Introductieles Media

Introductieles Media

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorMaatschappijkundeSecondary Education

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Introductieles Media

Wat gaan we doen vandaag?

  • Docent stelt zich voor

  • Introductie van het nieuwe hoofdstuk

  • Opdracht maken

  • Bespreken van de opdracht

  • Lesafsluiting



Huishoudelijke mededeling: tijdens de les staat je microfoon in principe uit. Tijdens het bespreken van de opdracht zal ik verschillende leerlingen vragen om hun antwoord voor te lezen. Dan wel even je microfoon aan graag :)

Wie ben ik?

Valery Janse


Momenteel aan de andere kant van de wereld: Japan! Ik ben hier met mijn man en kindjes van 1 en 3 jaar oud. We zijn sinds september vorig jaar op reis en hier zijn we ondertussen allemaal geweest:

Een klein weetje over Japan (hint: HET WAS NIET DE WASMACHINE):

Waarom heeft de NOS jullie niks verteld over mijn aardbeving?

Waar moet een gebeurtenis aan voldoen om 'nieuws' te worden? Bedenk twee dingen. Bespreek deze met de persoon naast je (vul beide het antwoord in, dan kan ik zien of iedereen klaar is)

Hoe wordt er bepaald wat er op het nieuws komt?

Nabijheid

Nieuws dat dichtbij ons gebeurt (geografisch of cultureel) krijgt meer aandacht.


Actualiteit

Vers nieuws heeft voorrang. Wat al lang duurt, verdwijnt van de radar.


Conflict

Drama, strijd en spanning trekken kijkers en lezers. Maar ook hier: als het te lang duurt, haakt de media af.


Belang

Nieuws dat grote groepen mensen raakt – economisch, politiek of sociaal – heeft hogere nieuwswaarde.


Elites

Nieuws over machtige landen, bekende personen of rijke organisaties haalt sneller de voorpagina.

Aan de slag

Jullie krijgen een werkblad uitgereikt. Je krijgt 15 minuten de tijd om zelfstandig en in stilte aan deel 1 t/m 4 te werken.


Eerder klaar? Maak dan deel 5


Let op! Bij de A-vraag van deel 5 ontbreekt

een deel van de vraag.

Je moet op nu.nl of nos.nl een

bericht over Soedan of Myanmar

opzoeken en daarmee de vragen beantwoorden. Sorry!

15

m

00

s

Opdracht bespreken

We gaan de opdracht die jullie zojuist hebben gemaakt bespreken. Word je gevraagd je antwoord voor te lezen? Dan graag even je microfoon aan.

Introductievraag: welke grote gebeurtenissen herinner jij je uit het nieuws?


Eigen antwoord

Deel 3

1A: welke nieuwswaarden zijn wel aanwezig in deze tekst?



– Conflict & drama: er is sprake van een actieve burgeroorlog met veel geweld.

– Belang: de crisis raakt miljoenen mensen direct (12 miljoen vluchtelingen).

– Actualiteit: het conflict is lopend en recent begonnen (2023).


1b: Welke nieuwswaarden ontbreken of zijn zwak?


– Nabijheid: Soedan ligt ver van Nederland en heeft weinig culturele of historische band met westerse landen.

– Elites: er zijn geen grote westerse mogendheden direct bij betrokken — de VS en EU spelen een beperkte rol.

– Toegang: journalisten hebben moeilijk toegang tot het conflictgebied.

Omdat nabijheid en elite-connectie ontbreken, is de drempel voor westerse media om te berichten hoger. Het conflict is daardoor minder zichtbaar dan de schaal ervan rechtvaardigt.


2a: Wat maakt berichtgeving over Myanmar extra moeilijk?


– Toegang: het militaire regime staat geen vrije pers toe. Journalisten kunnen het land nauwelijks in.

– Nabijheid: Myanmar ligt ver van Europa en heeft geen sterke culturele of economische band met westerse landen.

– Belang voor westerse landen: er zijn weinig directe westerse belangen (geen grote energiehandel, geen NAVO-lidmaatschap).

Zonder beelden en verhalen uit het gebied is het voor media moeilijk om het conflict concreet en invoelbaar te maken.


2b: Is het een probleem dat weinig mensen dit conflict kennen?


Eigen antwoord, bijvoorbeeld:


Ja: als mensen het niet kennen, is er geen publieke druk op politici om te helpen. Hulporganisaties krijgen minder donaties. Slachtoffers worden genegeerd.


Nee: mensen kunnen niet alles volgen. Media moeten keuzes maken.


Vraag 3: vergelijk casus C met casus A of B

Voorbeeld van een goed antwoord Oekraïne vs. Soedan):

– Nabijheid: Oekraïne ligt in Europa, dicht bij Nederland. Soedan ligt in Afrika. Westerse kijkers voelen meer betrokkenheid bij Oekraïne.

– Elites: de VS, de EU en de NAVO zijn direct betrokken bij de oorlog in Oekraïne. Bij Soedan spelen geen grote westerse mogendheden een rol.

– Toegang: in Oekraïne zijn journalisten relatief vrij om te werken. In Soedan is toegang beperkt.

Conclusie: Oekraïne scoort op meerdere nieuwswaarden hoger dan Soedan, wat de grotere media-aandacht verklaart.


Vraag 4: Stel, je ziet op het nieuws een bericht over Soedan. Er wordt één foto getoond: een groep vluchtelingen bij een tentenkamp. Welk beeld roept dit op bij de kijker? Wat zou er een ander beeld kunnen oproepen? Leg uit hoe media zo beïnvloeden hoe wij naar een conflict kijken.

(antwoord op volgende dia)

Beeld bij de foto: mensen als slachtoffers, machteloos, afhankelijk van hulp. Het conflict lijkt ver weg en abstract.

Alternatief: een foto van een Soedanees gezin dat hun verhaal vertelt, of van hulpverleners aan het werk, of van de oorzaken van het conflict (politieke leiders, wapenhandel).

Hoe beïnvloedt dit? Beeldkeuze bepaalt of kijkers zich betrokken voelen of juist afstand houden. Een persoonlijk verhaal activeert empathie; een massa vluchtelingen kan leiden tot gewenning.


Deel 4: mening over de stelling 'Media bepalen niet alleen wat we zien, maar ook wat we belangrijk vinden'


Kenmerken van een sterk antwoord:

– Neemt duidelijk een standpunt in (eens of oneens).

– Gebruikt minimaal één voorbeeld uit de casussen (bijv. Soedan).

– Verwijst naar een begrip: agenda-setting, nieuwswaarden, mediastilte of beeldvorming.

– Erkent eventueel de andere kant ('al denk ik ook dat...').


Deel 5: verdieping

A: zoekopdracht Myanmar/Soedan



Optie B: stelling innemen

Stelling: 'Journalisten hebben een morele plicht om ook over conflicten te berichten die ver weg zijn en weinig kijkers trekken.'

Argumenten vóór (voorbeelden):

– Journalisten hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid, niet alleen een commerciële.

– Zonder berichtgeving geen publieke druk, geen politieke actie, geen humanitaire hulp.

– Elk mensenleven is evenveel waard — geografische afstand mag geen reden zijn voor meer of minder aandacht.

Argumenten tégen (voorbeelden):

– Media zijn bedrijven en moeten overleven — zonder kijkers geen inkomsten.

– Journalisten kunnen niet overal zijn; keuzes zijn onvermijdelijk.

– Mensen hebben beperkte aandacht; te veel nieuws leidt tot afstomping.

Als iemand je vanavond vraagt wat je vandaag tijdens Maatschappijkunde geleerd hebt, wat is dan jouw antwoord?

Dankjewel voor jullie aandacht! Pak je spullen in, blijf op je plek zitten tot de bel gaat en wees lief voor je docenten vandaag :)