H5, grammatica, samengestelde zinnen

Samengestelde zinnen
hoofdzin & bijzin
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Samengestelde zinnen
hoofdzin & bijzin

Slide 1 - Tekstslide

Wat zijn samengestelde zinnen?
Enkelvoudige zinnen hebben een persoonsvorm
  • Ik zie hem staan.
  • Ik wil hem wat vragen.

Samengestelde zinnen hebben meerdere persoonsvormen.
  • Ik zie hem staan en wil hem wat vragen.

Slide 2 - Tekstslide

Hoofdzin en bijzin
Tip:
In een hoofdzin staan onderwerp en persoonsvorm naast elkaar en kan het niet los van elkaar staan.

Slide 3 - Tekstslide

Een samengestelde zin 
Deze kan bestaan uit:

  • twee of meer samengevoegde hoofdzinnen (hoofdzin + hoofdzin);
              Evelien werkt bij de bakker, want zij bakt graag koekjes.

  • een hoofdzin met een of meer bijzinnen erin (bijzin + hoofdzin); 
              Omdat Evelien graag koekjes bakt, werkt zij bij de bakker.

  • een of meer hoofdzinnen met een of meer bijzinnen erin (hoofdzin + hoofdzin + bijzin).
             Evelien werkt bij de bakker, want zij bakt graag koekjes, omdat ze die zo lekker vindt.

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeelden hoofdzinnen
In een hoofdzin staat de persoonsvorm helemaal vooraan of direct na het eerste zinsdeel.
            - Heb jij de keuken gestofzuigd?
            - Ik wil dat broodje eten.
            - Die man is gek geworden.

Hoofdzinnen kunnen met elkaar verbonden worden door nevenschikkende voegwoorden, zoals: en, noch, alsmede, alsook, maar, doch, of, ofwel, dan, want, dus.
          - Ik kan die lamp niet repareren, maar ik kan wel een nieuwe lamp kopen.
          - Hij eet geen hamburgers meer, want hij wordt anders snel te dik.
          - De buurman heeft grijs haar en hij gaat iedere ochtend hardlopen.

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeelden bijzinnen
In een bijzin staat de persoonsvorm niet vooraan, maar juist achteraan (helemaal achteraan of als een van de laatste woorden). 

Hoofd- en bijzinnen kunnen met elkaar verbonden worden door onderschikkende voegwoorden, zoals: dat, als, daardoor, hoewel, indien, nadat, omdat, terwijl, toen, wanneer, zodat, zodra, of, wat.

- Hij vertelde me dat hij naar het strand zou gaan.
- Ze gaat met me mee, als ik haar ticket betaal.
- Ik vind hem heel slim, hoewel hij af en toe wel slordig is.

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de bijzin?

Wie als eerste over de finish is, wint het toernooi.
A
wint het toernooi
B
wie als eerste over de finish is

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de hoofdzin?

Mijn moeder zei dat ik als baby altijd aan het lachen was.
A
Mijn moeder zei
B
dat ik als baby altijd aan het lachen was.

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de bijzin?

De oude man, die voor de openhaard zit, heeft mij opgevoed.
A
De oude man heeft mij opgevoed
B
die voor de openhaard zit

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de indeling van de zin?

Mijn moeder hielp mij altijd met Engels, omdat ik dat erg moeilijk vond.
A
hoofdzin + bijzin
B
bijzin + hoofdzin
C
hoofdzin + hoofdzin

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Video

Aan de slag
Maak nu alle opdrachten die horen bij het onderdeel grammatica, samengestelde zinnen.

Lesdoel: 
ik kan/weet een hoofd- en bijzin vinden

Slide 12 - Tekstslide