft je een positie in de samenleving.
In je werk leer je steeds nieuwe dingen. Je ontmoet interessante mensen, lost problemen op, organiseert activiteiten enzovoort.
Werk bepaalt voor een groot deel je dagindeling.
Voldoening
Status
Ontplooiingskansen
Stuctuur

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn verschillende soorten werk met elk hun eigen waarde. Welke 'waarde' hoort bij de volgende situatie?:


Mevrouw Jansen is mantelzorger voor haar man.
timer
0:30
A
Vrijwilligerswerk
B
Betaalde werk
C
Onbetaald werk

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:32
Mensen werken om verschillende redenen. Arbeid heeft in het totaal 6 functies voor de mens.
Welke functie is passend bij Kelly?
timer
0:30
A
Voldoening
B
Financiële middelen
C
Structuur
D
Sociale contacten

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:24
Er zijn verschillende soorten werk met elk hun eigen waarde. Welk soort van werk is passend bij Kelly?
A
Betaald werk
B
Onbetaald werk
C
Vrijwilligerswerk

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag & huiswerk 
Online leeromgeving Thema 3

Hoofdstuk 6
Opdracht 1 t/m 7

Slide 34 - Tekstslide

Wanneer je wilt samenwerken TIJDENS de les, dan mag dit vandaag! Geef aan met wie, dan kom je in een break-out room terecht.