Meester van Verhoudingen: Een Rekenles over Verhoudingen 1

Meester van Verhoudingen: Een Rekenles over Verhoudingen
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Meester van Verhoudingen: Een Rekenles over Verhoudingen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het einde van de les kunnen jullie verhoudingen vereenvoudigen, vergroten en verkleinen en vergelijken. 
Jullie  kennen en kunnen de verhoudingstabel toepassen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al over het gebruik van verhoudingen?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn verhoudingen?
Een verhouding geeft een vast verband aan tussen twee of meer hoeveelheden/grootheden. Een verhouding kan

bijvoorbeeld het verband aangeven tussen een aantal en een prijs.
Een verhouding kan ook het verband aangeven tussen een deel en een totaal.
Verhoudingen kunnen op verschillende manieren geschreven worden:
2 van de 5 studenten hebben een stageplaats.
2 op de 5 studenten hebben een stageplaats.
25 van de studenten heeft een stageplaats.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhoudingen vereenvoudigen
Om een verhouding te vereenvoudigen deel je zowel de teller als de noemer door het grootste gemeenschappelijke deel.

Als in een opdracht gevraagd wordt naar een verhouding, moet je de verhouding meestal zo ver mogelijk vereenvoudigen. 
Je verkleint de hoeveelheden in de verhouding dan zo ver mogelijk. 
Je schrijft de verhouding wel met gehele getallen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld Vereenvoudigen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verhoudingen vergroten en verkleinen
Om een verhouding te vergroten, vermenigvuldig je zowel de teller als de noemer met hetzelfde getal. Om een verhouding te verkleinen, deel je zowel de teller als de noemer door hetzelfde getal.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld verhoudingen vergroten en verkleinen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De verhoudingstabel
Een verhoudingstabel is een handige manier om verhoudingen weer te geven en te berekenen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen van de verhoudingstabel
Oefenen met het invullen en gebruiken van een verhoudingstabel aan de hand van verschillende opdrachten.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quiz: Vereenvoudigen van verhoudingen
Een korte quiz om te testen of jullie begrijpen hoe jullie verhoudingen moeten vereenvoudigen.


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quiz: Vergroten en verkleinen van verhoudingen
Een korte quiz om te testen of jullie begrijpen hoe jullie verhoudingen moeten vergroten en verkleinen. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
1 op de 10
B
1 op de 5
C
1 op de 6
D
1 op de 4

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
0,01 cent
B
0,02 cent
C
0,04 cent
D
0,05 cent

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quiz: Vergroten en verkleinen van verhoudingen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
160 gram
B
600 gram
C
625 gram
D
1600 gram

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
240
B
480
C
400
D
600

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In het zwembad van De Thermen zit 42.300 l water. Mai moet nieuw chloor aan het water toevoegen. Per 4.500 ml zwembadwater is 2,2 mg chloor nodig.

Hoeveel milligram chloor moet Mai toevoegen?
A
20680
B
20860
C
22860
D
21806

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Samantha is kunstenares. Ze maakt een beeldje van George Washington.
George Washington was 1,88 m lang. Samantha maakt het beeldje 23,5 cm hoog.

Op welke schaal maakt Samantha het beeldje?
A
1:4
B
1:6
C
1:7
D
1:8

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
85
B
81
C
83
D
71

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maud mengt blauwe en witte verf in de verhouding 1 : 3.
Ze heeft 8 blikken blauwe verf met elk 225 ml verf.
Ze heeft 2 blikken witte verf van elk 21 dl.

Hoeveel liter verf kan Maud in totaal mengen?

A
4,5
B
5,4
C
5,6
D
6,0

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Toepassingsopdracht
Laat de leerlingen een aantal praktijkopdrachten uitvoeren waarbij ze verhoudingen moeten vereenvoudigen, vergroten en verkleinen.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenvatting
We hebben besproken wat een verhouding is, hoe je een verhouding kunt vereenvoudigen en als laatste hebben we besproken en geoefend hoe je een verhouding kunt vergroten en verkleinen. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(Huiswerk)opdracht
Opdrachten waarbij  jullie verhoudingen moeten toepassen.
-
-
-

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragenronde
Laat de leerlingen vragen stellen over de lesstof of over eventuele onduidelijkheden.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie

Laat de leerlingen kort reflecteren op wat ze hebben geleerd en of ze de leerdoelen hebben behaald.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde van de les
Bedank de leerlingen voor hun aandacht en inzet tijdens de les.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 28 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 29 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 30 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.