Seksuele vorming

Seksuele vorming
Genderidentiteit, seksualiteit en seksueel genot
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieBurgerschapskunde+3BasisschoolGroep 5-8

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Alle kinderen krijgen op de basisschool seksuele voorlichting. Omdat dit belangrijk is voor jouw ontwikkeling, is het voor basisscholen zelfs verplicht om hier les in te geven. In deze les worden genderidentiteit, seksualiteit, seksueel genot en nee zeggen besproken.

Onderdelen in deze les

Seksuele vorming
Genderidentiteit, seksualiteit en seksueel genot

Slide 1 - Tekstslide

Wat weten jullie al over seksuele vorming?
Seksuele vorming

Slide 2 - Woordweb

Wat wil jij graag leren tijdens een les seksuele vorming? Schrijf je vragen op en plak ze op de vragenmuur!

Slide 3 - Tekstslide

Dit ga je leren!
Aan het eind van de les:

  • weet ik wat seksuele vorming is en wat het verschil is met seksuele voorlichting.
  • weet ik waarom het zo belangrijk is om over seks te praten. 
  • ken ik het verschil tussen geslacht en gender.
  • weet ik welke soorten geslacht en gender er zijn.
  • weet ik dat nee zeggen heel normaal is.
  • kan ik op een open en respectvolle manier een gesprek voeren over seksualiteit.
  • weet ik waar ik terecht kan met vragen over seks.
  • kan ik een kernboodschap over seksualiteit vertalen naar een verhaal voor kinderen.

Slide 4 - Tekstslide

Lezen & Woordenschat

Arceer de woorden die jij nog niet goed begrijpt. 
Arceer in ieder geval:

  • de seksuele voorlichting
  • verliefd
  • aangeven
  • bespreekbaar
  • soa
  • vallen op iemand

  • relatie
  • puberteit

Slide 5 - Tekstslide

vallen op iemand
Verliefd worden op iemand.
Eerst was ik alleen vrienden met Jesper, maar na een paar weken ben ik echt op hem gevallen.
seksuele voorlichting
de puberteit
De periode waarin kinderen volwassen worden. (van 13 tot 18 jaar)
Mijn zus zit in de puberteit. Ze is voor het eerst ongesteld geworden en haar lichaam verandert.
de seksuele voorlichting
Informatie krijgen over seks.
Tijdens de les seksuele voorlichting konden we de juf allemaal vragen stellen over ons lichaam en verliefdheid.
de relatie
Ander woord voor verkering, wanneer je verliefd bent op elkaar.
Mijn broer heeft sinds vandaag een relatie met ons buurmeisje.

Slide 6 - Tekstslide


Wat is het verschil tussen seksuele voorlichting en seksuele vorming?

A
Seksuele voorlichting gaat over wie je bent en wie je wilt zijn. Seksuele vorming gaat over seks en alles wat daarbij hoort.
B
Seksuele vorming gaat over wie je bent en wie je wilt zijn. Seksuele voorlichting gaat over seks en alles wat daarbij hoort.

Slide 7 - Quizvraag


Hoe vind jij het om over seks te praten? Waarom is dat zo, denk je?

Slide 8 - Open vraag

Waarom is het belangrijk om over seks te praten, denk je?

Bespreek dit met je schoudermaatje.
Bespreken

Slide 9 - Tekstslide

Wat weten jullie al over seks en geslachtsdelen?
Seks en geslachtsdelen

Slide 10 - Woordweb


Waarom kun je sommige vragen over seks beter niet op het internet stellen?

Slide 11 - Open vraag


Waar zou je het antwoord op de vragen die je hebt het beste kunnen vinden? Leg uit.

Slide 12 - Open vraag

Seksuele vorming
Genderidentiteit

Slide 13 - Tekstslide

Voorkennis
Hoe kun je zien of iemand een jongen of een meisje is?
Jongen of meisje?
Je kunt zien of iemand een jongen of meisje is aan het geslacht. Een jongen heeft een piemel en een meisje heeft een vagina.

Slide 14 - Tekstslide

Vroeger werd gedacht dat je je vanbinnen altijd hetzelfde voelt als het geslacht dat je hebt. Als je een piemel hebt, voel je je dus een jongen en als je een vagina hebt voel je je een meisje. Maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn!
Genderidentiteit

Slide 15 - Tekstslide

Vroeger werd gedacht dat je je vanbinnen altijd hetzelfde voelt als het geslacht dat je hebt. Als je een piemel hebt, voel je je dus een jongen en als je een vagina hebt voel je je een meisje. Maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn!
Genderidentiteit
Je kunt je bijvoorbeeld een jongen voelen, terwijl je een vagina hebt. Of een meisje, terwijl je een piemel hebt. Maar er zijn ook mensen die zich geen jongen en geen meisje voelen en mensen die zich soms een jongen en dan weer een meisje voelen. En zo zijn er nog veel meer opties.

Hoe je je vanbinnen voelt, jongen, meisje of iets anders noem je genderidentiteit.

Slide 16 - Tekstslide

Verwerking
Wie heeft welk gender? 
Welk gender?
Dat kun je niet zien, dat is hoe je je voelt.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video


Welke uitspraak is van een non-binair persoon?

A
'Ik voel me een jongen.'
B
'Ik voel me een meisje.'
C
'Ik voel me niet helemaal een jongen en ook niet helemaal een meisje'
D
'Ik voel me soms helemaal een jongen en soms helemaal een meisje.'

Slide 19 - Quizvraag

Wat hoort bij elkaar? Zet de genderidentiteit bij de juiste omschrijving.
Je voelt je zoals je geslacht.
Je voelt je niet zoals je geslacht.
Cisgender
Transgender

Slide 20 - Sleepvraag


Waarom gebruik je bij het praten over non-binaire personen die/hun?

Slide 21 - Open vraag


Welk advies geeft Kanea als je iemand kent die non-binair is?

Slide 22 - Open vraag


En welk advies geeft Kanea als je zelf non-binair bent?

Slide 23 - Open vraag

Verwerking
Welke vraag/vragen heb jij nog over non-binair zijn?

Schrijf ze op en bespreek ze met je klasgenoten.

Slide 24 - Tekstslide

Seksuele vorming
Seksualiteit

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Vroeger dachten mensen dat jongens op meisjes vielen en meisjes op jongens. Dit noemen we heteroseksueel. Er werd gedacht dat dat zo hoorde. Maar er zijn veel meer opties! 
Seksualiteit

Slide 27 - Tekstslide

Vroeger dachten mensen dat jongens op meisjes vielen en meisjes op jongens. Dit noemen we heteroseksueel. Er werd gedacht dat dat zo hoorde. Maar er zijn veel meer opties! 
Seksualiteit
Zo kunnen jongens op jongens vallen. Dat noemen we homoseksueel. En kunnen meisjes op meisjes vallen. Dat noemen we lesbisch.

Ook kun je op zowel jongens als meisjes vallen. Dit noemen we biseksueel.

Wanneer iemand zowel jongens als meisjes niet aantrekkelijk vindt, noemen we dat aseksueel.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video


Wanneer noem je iemand biseksueel?

A
Wanneer iemand op hetzelfde geslacht als zichzelf valt.
B
Wanneer iemand op het tegenoverstelde geslacht als zichzelf valt.
C
Wanneer iemand op zowel jongens als meisjes valt.
D
Wanneer iemand jongens en meisjes allebei niet aantrekkelijk vindt.

Slide 30 - Quizvraag


Wanneer iemand vertelt dat hij homoseksueel of biseksueels is, wordt dat ‘uit de kast komen’ genoemd. Wat vind je daarvan?

Slide 31 - Open vraag


Denk jij dat je kunt kiezen op wie je valt? Leg uit. 

Slide 32 - Open vraag

Omdat de meeste mensen heteroseksueel zijn, vindt eigenlijk iedereen dat normaal. De andere vormen van seksualiteit vinden sommige mensen niet normaal of raar. Wat vind je daarvan? 

Bespreek dit met je klasgenoten.
Bespreken

Slide 33 - Tekstslide

Sommige mensen durven niet te zeggen wat hun seksualiteit is, omdat ze bang zijn voor de reacties uit hun omgeving. Wat vind je daarvan? Hoe zouden we dat kunnen oplossen?

Bespreek dit met je klasgenoten.
Bespreken

Slide 34 - Tekstslide

Seksuele vorming
Seksueel genot en nee zeggen

Slide 35 - Tekstslide

Als je wat ouder bent, krijg je vaak vanzelf gevoelens voor iemand. Je voelt je zo fijn bij diegene dat je hem of haar het liefst wilt knuffelen, zoenen en uiteindelijk ook seks met hem of haar wilt hebben. 
Seksueel genot

Slide 36 - Tekstslide

Het is belangrijk om te weten dat aanrakingen, zoenen en seks altijd fijn moeten voelen voor jou. Voelt het niet fijn of heb je er geen zin in, dan mag je altijd nee zeggen.

Ook als de ander al begint, mag je altijd zeggen dat je daar geen zin in hebt. En dan moet de ander stoppen. 
Seksueel genot
Andersom geldt dat ook. Als jij het heel fijn vindt om de ander aan te raken, maar de ander wil dit niet, dan stop je gelijk, ook al wil je het heel graag.

Het is superbelangrijk dat jullie het allebei fijn vinden en naar jullie zin hebben als het gaat om dit soort dingen.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video


Wanneer hoef je je geen zorgen te maken over je geslachtsdeel en wanneer wel?

Slide 39 - Open vraag


Hoe kun je er volgens de wetenschapper het beste achterkomen wat je fijn vindt?

Slide 40 - Open vraag


Denk je dat het altijd makkelijk is om nee te zeggen in situaties die met aanraken, zoenen en seks te maken hebben? Leg uit.

Slide 41 - Open vraag

Waarom mag je altijd nee zeggen?

Bespreek dit met je klasgenoten.
Bespreken

Slide 42 - Tekstslide

Seksuele vorming
Verwerking

Slide 43 - Tekstslide

Er is een heel mooi boek van Pim Lammers Het lammetje dat een varken is waarin hij schrijft over een lammetje dat zich een varken voelt. Maar ja, hij ziet eruit als een lammetje. De andere lammetjes vinden hem daarom maar raar. 
Verwerking
En de varkens begrijpen het ook niet helemaal. De boer neemt het lammetje mee naar de dierenarts en die zegt: ‘Dit is geen lammetje, maar een varken’. Hij zorg ervoor dat het lammetje eruit komt te zien als een varken. Het lammetje is namelijk geboren in het verkeerde lichaam.

Slide 44 - Tekstslide

Het is belangrijk dat kinderen van jongs af aan al dit soort lessen leren. Dat het zo kan zijn dat je je anders voelt dan het lichaam waarin je geboren bent. 
Toch gaat het in kinderboeken vaak over jongens die op meisje vallen, is zoenen altijd leuk en zijn er (nog) maar weinig kinderboeken over genderidentiteit en andere belangrijke onderwerpen waar jullie vandaag over hebben geleerd.
Verwerking

Slide 45 - Tekstslide

Daar gaan jullie verandering in brengen!
 
Je hebt nu een paar belangrijke lessen geleerd over seksualiteit: 
- Je mag altijd nee zeggen. 
- Je kunt je anders voelen dan het geslacht dat je hebt. 
- Er zijn meerdere vormen van seksualiteit mogelijk en die zijn allemaal oké.
Verwerking
Schrijf en teken zelf een (strip)verhaal voor jonge kinderen waarin je één van de kernboodschappen van de les op een speelse manier verwerkt. 

Slide 46 - Tekstslide

Lees de verhalen van elkaar.

Kun jij raden over welke kernboodschap een verhaal gaat?
Feedback

Slide 47 - Tekstslide

Terugkoppeling lesdoelen & reflectie
  • ik weet wat seksuele vorming is en wat het verschil is met seksuele voorlichting. 
  • ik weet waarom het zo belangrijk is om over seks te praten. 
  • ik ken het verschil tussen geslacht en gender.
  • ik weet welke soorten er van geslacht en gender zijn.
  • ik weet dat nee zeggen heel normaal is.
  • ik kan op een open en respectvolle manier een gesprek voeren over seksualiteit.
  • ik weet waar ik terecht kan met vragen over seks.
  • ik kan een kernboodschap over seksualiteit vertalen naar een verhaal voor kinderen.

Draai aan het rad en beantwoord de vraag.

Slide 48 - Tekstslide

Terugkoppeling eigen leervragen
Zijn jouw vragen beantwoord? Zo niet, wat kun je nog doen om achter het antwoord te komen?

Slide 49 - Tekstslide

Seksuele vorming
Genderidentiteit, seksualiteit en seksueel genot
Tot ziens!

Slide 50 - Tekstslide