De Presente perfecto

1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 36 clase 1
  • StudyGO 
  • Repaso
  • Pretérito perfecto vs presente 
  • Escribir

Lesdoel: aan het eind van deze les...
  • herhaal je voorzetsels voor plaatsbepaling
  • Weet je het verschil tussen perfecto en presente 

 

Slide 2 - Tekstslide

RepasoHerhaling
.

Slide 3 - Tekstslide

Preposiciones de lugar

Slide 4 - Tekstslide

Je gaat een video van de voorzetsels van plaats in het Spaans bekijken.

timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

Je gaat een video van de voorzetsels van plaats in het Spaans bekijken.

Boven (op)
Onder
Links (van)
Rechts (van)
Voor
Achter
Tussen
Naast

Slide 6 - Tekstslide

voorzetsels van plaats

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

in/binnen - buiten
ver - dichtbij

Slide 10 - Tekstslide

(por, para, en, con , de, a)
1. Las revistas que están en la mesa son _____ Roberto.

2. ¿Saldremos mañana ____ Pedro?

3. Ella está ____ su casa.

4. ¿Cómo voy ____l centro?

5. Chile está ___ Latinoamerica.

6. Voy a viajar ____ Europa.

7. Estudiamos español ____ Salamanca.

8. Soy ___ Valencia.

9. Tengo tres entradas ___ el concierto del sábado.

10. El baño más pequeño es ____ los niños.

11. El sur de Chile es famoso ___ su naturaleza.

12. Viajamos a Cuba ____ barco.

13. Voy al centro ____ ver una película.

14. Mi vecino construyó (bouwen) una pared ____ nosotros.

15. Quiero un vaso ____ zumo de naranja.

timer
10:00

Slide 11 - Tekstslide

Antwoorden

  1. DE
  2. CON
  3. EN
  4. A
  5. EN
  6. POR/ EN/ A
  7. EN
  8. DE

9. PARA

10. DE/ PARA

11. POR

12. EN

13. A/ PARA

14. PARA

15. DE/CON

Slide 12 - Tekstslide

Voorzetsels van Plaats
Let op: plaatsbepaling altijd met het ww 'estar'!  Oefen HIER met de voorzetsels
timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

El presente perfecto

Slide 14 - Tekstslide

Terugkoppeling PERFECTO
  1. Wat is de PERFECTO voor een tijd in het Nederlands?
  2. Hoe maak je de perfecto?
  3. Zijn er uitzonderingen?
  4. Wat is belangrijk bij het maken van een zin?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

voltooid deelwoord=

participio

   ww op -ar= ado    cant ado 

    ww op -er= ido    com ido   

 ww op -ir= ido       viv ido

let op:

het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord staan altijd bij elkaar!!!!!

hulp-ww

Haber:

he

has

ha


hemos

habéis

han

Slide 17 - Tekstslide

¿Cuándo se usa el Presente Perfecto?
Wanneer gebruik je presente perfecto?

De voltooid tegenwoordige tijd (Presente perfecto)
Om handeling of gebeurtenis aan te duiden die al plaats gevonden heeft, maar die nog relatie heeft met het heden.

Ejemplo:   Esta mañana he desayunado (Vanmorgen heb ik ontbeten)
 Voorbeeld:  Hoy he trabajado (Vandaag heb ik gewerkt)


Slide 18 - Tekstslide

Marcadores perfecto

Signaalwoorden perfecto.

Slide 19 - Tekstslide

Woorden waarmee je de Presente Perfecto
kunt herkennen
Signaalwoorden:

Ejemplo: Este año no he ido de vacaciones
Voorbeeld: Dit jaar ben ik niet op vakantie geweest.


Ejemplo: Has estado alguna vez en Amsterdam?
Voorbeeld: Ben je wel eens in Amsterdam geweest?

Slide 20 - Tekstslide

Perfecto
Perfecto vs Indefinido

Indefinido
Hier zit je nog in
(relatie met het heden)
Este año
Esta semana
Hoy
Nunca
etc..
Duidelijk begin & eind (afgesloten)
Anoche
El año pasado
El 24 de mayo
En 2024
etc..

Slide 21 - Tekstslide

Perfecto (uitzonderingen)
abrir - abierto
decir - dicho
escribir - escrito
ir - ido
hacer - hecho
poner - puesto
ver - visto
volver - vuelto
romper - roto
ser - sido
morir - muerto

Slide 22 - Tekstslide

Perfecto --> vertaal
  1. Ik heb gelopen (caminar)
  2. Jij hebt gezwommen (nadar)
  3. Zij heeft gerend (correr)
  4. Wij hebben gedronken (beber)
  5. Jullie zijn gegaan (ir)
  6. Zij hebben huiswerk gemaakt (hacer los deberes)
timer
5:00

Slide 23 - Tekstslide

Me llamo Javier, vivo en Best
me gusta estudiar español
Mis compañeros y yo siempre hacemos los deberes
también vamos a Sevilla
hoy empezamos al período 2
Soy Javier, he vivido en Best
me ha gustado estudiar español
hemos hecho los deberes
hemos  ido a Sevilla
hemos empezado al periódo 2

Slide 24 - Sleepvraag

9

Slide 25 - Video

Presente = Tegenwoordige tijd in het Engels
Wordt gebruikt voor acties die nu plaatsvinden
Voorbeeld: "Ik eet"
Wordt ook gebruikt voor gewoonten of algemene waarheden
Voorbeeld: "De zon komt elke dag op"

Slide 26 - Tekstslide

Vergelijkbaar met present perfect in het Engels
Wordt gebruikt voor voltooide acties in het recente verleden
Voorbeeld: "Ik heb gegeten" (ik heb gegeten)
Verbindt gebeurtenissen uit het verleden met het heden

Slide 27 - Tekstslide

Ejemplos
Presente:
"Vivo en Madrid"  -  ik woon in Madrid
"Ella trabaja en un hospital" - Ze werkt in een ziekenhuis
"Nosotros estudiamos español" - Wij studeren Spaans
Pretérito Perfecto:
"He vivido en Madrid" - Ik heb in Madrid gewoond
"Ella ha trabajado en un hospital" - Ze heeft in een ziekenhuis gewerkt
"Nosotros hemos estudiado español" - We hebben Spaans gestudeerd

Slide 28 - Tekstslide

perfecto vs presente
perfecto 
signaalwoorden + gebruik
presente 
signaalwoorden + gebruik
Hoy, esta mañana, esta semana, ya, aún, todavía (no), (no) nunca, jamás, alguna vez, últimamente, cinco años/ dos semanas, muchas/varias veces. 


Het heeft nog (emotionele) betrekking op het heden.
Siempre, Normalmente, A menudo, Frecuentemente, A veces, De vez en cuando, Todos los días / meses / años, Cada semana / año, Los lunes / los fines de semana, ahora 

gewoontes, feiten, feiten in het heden of acties die nu plaatsvinden

Slide 29 - Tekstslide

Presente y presente perfecto
timer
10:00

Slide 30 - Tekstslide

00:20
vul de goede vorm van merecer in: ha ____________

Slide 31 - Open vraag

00:32
vul het goede hulpwerkwoord van :
entrar (él)

Slide 32 - Open vraag

00:43
vul het goede hulpwerkwoord van: salir

Slide 33 - Open vraag

00:56
geef de eerste pers enkv van de perfecto van bajar

Slide 34 - Open vraag

01:21
geef de 3de pers mv in de perfecto van venir

Slide 35 - Open vraag

01:40
1ste pers enkv in de presente van estar

Slide 36 - Open vraag

02:06
1ste pers.perfecto van poner

Slide 37 - Open vraag

02:11
geef 3de pers enkelv van marcar

Slide 38 - Open vraag

02:58
geef de 1ste pers.enkv in de perfecto van llegar

Slide 39 - Open vraag

Vamos a escribir

Slide 40 - Tekstslide

¡A completar!
                                                                                                 Hoofddorp 02-09-2026
Hola ______________:
¿Cómo _________? Yo estoy muy _______. Me ________ María. Vivo ___ Apeldoorn
____mi familia. _____ en una casa grande __bonita. ___en la calle Jhr. Mr. G.W. Molleruslaan.
_________15 años. Soy __________, ___________ y __________. Además, soy __________.
_______en el Instituto KSG . Me ___________la biología. Es mi clase ____________. _____________, me gusta el español, _________ aprendo muchas palabras. Mis hobbies son: ____________ y ______________. Además, trabajo en ____________. 

¡Eso es todo! ¡Espero tu respuesta!
Te mando muchos saludos.
María.

timer
5:00

Slide 41 - Tekstslide

¡A corregir!
                                                                                               Hoofddorp 02-09-2026
Hola Anna :
¿Cómo estás? Yo estoy muy/un poco bien/mal. Me llamo María. Vivo en Apeldoorn con mi familia. Vivo en una casa grande y bonita. Vivo/Mi casa está en la calle Jhr. Mr. G.W. Molleruslaan.
Tengo (casi) 15 años. Soy inteligente, amable y guapa. Además, soy holandesa.
Estudio en el Instituto KSG . Me gusta la biología. Es mi clase favorita. También, me gusta el español, porque aprendo muchas palabras. Mis hobbies son:  leer y bailar. Además, trabajo en Jumbo. 
¡Eso es todo! ¡Espero tu respuesta!
Te mando muchos saludos.
María.

Slide 42 - Tekstslide

Errores 1
  1. Soy muy bien. 
  2. En lunes voy a nadar, en martes voy a estudiar. 
  3. Me levanto a las siete horas.  
  4. Las clases empieza a las ocho y media.
  5. Mi casa es no grande.
  6. ¿Que haces tú?
  7. Salgo 6 agosto. 
  8. El apartamento es a 100 metros de la estación. 
  9. No me gusta las vacaciones. 
  10. Vamos con el tren.
  11. Voy a duermo a las 23:00. 
Instrucción:      In iedere Spaanse zin/vertaling zit 1 fout. Haal deze eruit.
Tiempo:              5 min
Objetivo:            6 respuestas correctas
Fouten in:
- werkwoorden
- voorzetsels
- vaste constructies in het SP
- woordvolgorde
timer
5:00

Slide 43 - Tekstslide

Errores 1 - antwoorden
  1. ESTOY muy bien. 
  2. EL lunes voy a nadar, EL martes voy a estudiar. 
  3. Me levanto a las siete horas.  
  4. Las clases empiezaN a las ocho y media.
  5. Mi casa NO es no grande.
  6. ¿QuÉ haces tú?
  7. Salgo EL 6 DE agosto. 
  8. El apartamento ESTÁ a 100 metros de la estación. 
  9. No me gustaN las vacaciones. 
  10. Vamos EN el tren.
  11. Voy a DORMIR a las 23:00. 
Instrucción:      In iedere Spaanse zin/vertaling zit 1 fout. Haal deze eruit.
Tiempo:              5 min
Objetivo:            6 respuestas correctas
Fouten in:
- werkwoorden
- voorzetsels
- vaste constructies in het SP
- woordvolgorde

Slide 44 - Tekstslide

Importante!

Slide 45 - Tekstslide

¡A escribir!
                                                                                                 [plek en datum] 
- Groet + naam
- Vraag hoe je vriend/in is
- Vertel hoe je voelt
- Vertel dat je hebt iemand ontmoet op school (Voltooidtegenwoordige tijd)
- Vertel de naam en leeftijd
- Vertel 5 dingen over deze persoon (karakter en uiterlijk)
- Vertel over wat hij/zij leuk vindt (2 hobby's)
- Zeg dat je wacht op zijn/haar reactie
- Groet
- Je naam


Gebruik je woordenlijst en Frases Claves 
timer
10:00

Slide 46 - Tekstslide